Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bezinning op ethiek broodnodig

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bezinning op ethiek broodnodig

4 minuten leestijd

H. J. Schrijer schreef op 76-jarige leeftijd het proefschrift “Psychotherapie en ethiek”. Hij geeft aan dat deze studie is verricht vanuit „de gezichtshoek van de ethisch geïnteresseerde praktiserende psychotherapeut, die in zijn dagelijks werk tal van ethische aspecten signaleert, die om een nadere bezinning vragen”. Wellicht speelt het feit dat hij naast de studie voor klinisch psycholoog en psychotherapeut (in welke functie hij gedurende dertig jaar werkzaam was in het ziekenhuis de Weezenlïinden te Zwolle) tevens filosofie heeft gestudeerd, hierbij een rol.

Als doel van de studie ziet Schrijer het vinden van een antwoord op de vraag wat de wetenschappelijke ethiek kan bijdragen aan de best mogelijke vorm van psychotherapie. Ook vraagt hij zich af of hierbij verkregen inzichten aanleiding geven tot wijziging van de preambules van de bestaande beroepscodes. De preambule is de inleiding die aan de beroepscode voorafgaat. Schrijer wil deze strikt beperken tot de principes en grondslagen waarop de code berust.

Ethiek wordt omschreven als „het geheel van uitgangspunten omtrent het goed mens zijn”, waaruit (gedrags)regels betreffende de praktische beroepsuitoefening voortvloeien. In hoofüstuk 1 wordt aandacht besteed aan het begrip ethiek en de verschillende aspecten hiervan. In de hoofdstukken 2 tot en met 5 wordt stilgestaan bij het begrip psychotherapie, de ethische aspecten van het psychotherapeutisch werk, de persoon van de psychotherapeut, de persoon van de cliënt en de (individuele) psychotherapeutische behandeling. nTerecht wordt opgemerkt dat vragen omtrent zingeving op het terrein van de filosofie of het geloof, en niet op dat van de wetenschap liggen. Steeds meer wordt erkend dat levensbeschouwing een essentiële dimensie van psychotherapie is. Er zijn, overeenkomstig de ervaring van de auteur, echter ook psychotherapeuten die dit aspect vermijden, doordat zij dit als niet ter zake afdoen. Anderen zitten zelf met wonden op dit gebied of laten vanuit eigen onzekerheid of ondeskundigheid dit terrein laten liggen.

Toch wordt juist door psychotherapie getracht het vermogen tot zingeving bij de cliënt te herstellen. Hierbij wordt Mooren aangehaald, die stelt dat de persoonlijke levensvisie en het mens- en wereldbeeld van de psychotherapeut inherent zijn aan de therapeutische benadering die hij voorstaat.

In hoofdstuk 6 worden ethische aspecten geordend, geëxpliceerd en geconcretiseerd. Daarbij passeren met name de revue: psychische nood, de relatie/het gesprek, het proces en de deugdelijkheid van de participanten. Vervolgens wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op enige wijsgerige stromingen die de schrijver van belang acht voor zijn onderwerp. Met name de ethiek van de joodse filosoof Levinas acht hij van fundamenteel belang om te komen tot een vernieuwende ethische normering van het praktische psychotherapeutische werk.

In hoofdstuk 8 komen de beroepscodes van de NVP (Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie) en het NIP (Nederlands Instituut voor Psychologen) aan de orde, met de daarin vervatte ethische principes. Ten slotte plaatst de schrijver in hoofdstuk 9 kanttekeningen bij deze codes en komt hij tot een herformulering van de bestaande preambules. Behalve het principe van eerbied voor de mens en respect voor de ontwikkeling, inclusief de zingeving die hij aan het leven wil geven, voegt hij daar aan toe het principe van de dienstbaarheid en de deugdelijkheid.

In het algemeen is het gedeelte over het vak psychotherapie goed leesbaar, zowel voor beroepsgenoten als voor andere geïnteresseerden. Deze laatsten kunnen hierdoor een indruk krijgen van de opleiding tot psychotherapeut. Terecht worden aan psychotherapeuten hoge eisen gesteld met betrekking tot kennis, persoonlijke eigenschappen en dergelijke. Over het belang van deze studie valt meer te zeggen dan in dit bestek mogelijk is.

Voor het psychotherapeutische werk is onder meer van belang dat expliciet aandacht wordt gevraagd voor de ethische uitgangspunten van de psychotherapeut, hetgeen bewustwording van en bezinning op deze uitgangspunten stimuleert. Belangrijk, is ook dat aandacht wordt gevraagd voor ethische scholing birmen de opleiding tot psychotherapeut en verder uitbreiding van het Studieprogramma met de vakken godsdienstpsychologie en religieuze psychopathologie. Ook de bespreking van praktisch-ethische zaken binnen intercollegiale toetsing verdient meer aandacht.

N.a.v. “Psychotherapie en ethiek”, door H. J. Schrijer; uitg. Paswerk, Haarlem, 1997; ISBN 90 9010 207; 249 blz.; ƒ59,50.

W. Bakker

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 1997

Reformatorisch Dagblad | 58 Pagina's

Bezinning op ethiek broodnodig

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 1997

Reformatorisch Dagblad | 58 Pagina's

PDF Bekijken