Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Dit leven van krachtig handelen"

Historicus schrijft eerlijke en heldere biografie over staatsman Colijn

8 minuten leestijd

"Ik gevoel me thuis in dit leven van krachtig handelen", schreef H. Colijn in 1897 vanuit Indië. De woorden, genomen uit een brief aan een vriend in Holland, geven een kernachtige typering van de bekende antirevolutionaire politicus. Terecht ontleende H. Langeveld, auteur van een deze week verschenen biografie over Colijn, aan dit citaat de titel van zijn boek, "Dit leven van krachtig handelen".

Hendrik Colijn, geboren in 1869 in de Haarlemmermeer en overleden in 1944 in Ilmenau (Duitsland), is zonder overdrijven de grootste en meest smaakmakende vaderlandse politicus van het interbellum. Hij was enkele jaren kamerlid, diverse keren minister en maar liefst zesmaal minister-president. Daarmee drukte de leider van de antirevolutionairen, in deze hoedanigheid de opvolger van Abraham Kuyper, een zwaar stempel op de Nederlandse vooroorlogse politiek. Colijn behaalde een grote verkiezingsoverwinning, waarbij ook vele niet-antirevolutionairen hun stem uitbrachten op de toenmalige "sterke man", die naar men verwachtte het vaderland voor rampspoed en onheil zou behoeden.

Een moderne, objectieve biografie over een dergelijke grootheid is geen overbodige luxe. Veel wat over de antirevolutionaire staatsman is gepubliceerd, voldoet niet aan deze omschrijving. Het is daarom niet verwonderlijk dat de historicus H. Langeveld, verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, zijn kans greep om opnieuw een studie aan Colijn te wijden toen het Prins Bernard Fonds hem daartoe financieel in staat stelde. Deze week verscheen het eerste deel, dat het leven van Colijn tot 1933 beschrijft. In dat jaar wordt Colijn voor de tweede maal premier, een ambt dat hij tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zal behouden.

Het boek houdt dus op in het jaar dat de meest invloedrijke periode uit het leven van Colijn aanvangt. Dat kan nauwelijks als een gemis aangemerkt worden. Niet alleen omdat nu de verwachtingen voor het tweede deel hooggespannen zijn, maar ook omdat de jonge jaren van Colijn op zichzelf boeiend en leerzaam zijn.

De auteur wil terughoudend zijn in het "psychologisch duiden van handelingen en opvattingen van Colijn", zo schrijft hij in zijn voorwoord. Aan die doelstelling heeft hij zich tot op zekere hoogte gehouden. Het was eenvoudig geweest Colijns streven naar een sluitende rijksbegroting in verband te brengen met het merkwaardige feit dat de grote leider in zijn privé-leven niets dan schulden maakte. Overcompensatie, heet dat in de psychologie. Langeveld houdt zich verre van dergelijke interpretaties.

Hardheid en opportunisme

Dat neemt niet weg dat hij in de epiloog van zijn boek enkele eigenschappen van Colijn noemt die naar zijn mening het succes van de antirevolutionaire politicus voor een belangrijk deel verklaren. Naast de al genoemde wilskracht en daadkracht zijn dat ambitie, zelfverzekerdheid, hardheid en opportunisme. Deze benamingen geven al direct aan dat we bij Langeveld niet met een kritiekloos bewonderaar van Colijn van doen hebben. Zwakke punten van de voorman der orthodoxe calvinisten worden niet breed uitgemeten, maar ook niet ontkend of verbloemd.

Het is juist dat geheel aan sterke en zwakke karaktereigenschappen dat Colijn in staat stelde als aanvankelijk eenvoudige Indische luitenant op te marcheren naar het centrum van de politieke macht in Nederland. Bij die carrière is Colijns Indische periode cruciaal. Daar immers, op de gordel van smaragd, wist hij zich in het blikveld te werken van de invloedrijke Atjeh-bedwinger Van Heutz. Daar ook deed hij de uitgebreide kennis van onze koloniën op, waarmee hij na verloop van tijd binnen de ARP tot koloniaal specialist kon worden, wat zijn overstap naar de politiek mogelijk maakte. Colijn, die van 1893 tot 1909 in Indië verbleef, leerde het uitgebreide eilandenrijk in die tijd als geen ander kennen. Het was de tijd van het modern imperialisme, waarvan de Nederlandse variant het streven inhield om de gehele archipel feitelijk onder Nederlands gezag te brengen. Tot dan toe had ons land het gelaten bij een aantal steunpunten op de diverse eilanden.

Onmisbaarheid

Om dat gezag ook in uithoeken te vestigen of het nieuw leven in te blazen, reisde Colijn de eilanden af, sprak met gezagspersonen en rapporteerde zijn bevindingen aan Van Heutz. In deze jaren ontstond Colijns visie op Nederlands-Indië, een visie die later nauwelijks meer zou veranderen. Twee elementen zijn hierin van belang. Het eerste is de gedachte van de economische onmisbaarheid van de kolonie voor het vaderland. Indië verloren, rampspoed geboren. Dat Colijn deze gedachte huldigde, hangt nauw samen met de functies die hij bekleedde in het bedrijfsleven, met name zijn directeurschap bij de Bataafse Petroleummaatschappij, de voornaamste werkmaatschappij van de Koninklijke/Shell.

Het tweede is dat Colijn scherp gezien heeft dat de eenheid van de archipel, zoals kolonisator Nederland die graag zag, een fictie was. In feite was er in Nederlands-Indië sprake van een groot aantal zeer verschillende volken en culturen. Minder juist is -achteraf gezien- Colijns conclusie dat het derhalve met het Indonesische nationalisme nooit iets kon worden. Uiteindelijk bleek het verzet tegen de Nederlandse heerschappij wel degelijk een samenbindend element te zijn en koos de bevolking van de buitengewesten toch liever voor Soekarno dan voor Nederland.

De vrij uitvoerige beschrijving van de Indische periode van Colijn maakt het boek van Langeveld om nog een andere reden boeiend, beter gezegd: onthullend. Het laat zien dat de latere premier als Indisch officier buitengewoon hardhandig kon optreden tegen de inlandse bevolking. De door Colijn begane daden zouden tegenwoordig waarschijnlijk als oorlogsmisdaden worden aangemerkt.

De auteur put voor deze gegevens onder meer uit brieven van Colijn aan zijn vrouw en aan zijn ouders. De meest sprekende passage bevat een beschrijving van een expeditie op Lombok in 1894, bedoeld om een moeilijkheden veroorzakende radja uit te schakelen. Bij de verovering van het zogenaamde Tjakra Negara ging het heet toe. Huis na huis moest op de vijand veroverd worden. Aan Balinese zijde vochten zelfs vrouwen mee.

Colijn schrijft: "We mochten toen geen genade meer geven. Ik heb 9 vrouwen en 3 kinderen, die genade vroegen, op een hoop moeten zetten en ze zoo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar 't kon niet anders. De soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten. 't Was verschrikkelijk werk. Ik zal er maar over eindigen".

In een brief aan zijn ouders geeft Colijn een andere lezing, niet minder gruwelijk. "Na den 8en aanval bleven er nog weinigen over, die genade vroegen, ik geloof 13. De soldaten keken mij vragend aan. Een 30-tal mijner manschappen was dood of gewond. Ik keerde mij naar achteren om een sigaar op te steken. Eenige hartverscheurende kreten klonken en toen ik mij weer omdraaide waren ook die 13 dood".

Deze passages zijn weliswaar de meest sprekende als het gaat over door Colijn in Indië begane wreedheden, ze staan echter niet op zichzelf. Zo werd Colijn in 1902 belast met de waarneming van het civiel gezag in een onderafdeling aan de noordkust van Atjeh. Op zeker moment organiseerde hij een expeditie tegen een in die streek bekende guerrillastrijder: Panglima Polem. Daarvoor waren ook inlandse dragers nodig, maar de kampongbewoners zagen tegen een tocht naar de Gajo-landen op als een Hollandse boer tegen een tocht naar de Noordpool. Colijn greep naar een ongeoorloofd machtsmiddel en dwong de mannen uit de kampong met geweld als drager te fungeren. De tocht verliep verre van voorspoedig en velen van de gerekruteerde inlanders zouden hun kampong nooit terugzien.

Een laatste voorbeeld van twijfelachtig gedrag is de ook door Colijn regelmatig toegepaste tactiek om Atjehers die na afloop van een gevecht hun gedode kameraden kwamen begraven, in een hinderlaag te lokken. De auteur van de Colijn-biografie kan er natuurlijk niet omheen deze gebeurtenissen te interpreteren en te beoordelen. Hij wijst erop dat tijdens de betrokken expedities ook aan Nederlandse zijde doden en gewonden vielen, wat wraakgevoelens jegens de tegenpartij opriep. Verder veronderstelt de auteur, hoewel daarover in de geschriften van Colijn geen aanwijzingen te vinden zijn, dat in die tijd onbewust onderscheid gemaakt werd tussen koloniale oorlogen en oorlogen tussen westerse mogendheden, zo men wil christelijke naties.

Christelijk geloof

Met dergelijke 'verklaringen' probeert de auteur de ernst van de door hem geconstateerde wandaden echter geenszins te verzachten. Een vraag die hem met name bezighoudt, is hoe Colijn zijn gedrag in overeenstemming bracht met zijn christelijk geloof. Een echt antwoord komt er niet. Colijn zelf lijkt zich van geen tegenstelling bewust te zijn geweest.

Dat Colijn een diepgewortelde christelijke levensovertuiging had, blijft voor de auteur overigens geheel overeind staan. Niet alleen karaktereigenschappen en 'toevallige' omstandigheden hebben Colijn gemaakt tot wie hij was, maar ook de stuwende kracht van zijn christelijk geloof. "Op religieuze twijfels en een afwending van het geloof in zijn jeugd, volgde een spectaculaire bekering", schrijft Langeveld. Van zijn geloof heeft Colijn later nooit meer afstand genomen. "Het was een mechanisch, tamelijk onproblematisch geloof (...). Niet tobben, maar doen wat je hand vindt om te doen".

N.a.v. "Dit leven van krachtig handelen. Hendrikus Colijn 1869-1933", door Herman Langeveld; uitg. Balans, Amsterdam, 1998; ISBN 9050185061; 480 blz.; 75,00.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1998

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1998

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken