Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kracht en troost der verbeelding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kracht en troost der verbeelding

Churchill leefde, schreef en schilderde in primaire kleuren

9 minuten leestijd

Niet alleen als staatsman, ook als historicus schreef Churchill geschiedenis. Zijn verbeelding bezat zelfs de kracht om het verleden in te zetten als een bron van inspiratie voor zijn politiek handelen. En toen hij politiek uitgerangeerd was, hielp diezelfde verbeelding hem aan de troost om zijn melancholie te overwinnen. Zijn schilderijen zijn misschien niet altijd even geslaagd, maar ze zijn mooier, lichter en feller dan de werkelijkheid die zij afbeelden.

Mensen denken op verschillende manieren, of zij in hun denken nu geschoold zijn of niet. Iedereen heeft er behoefte aan de maalstroom aan feiten en indrukken op een bepaalde manier te ordenen en zo te beheersen. Niet-geschoolden doen dat met behulp van associaties en intuïties. Filosofen zijn erin getraind feiten in te passen in de categorieën van hun denksysteem. Onder gewone mensen zijn er waarschijnlijk twee hoofdtypen te onderscheiden.

Sommigen plaatsen gegevens en vraagstellingen in een bepaald schema, een model dat hun de gelegenheid biedt een bepaalde vraagstelling ordelijk te analyseren en rationeel op te lossen. Anderen denken historisch: zij moeten achter de feiten hun historische wording kunnen zien. Alleen wanneer zij ontwaren hoe feiten, gegevens en situaties zijn ontstaan, kunnen zij die plaatsen en begrijpen. Het zijn vaak de romantici onder ons die zo denken: de alledaagse, vaak lelijke en platte werkelijkheid wordt niet alleen begrijpelijk, maar krijgt ook glans en allure - zij is immers toch maar de uitkomst van een lang historisch proces.

Tot die laatste categorie denkers behoorde Winston Leonard Spencer Churchill (1874-1965), de extravagante Engelsman die zo'n belangrijke rol speelde in de bevrijding van zijn land en een groot deel van Europa van Hitlers nationaal-socialistische dictatuur. "Het ene en centrale principe van Churchills morele en intellectuele wereld is een historische verbeelding die zo sterk was en zo veelomvattend dat het hele verleden en de hele toekomst wordt omvat in het raamwerk van een rijk en veelkleurig verleden. Die benadering wordt gedomineerd door het verlangen -en de bekwaamheid- om vaste morele en intellectuele verbanden te vinden, om vorm en karakter, kleur en richting en samenhang aan de stroom van gebeurtenissen te geven".

Eenvoudig patroon

Deze typering is afkomstig van Isaiah Berlin (1909-1997), een markant geleerde uit Oxford die Churchill van nabij heeft gekend. Hij hielp hem onder meer bij de redactie van zijn oorlogsmemoires. In een van de beste essays die ooit over Churchill zijn verschenen, maakt Berlin duidelijk dat Churchills wereldbeschouwing niet de uitkomst is van een gedetailleerde en genuanceerde beschouwing van het verleden. Zijn wereldbeschouwing drukte integendeel de feiten in een vast en eenvoudig patroon.

"De eenheden van waaruit Churchills wereld is opgebouwd, zijn eenvoudiger en groter dan het leven ("simpler and larger than life")", schrijft Berlin. "De patronen zijn net zo levendig en keren net zo herhaaldelijk terug als in een episch gedicht, of als bij een dramaturg die personen en situaties als tijdloze symbolen en belichamingen van eeuwige en stralende principes ziet. Het geheel bestaat uit een serie van symmetrisch gevormde en wat gestileerde composities, die of met het helderste licht zijn overgoten of geplaatst worden in de duisterste schaduw, met nauwelijks enige nuance, geschilderd in primaire kleuren, zonder halve tonen, zonder iets ongrijpbaars of iets ondoorgrondelijks, niets is half uitgesproken of slechts aangeduid of gefluisterd: de stem verandert niet van hoogte of van klank".

Churchills visie op het verleden werd dus bepaald door zijn vastbesloten kijk op Goed en Kwaad. En het was duidelijk dat Hitler en het nationaal-socialistische Duitsland tot het rijk van het Kwaad behoorden. Zijn in wezen eenvoudige en tegelijkertijd heroïsche wereldbeeld stelde hem in staat tot het verrichten van grote daden. Om te beginnen bracht het hem ertoe Hitler en diens regime al in een vroegtijdig stadium in zijn ware aard te doorzien. Hij verzette zich daarom vehement tegen het onzekere buitenlandse beleid van de conservatieve regering, die na het aan de macht komen van Hitler de weg van de minste weerstand koos en een niet-levensvatbaar compromis nastreefde. In de jaren dertig stond Churchill langs de politieke zijlijn, maar hij werd nauwkeurig geïnformeerd door mensen zoals Ralph Wigram, Charles Anderson en anderen, die belangrijke posities in het Engelse leger innamen en verontrust waren over de nalatigheid van de regering om het land van een accurate defensie te voorzien. Zij boden Churchill een schat aan geheime kennis, waarmee hij zich kon ontwikkelen tot de formidabelste criticus van het regeringsbeleid.

"Niets dan tranen"

Nadat premier Chamberlain in mei 1940, bij het begin van de Duitse invasie in het westen, had moeten aftreden, en Churchill kon aantreden als het hoofd van een nieuwe coalitieregering, gaven diezelfde visie en diezelfde historische verbeeldingskracht hem de moed en het doorzettingsvermogen om als de geboren oorlogsleider van het Engelse volk op te treden. "Ik heb niets te bieden dan bloed, dan zwoegen, dan tranen en zweet!", zei hij tijdens zijn eerste optreden in het Lagerhuis. Vanaf dat moment was zijn naam verbonden aan alle voor- en tegenspoed in de Engelse en geallieerde oorlogsvoering. Waar de grote beslissingen vielen, militair en politiek, in en na de oorlog, was hij persoonlijk aanwezig.

Die machtige historische verbeelding stelde hem ook in staat een imposant historisch oeuvre op te bouwen. Tussen 1929 en 1939, toen hij afzijdig bleef van de politiek, completeerde hij een omvangrijk, zesdelig werk over de Eerste Wereldoorlog ("The World Crisis"), waaraan hij overigens al sinds 1923 had gewerkt. Hij schreef in die jaren bovendien een monumentale, vierdelige biografie over een van zijn beroemde voorvaders, de hertog van Marlborough ("Marlborough"), publiceerde een autobiografie ("My Early Life"), een verzameling essays ("Thoughts and Adventures") en een serie biografische schetsen ("Great Contemporaries"). Na de oorlog, toen Churchill de oppositie tegen de Labour-regering leidde, schreef hij een zesdelig standaardwerk over de Tweede Wereldoorlog ("The Second World War"). Na zijn laatste premierschap, van 1951-1955, schreef hij nog een vierdelige geschiedenis van de Engelssprekende volkeren ("A History of the English Speaking Peoples").

Dicteren

De wijze waarop die werken tot stand zijn gekomen, is heel bijzonder en illustreert wat hiervoor is gezegd over zijn historische verbeeldingskracht en de wijze waarop hij met de historische feiten omging. Churchill, die zijn leven lang een ongelooflijke werkkracht tentoon heeft gespreid, heeft zich altijd omringd door secretaressen en secretarissen. Vaak had hij er wel drie of vier tegelijk in dienst, zodat zij konden rouleren en hij 24 uur per dag over hun diensten kon beschikken.

Churchill zelf schreef zelden. Hij dicteerde wat hij op papier vastgelegd wilde hebben. Aan zijn secretariële staf dicteerde hij niet alleen zijn duizenden brieven en redevoeringen (zijn biograaf vond 15 ton aan papier in Churchills archief), maar ook zijn boeken, en dat het liefst vanuit een comfortabele positie, zoals een bad. Bovendien liet hij ook het historisch onderzoek aan zijn "literaire assistenten" over.

Zo kon hij een van hen de opdracht geven een uitvoerige beschrijving te geven van de slag bij El Alamein. Op de 150 pagina's die die assistent aanleverde, liet Churchill -staande achter zijn werktafel in zijn landhuis Chartwell- vervolgens zijn verbeeldingskracht en creatieve vermogens los. Het resultaat was een hoofdstuk van een pagina of veertig, gesteld in meeslepend proza dat van alle mitsen en maren, aarzelingen en voorbehouden was ontdaan. Maar het las als een trein. In 1953 kreeg Churchill de Nobelprijs voor literatuur.

Het schrijven van boeken heeft Churchill als een groot avontuur ervaren. "Om te beginnen, is het schrijven een speeltje en vermakelijk; daarna wordt het een maîtresse, vervolgens een meester en dan een tiran. Tijdens de laatste fase, wanneer je juist op het punt staat om je met je slavernij te verzoenen, vermoord je het monster en toon je hem aan het publiek".

Grote hobby

De verkiezingsnederlaag die Churchills conservatieve partij in juli 1945 leed, was een grote desillusie voor hem. Hij beschouwde die uitslag als een daad van grote ondankbaarheid van het Engelse volk. Toen hij, een man van de daad en met een wezen "waarvan iedere vezel was ontbrand om te handelen", als toeschouwer langs de kant stond, kwam de "muze van het schilderen" hem redden. Om zijn zinnen te verzetten, legde Churchill zich meer en meer op deze hobby toe. Vaak verbleef hij in het buitenland, met name in Zuid-Europa, waar hij er met zijn ezel, palet, kwasten en verf op uittrok. In het najaar van 1945 verbleef hij aan het Comomeer, waar hij met een speedboot rustige baaien opzocht om zich ongestoord aan zijn grote passie -na de politiek- te kunnen wijden. "Aan het schilderen heb ik erg veel plezier beleefd", schreef hij in die tijd aan zijn vrouw Clementine. "Ik ben er al mijn ergernissen door vergeten. Schilderen is een wonderlijk medicijn, omdat je niet echt aan iets anders kunt denken". In een andere brief schrijft hij: "Ik schilder de hele dag en iedere dag en ben er daardoor in geslaagd mijn desillusie naar de schaduwen te verbannen".

Het Engelse veilinghuis Sotheby's is er deze winter in geslaagd vrijwel alle schilderijen van Churchill op een tentoonstelling bijeen te brengen. Die schilderijen getuigen van zijn onmiskenbare talent, al zal niet iedereen alle schilderijen even geslaagd achten. Maar zij zeggen natuurlijk veel over Churchill zelf, die volgens de vooraanstaande kunsthistoricus Ernst Gombrich het probleem van de verhouding tussen het geschilderde object en het kunstwerk zelf beter heeft gezien dan welke professionele criticus ook.

Boodschap

"Het zou interessant zijn", schreef Churchill, "als een echte autoriteit eens heel precies zou nagaan welk aandeel de herinnering in het schilderen heeft. We kijken naar het object met een geconcentreerde blik, dan naar het palet, en dan weer naar het doek. Het doek ontvangt een boodschap die gewoonlijk een paar seconden eerder door het natuurlijke object is verzonden. Maar op weg daar naartoe is het een kantoor gepasseerd. Het is in codes vertaald. Het is van licht overgezet in verf. Het bereikt het doek als een cryptogram. Pas wanneer het op het doek in een juiste verhouding tot alle andere onderdelen is geplaatst, kan het worden ontcijferd, wordt zijn betekenis duidelijk, wordt het opnieuw van niet meer dan pigment in licht omgezet. En het licht is dit keer niet het licht van de natuur maar van de kunst".

Als de "vertaling" van licht in verf, van het waargenomen object in de afbeelding op het doek, inderdaad zo duidelijk het signatuur van de schilder draagt, weten we wat we van Churchills schilderijen hebben te verwachten. Het zijn geen scrupuleuze kopieën van de werkelijkheid die hij waarnam. Zijn gepassioneerde hart zocht onder zijn expressionistische handen naar een bevrijdende ontlading die datgene wat hij waarnam in een werkelijkheid veranderde die helderder en meer primair was dan in het echt. Zoals ook zijn geschiedenisboeken waren geschreven in de primaire kleuren van Goed en Kwaad en zijn politieke handelen door eenzelfde verbeeldingskracht was gedragen.

De troost van kleuren en lijnen, licht en schaduw en het scheppen van schoonheid werd steeds belangrijker voor Churchill, hoe ouder hij werd. "Hoe gelukkig zijn de schilders", schreef hij, "want zij zullen nooit alleen zijn. Licht en kleur, vrede en hoop zullen hen tot het einde, of in ieder geval bijna tot het einde, gezelschap houden".

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1998

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Kracht en troost der verbeelding

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1998

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's