Bekijk het origineel

Genadeaanbod is onverklaarbaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Genadeaanbod is onverklaarbaar

Ds. Iain Murray: Verkiezing mag nooit obstakel voor niet-christenen worden

11 minuten leestijd

„God roept de zondaren en de mensen hebben de verantwoordelijkheid om te doen wat ze niet kunnen doen, namelijk geloven. Een niet-christen wil dat verklaard hebben in plaats dat hij zich vernedert voor God”. Ds. Iain H. Murray geeft een toelichting op zijn lezing die hij deze week hield in het Engelse Leicester. „De boodschap van de Schrift is: Bekeert u en gelooft het Evangelie en gij zult vergeving van zonden ontvangen. Maar de Heere zegt tegelijkertijd ook dat mensen niet tot Hem willen komen omdat de zonde hen weerhoudt. Ze hebben liever de duisternis dan het licht”.

Ds. Murray beschrijft de vragen die al eeuwen de kerk bezighouden: de toe-eigening van het heil in Christus. In de traditie van Calvijn hebben velen zich intensief beziggehouden met de verhouding tussen de prediking van genade en de menselijke verantwoordelijkheid.

Hoe komt het dat de spanning tussen beide zaken altijd maar weer opnieuw opduikt? Tot in de twintigste eeuw. Volgens ds. Murray is een deel van het probleem, zoals dat speelde in de tegenstelling tussen Spurgeon en de hypercalvinisten, terug te voeren op de verschillende historische omstandigheden. „In Engeland en Amerika kwam de hoofdstroom van de christenheid vooral onder invloed van de arminianen. Dan krijg je gauw een calvinistische overreactie, waarbij het calvinisme tot extremen neigt. Voorgangers uit arminiaanse hoek bespeelden de gevoelens en emoties van mensen zo dat de orthodoxie alle emoties voor verdacht ging houden. Dan duurt het niet lang of de kerk wordt koud, droog en intellectueel”.

Het hypercalvinisme is een recente stroming die pas begon in de achttiende eeuw, ze benadrukt ds. Murray. „De stroming is in de Angelsaksische landen zwak omdat hypercalvinisten weinig moeite doen om nieuwe christenen te winnen. De bekende theoloog John Duncan verwoordde het zo: Hypercalvinisme is enkel huis en geen deur, het arminialisme is enkel deur en geen huis. Als er geen deur in het gebouw is en mensen het alleen van God verwachten zonder de mens zelf erbij te betrekken, is er geen groei en uitbreiding”, zo commentarieert ds. Murray.

Wie wijken meer van de Schrift af: hypercalvinisten of arminianen?

„Dat hangt ervan af hoe deze mensen zich presenteren. Er zijn godvruchtige arminianen en godvruchtige hypercalvinisten. Als hypercalvinisten niet tot de godvruchtige groep behoren, zijn ze slecht en vleselijk, evenals de arminianen van dezelfde gezindheid. Het belangrijkste is dus om gewoon bijbels christen te zijn. Het is beter om terug tot de Schrift te gaan.

Veel van het gediscussieer rond het thema van arminianisme en hypercalvinisme heeft te maken met een verkeerd verstaan van de Schrift. We willen te vaak de gegevens uit de Schrift harmoniseren. Van Judas, die de Heere Jezus verraden heeft, wordt gezegd dat het beter was dat hij niet was geboren. Toch was Judas bestemd om zijn daad van verraad te verrichten. We zijn rationalistisch bezig wanneer we alles met elkaar willen plooien en doorgronden. Dan gaan we alles verklaren. Niet alleen de vragen rond het aanbod van genade, maar vervolgens ook de Drieeenheid, de oorsprong van het kwaad, enzovoorts. We kunnen daarom beter nederig voor de Schrift buigen”.

Dood van Christus

De centrale boodschap van de Schrift is volgens ds. Murray dat de dood van Christus effectief is alleen voor hen voor wie Hij Zijn bloed heeft gestort „De Heilige Schrift zegt niet dat Christus voor allen is overgegeven. Zij zegt wel dat zoals alle mensen in Adam als het eerste hoofd der mensheid begrepen en verloren zijn, zij in Christus verlost kunnen worden. Maar dan komt de vraag: als dat zo is, hoe kan het Evangelie dan nog het goede nieuws zijn voor álle mensen als het lijden en sterven van Christus alleen in het leven van de uitverkorenen effect krijgt? Dat is een vraag waarop wij niet het antwoord weten. Maar we mogen nooit afdoen van de ernst waarmee God ons roept. Als we ons bezighouden met de vraag voor welke groep in de kerk de genade geldt komt er een aarzeling in de prediking die de kracht ervan verhindert”.

U sprak uitvoerig in Leicester over het aanbod van genade. Geloof is een gave van God én een plicht waartoe de Schrift ieder mens oproept. Welke boodschap hebt u aan mensen die onder uw gehoor zitten en (nog) niet tot geloof zijn gekomen?

„Ik zou hen niet aan het werk willen zetten. Dat is juist typisch iets voor de arminianen. Zij zeggen dat ze altijd iets moeten doén, zoals –in hun geval- het opsteken van de handen of het naar voren lopen. Zo máken zij hun geloof. Ze vergeten dat het geloof het gevolg is van een wedergeboorte waarin God Zelf iets nieuws maakt. Er komen in deze tijd nieuwe geboorte nieuwe begeerten, Christus wordt voor hen een levende persoonlijkheid. De evangelisten van het Nieuwe Testament zeggen niet alleen dat Christus is opgestaan, maar ook dat Hij op dat moment bij de discipelen aanwezig ís. Christus is niet alleen een historische maar ook een tegenwoordige realiteit.

Een hypercalvinist wil eigenlijk bewijzen dat iemand christen is voor dat hij dat werkelijk is, namelijk wanneer hij daadwerkelijk de toevlucht tot Christus heeft genomen. Ze willen eerst een bepaalde mate van verootmoediging of heiliging aanbrengen en vervallen daarmee precies in de fout van de Rooms-Katholieke Kerk, die de heiliging in de rechtvaardiging schuift. De Reformatie wees daarop op de rechtvaardiging van de goddelóze. We komen alleen tot Christus als er behoefte aan Hem is. Dat is voluit waar. Maar elk mens wordt wel geroepen om tot Hem te gaan. Jezus laat ons echter weten dat Hij tevergeefs Zijn handen heeft uitgestrekt naar een wederstrevend volk. Dat is de tragiek van de zonde, dat de mens liever de duisternis heeft dan het licht”.

Philpot en verwante predikers hebben in de richting van Spurgeon gewezen op het gevaar van louter verstandsgeloof. „Philpot kwam uit een kring van naamchristenen en was daarom bezorgd dat mensen zich zouden bedriegen door een schijngeloof. Het probleem is echter dat de tijden veranderd zijn en hypercalvinisten dit accent hebben behouden. Elke generatie zou daarom opnieuw fris vanuit de Schrift moeten beginnen en zich niet moeten laten leiden door misvattingen in het verleden”.

U spreekt vrij kritisch over de hypercalvinisten, maar leren zij toch ook niet iets dat, staande in de traditie van Calvijn, legitiem is?

Glimlachend: „Hypercalvinisten zeggen zelfs dat zij de wáre calvinisten zijn, hoewel de stroming pas halverwege de achttiende eeuw opkwam. Spurgeon merkte eens op dat hij van zijn hypercalvinistische broeders, zoals hij hen aanduidt, niet verschilde in wat zij geloven maar in wat zij niét geloven. De indruk kan worden gewekt dat het woord ”hyper” slechts een gradueel verschil aanduidt met het calvinisme. Voor Spurgeon was het hypercalvinisme echter een ontaarding van het calvinisme en niet de leer van de reformatoren. Ze zijn daarom eenzijdig.

Hun opvattingen zijn ontstaan door hun specifieke visie op de wil van God. De meeste Nederlandse en Engelse puriteinen stelden dat God nooit iets kan willen dat zonder effect blijft. Wat God wil, doet Hij altijd. De hypercalvinisten redeneerden echter zo: God kan iets willen (de zaligheid van zondaren) wat Hij eigenlijk toch niet wil omdat niet iedereen zalig wordt. Zij concludeerden daaruit dat Hij in feite niet werkelijk wil dat alle zondaren zalig worden omdat Gods wil in dit opzicht alleen effectief is bij de uitverkorenen. Van hen wil Hij werkelijk alleen dat zij zalig worden. Christus is alleen de Verzoener van de uitverkorenen. Dat ontkracht de ernst van de prediking. Hoe kan Jezus zo vaak de mensen oproepen zich te bekeren als Hij dat niet werkelijk gewild heeft?

Er zijn onderscheidingen gemaakt, zoals door theologen als John Murray en Geraldus Vos, tussen Gods raad en Zijn algemene heilswil. Maar dat is een theologisch onderscheid dat eigenlijk niet op de preekstoel thuishoort. Een preek is als een maaltijd. Sommige dingen moeten in de keuken bereid worden en niet op de preekstoel”.

Moet dan de verkiezing niet aan de orde komen in de prediking? „Jazeker, maar dan vooral omdat deze de zekerheid onderstreept van Gods genadige gezindheid ten opzichte van zondaren die tot Hem komen. Het calvinisme is immers van begin tot einde de leer van vrije genade. De verkiezing moet niet worden gepredikt aan hen die niet-christen zijn, maar aan degenen die al christen geworden zijn, met de bedoeling hen te bemoedigen in het geloof. De verkiezing mag echter nooit een obstakel voor niet-christenen worden”.

In Nederland zijn schrijvers als Philpot en Spurgeon, zij het in verschillende kringen, nog steeds populair. Sluiten ze elkaar uit?

„Het zijn beide echte christenen zonder in feite werkelijk grote verschillen. Philpot vond Spurgeon verdacht en oppervlakkig. Dat oordeel is voor een groot deel te verklaren, omdat beide predikanten elkaar ook niet hebben ontmoet. Dat gebeurt overigens veel: omdat we niet met elkaar spreken, is er vaak verkeerde beeldvorming. Philpot overaccentueert de ervaring. Hij beschrijft ervaringen van christenen in hun geloofsstrijd en worstelingen en als christenen kunnen zeggen: dat heb ik ook zo beleefd, dan ben je een christen. Philpot gaf niet zo veel plaats aan de verantwoordelijkheid van de onbekeerden en was erg aarzelend om zijn hoorders op te roepen in Christus te geloven tot verzoening van zonden”.

Is de term “aanbod van genade” dermate omstreden geworden dat het beter vermeden kan worden?

„Het idee achter het woord aanbod is goed. Calvijn, Dordt en vele gereformeerde theologen gebruiken het. Het duidt aan dat God zondaren werkelijk nodigt en hen verzekert dat zij vergeving van Hem kunnen ontvangen. Predikt het Evangelie aan alle creaturen. De belofte wordt gegeven: Bekeert u en geloof het Evangelie en gij zult vergeving van zonden ontvangen. Maar de Heere zegt daarbij tegelijkertijd ook dat zij niet tot Hem willen komen omdat de zonde hen weerhoudt. De mens houdt van zijn zonden en wil niet heilig voor hem leven. Spurgeon zei dat het enige argument tegen de Bijbel is een onheilig leven”.

Is er verschil tussen de puriteinen in de zeventiende eeuw en die in latere eeuwen?

„In elke eeuw verschillen de omstandigheden. In de zestiende eeuw, de tijd van de Reformatie, wisten mensen niets van het christelijke geloof en werd sterke nadruk gelegd op de rechtvaardiging. In de zeventiende eeuw waren er veel naamchristenen en orthodoxie, zodat het belang van de ervaring werd onderstreept. Tegenwoordig is ervaring weer het een en al. Het gevaar is dat het werk van de Heilige Geest een vervanging krijgt door menselijke voortbrengselen. We willen immers dat het Evangelie succesvol is en we willen toch graag resultaten zien? We verwachten weinig van de Heilige Geest langs de weg van gebed en prediking. Als we bidden en preken en er gebeurt niets, dan komt het gevaar om de hoek dat we zelf iets willen doen. Dan zoeken we het bijvoorbeeld is in liturgische vernieuwingen. We kunnen beter onze verwachting op de betrouwbaarheid van het Woord stellen en op Zijn belofte dat Hij dit ook wil zegenen en ook daadwerkelijk zegent”.

KADER

Ds. Iain H. Murray (1931) is een kenner van de wereld van de puriteinen. Hij was van1956 tot 1959 assistent van de befaamde dr. Martyn Lloyd-Jones in de Westminster Chapel in Londen. Hij diende gemeenten in Engeland en Australië. Hij is medeoprichter en directeur van The Banner of Truth, een reformatorische uitgeverij in Edinburgh (met ook een afdeling in Amerika), die puriteinse lectuur op de markt brengt en predikanten conferenties organiseert, zoals deze week in Leicester. Ds. Murray publiceerde verschillende boeken over de geschiedenis van de puriteinse beweging. opwekkingen en prominente predikers als Edwards, Spurgeon, Martyn Lloyd-Jones en Arthur W. Pink.

Vorig jaar verscheen zijn veelbesproken boek ”Spurgeon versus hypercalvinism; the battle for Gospel preaching”. In dit boek zet hij de achttiende–eeuwse controverse uiteen tussen Spurgeon aan de ene kant en het hypercalvinisme, gecentreerd rond personen als John Gill, Philpot, Huntington, aan de andere kant. De laatsten verzetten zich tegen de leer van de baptistenpredikant, die volle kerken trok. Hun verwijt in de richting van Spurgeon was dat hij met zijn oproep (plicht) om te geloven (het zogenaamde ”duty-faith”) de weg zou openen voor een gemakkelijke verstandsgeloof ( ”easy-believing”).

Toen de baptistische prediker Philpot de vraag kreeg of het geoorloofd was om naar een gemeente te gaan waarin van een dergelijk plichtsgeloof sprake was, gaf hij het antwoord: thuisblijven, de hymnen van Hart zingen en een goed boek lezen. „Het is beter thuis te blijven dan in de gemeenten van de doden te verkeren”, zo adviseerde hij de vragensteller.

Het zogenaamde hypercalvinisme bestreed de algemene nodiging tot het heil op grond van de bijzondere voldoening door Christus. De genade zou alleen aangeboden kunnen worden aan de reeds gevoelige zondaren (”sensible sinners”) die uitverkoren zijn.

In zijn lezing tijdens de Leicester-conferentie ging ds. Murray uitvoering in op de spanning tussen de bijzondere voldoening en het algemeen aanbod van genade. „Beide strijden niet met elkaar, maar de missing link is ons wel verborgen”, zegt ds. Murray.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 mei 1998

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Genadeaanbod is onverklaarbaar

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 mei 1998

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken