Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De andere kant van koningin Wilhelmina

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De andere kant van koningin Wilhelmina

Kleding en brieven stellen beeld van strenge afstandelijke vrouw bij

8 minuten leestijd

De moeki van Juliana, de koningin met het mooie gezicht en de enige man in de Nederlandse regering. Drie benamingen voor de vrouw die vijftig jaar lang over Nederland regeerde. Op 6 september is het een eeuw geleden dat Wilhelmina Helena Pauline Maria als koningin der Nederlanden ingehuldigd werd. De eerste vorstin zou uitgroeien tot een Moeder des Vaderlands.

Het gros van de Nederlanders kent Wilhelmina alleen uit de geschiedenisboekjes en van de talloze herdenkingsprogramma's over de Tweede Wereldoorlog. In die documentaires spreekt zij haar volk vanuit Londen via Radio Oranje met een helderde, scherpe stem toe.

Zo ontstaat het beeld van een vrouw op middelbare leeftijd, die niet met zich laat spotten. Ze stond haar mannetje. Haar verschijning had zo op het oog weinig koninklijks. Haar garderobe leek louter te bestaan uit wijde mantels, waarbij het bontje of vosje rond de nek de enige frivoliteit scheen te zijn die zij zich veroorloofde.

Ook het monument in Den Haag dat Charlotte van Pallandt maakte, laat haar zo in de herinnering van de Nederlanders voortleven. Dat de kunstenares hiervoor heeft gekozen, is geen wonder. De jaren '40-'45 waren, hoe wrang dat ook klinkt, de gloriejaren van Wilhelmina's regering. Vanuit Londen kon zij haar volk moed inspreken en tot verzet aanzetten. Zij deed dat in niet mis te verstane woorden. In oktober 1942 stond de vorstin stil bij de Nederlanders die "vielen als slachtoffers van de redeloze bloeddorst der moffen". Bij die gelegenheid zei zij ook NSB'ers en andere helpers van de Duitsers de wacht aan: "Wie, op welke wijze ook, zijn medewerking nog blijft verlenen aan dit schrikbewind, die zal na onze bevrijding de gevolgen daarvan hebben te aanvaarden, en het zwaar te verantwoorden hebben".

Verontwaardiging

Zij besefte heel goed dat haar onderdanen weinig konden uitrichten tegen de deportatie van de joden. "Ik deel van harte in uw verontwaardiging en smart over het lot onzer Joodse landgenoten. Waar gij uw gevoelens niet moogt uiten, daar doe ik dit thans voor u".

In die jaren handelde Wilhelmina staatsrechtelijk gezien op het scherp van de snede. De krachtige persoonlijkheid die zij was, kon de verleiding niet weerstaan om de ruimte te nemen die er bij gebrek aan een parlement ontstaan was. In de meeste gevallen dolf zij uiteindelijk het onderspit, dankzij premier Gerbrandy, die nauwkeurig de staatsrechtelijke grenzen bewaakte.

Het was niet de eerste keer tijdens haar regering dat zij de reikwijdte van de grondwet verkende. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog speelde zij serieus met de gedachte om het dan zittende kabinet-Cort van der Linden naar huis te sturen. Haar adviseurs, onder wie de CHU-voorman De Savornin Lohman, wisten dit te verijdelen.

Allure

Kortom, een dame die van wanten wist, zeker als het in haar ogen om het landsbelang ging. Er blijkt ook een andere Wilhelmina te hebben bestaan. Niet de sober geklede dame, maar een vrouw die vond dat zij koninklijke allure uit moest stralen. Deze ontdekking deed conservator Elisabeth van Braam van Rijksmuseum Paleis het Loo. Zij stelde een tentoonstelling van in totaal 65 kledingstukken van koningin Wilhelmina samen. De doopjurk van Brussels kant, de inhuldigingsjapon, de verlovings- en trouwjurk en de mantelpakken uit haar laatste levensjaren zijn vanaf morgen in de westelijke vleugel van het paleis te zien.

"Wat zij aan kleding heeft nagelaten, is van een verrassende diversiteit. Het corrigeert het naoorlogse beeld dat bijna iedereen heeft. De kleding laat haar zien als baby, als slanke 18-jarige, maar ook als bejaarde vrouw. De 65 kledingstukken ontvouwen heel haar leven. Het blijkt geen sober geklede vrouw te zijn geweest. Zij heeft een heel kleurrijke garderobe gehad. Als je langs de japonnen wandelt, zie je Wilhelmina staan. Kleding zit zo op de huid. Dichterbij kun je niet komen. Het vervult je met ontzag. Bijna al die kleren zijn verbonden met belangrijke historische gebeurtenissen".

Corrigeren van het beeld is zachtjes uitgedrukt. Wilhelmina heeft zich niet enkel gehuld in zwart en wit. Gedurfde kleuren als bordeauxrood, pistachegroen, paars en oudroze blijken het lichaam van Nederlands eerste koningin te hebben bedekt. Evenals haar kleindochter Beatrix heeft zij het experiment niet geschuwd. Welke 68-jarige zou zich anno 1948 in een zwarte mantel afgezet met een felgroene bies durven steken? Wilhelmina wel. Ze had hem aan toen zij van haar koningin geworden dochter Juliana de Militaire Willemsorde kreeg.

Modehuizen

Tot aan de Eerste Wereldoorlog kocht Wilhelmina haar kleding in Parijs bij de modehuizen Premet en Nicaud. Het laatste modehuis stak bijna heel vorstelijk Europa in de kleding. Wilhelmina en haar moeder gingen tot de c lientèle behoren op aanraden van familieleden. De inhuldigingsjapon maar ook haar inmiddels groen geoxideerde trouwjurk waren door Nicaud ontworpen. Nicaud tekende ook voor een fraaie van rijke borduursels voorziene manteau de cour, een sleep van 3,75 meter die aan de hals van de galajapon gehecht kon worden. Wilhelmina droeg hem bij een bezoek aan haar schoonfamilie in 1901 in Schwerin.

De van grote decolletés voorziene galajaponnen werden alleen op hoogtijdagen gedragen. Bij haar huwelijk in 1901 bevatte Wilhelmina's garderobe 37 japonnen. Zo waren er zes bestemd voor gala's, twee voor grote audiënties, zes voor visites en kleine diners, vier voor kleine audiënties, zes wandeljaponnen en twee tea-gowns (gemakkelijke japonnen). Naarmate de japonnen bestemd waren voor minder feestelijke gebeurtenissen, waren ze hoger gesloten rond de hals. De meeste waren van zijde. "Wilhelmina koos dure stoffen, die mooi vielen".

Een trendsetter was zij evenals haar vorstelijke tijdgenoten niet. "De mode werd bepaald door Franse actrices en daarmee encanailleerde een koningin zich niet. De koninklijke kleding was conservatief, dat duidt op een zekere stabiliteit. De draagster doet niet aan elke modegril mee". Wilhelmina waakte ervoor wat haar kleding betreft niet verkwistend over te komen. Na de Eerste Wereldoorlog kocht ze daarom bij het Nederlandse modehuis Kühne; alleen voor jubilea winkelde ze nog in Parijs. Ook liet ze veel kleding vermaken, om ze soms jaren later nog eens te dragen. De mauve japon die ze bij de plechtigheden rond haar abdicatie droeg, kwam opnieuw uit de kast toen prinses Beatrix in 1956 achttien werd.

In haar vele brieven heeft Wilhelmina weinig woorden vuil gemaakt aan haar garderobe. Het ging meestal om welke kleding ze mee zou nemen, zoals in de brief van 26 mei 1907 aan haar moeder. "Ik breng maar geene halfhooge japon mee daar ik niet denk dat U tijdens Zitta's -een Duitse nicht- verblijf diners zult geven. Ook dacht ik aan te komen in eene japon waarin ik ook kan eten, om niet verder op te houden, de groote klederij neemt zoo lang".

Ze had bepaald geen hoge pet op van het modebewustzijn van de Parijse dames. Na een bezoek aan de Franse hoofdstad laat zij aan een hofdame weten: "Men ziet overal in Parijs kunstschatten en over het geheel heeft men veel smaak met uitzondering van de kleeren; wat dat betreft is Frankrijk mij zeer tegengevallen. De dames bijv. op de Elysée zijn alles behalve gedistingeerd en elegant".

Gevoelswereld

In haar brieven gaf Wilhelmina niet alleen haar mening over anderen, ook gunde ze daardoor anderen een blik in haar gevoelswereld. Zo schreef zij haar Engelse gouvernante, miss Winter, bijna lyrisch over haar verloving met prins Hendrik. Miss Winter zou er geen flauw idee van hebben hoe gelukkig haar voormalige pupil was. "Het zal mijn hoogste doel in mijn leven zijn om een waardige vrouw voor hem te zijn".

Tijdens haar huwelijksreis, een verblijf van enkele weken op het Loo zonder hofhouding, hield ze haar moeder nauwgezet op de hoogte van haar geluk. "Wij waren den ganschen dag samen. U zult U dan wel kunnen voorstellen hoe heerlijk gezellig het is! Het overtreft mijne stoutste verwachtingen! Natuurlijk zijn wij alleen uitgegaan en o! dat heerlijke gevoel van niet achterna gelopen te worden. En dan die zalige rust in de natuur om ons heen".

Over haar man heeft Wilhelmina in de eerste jaren niets dan goeds te melden. "Al schreef ik nog tien bladzijden vol van lof en goeds over mijn Hendrik, ik zoude hem nog geen recht doen, zóó lief is hij!"

Na een van haar vele miskramen luchtte ze bij haar moeder haar hart. "U weet niet hoe naar ik was U verdriet gedaan te hebben, u weet het niet, en ik vind mij erg, erg leelijk; het was alles mijne eigen slechte schuld. Ik zal maar niets meer erover schrijven; uitvluchtjes en 'maar's maken het niet beter".

Spekkie

In haar correspondentie liet zij haar afstandelijkheid varen. De vriendinnetjes van haar dochter kregen briefjes ondertekend met de "Moeki van Juliana". Zij permitteerde zich zelfs enige zelfspot. "Spekkie -koningin Emma-, wat hebt U toch een raar wezen in de wereld gezet, verwondert U er U soms niet zelf over".

De gewone Nederlander heeft hier nauwelijks iets van geweten. Deze kant van Wilhelmina komt pas naarbuiten nu vele jaren na haar dood -in 1962- de archieven langzaam maar zeker opengaan. Ze heeft het waarschijnlijk ook zo gewild. Als geen ander hield Wilhelmina (tot verdriet van onder meer haar biograaf Fasseur) opruiming in haar stukken. Alles wat maar enigszins haar koninklijke waardigheid kon aantasten heeft zij tijdens haar leven verwijderd.

Het deed haar goed, zo verhaalde haar laatste particulier secretaris Booy, om getypeerd te worden als de Moeder des Vaderlands. Daarmee kwam zij in het rijtje van de groten van haar voorgeslacht, die begon met de Vader des Vaderlands. De koningin, die haar ambt als van God gegeven beschouwde, was doordrongen van de gedachte dat mensen als zij "geschiedenis maken en daarna geschiedenis worden en er mag geen dag zijn dat wij daar niet aan denken".

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1998

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

De andere kant van koningin Wilhelmina

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1998

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's