Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In memoriam Adriaan C. Schuurman

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In memoriam Adriaan C. Schuurman

5 minuten leestijd

Adriaan C. Schuurman is zaterdag begraven. De man van het kerklied overleed afgelopen maandag op 94-jarige leeftijd. Schuurman behoorde met Cor Kee, George Stam en Adriaan Engels tot de organistengeneratie uit de eerste jaren van deze eeuw. Hij stamt uit de school van Cornelis de Wolf. De musicus bezat, naar eigen zeggen, "in diepste wezen een vocale aanleg". Na organist en koordirigent in Schiedam, Lochem en Amersfoort te zijn geweest, ontpopte hij zich, vanaf 1950, in de Haagse Maranathakerk als vernieuwer van de liturgie in de eredienst. Hij was niet tevreden met de eenkleurigheid van de gemeentezang in de eredienst. "Ik wilde die zang op een beter niveau brengen en ook het kerkkoor een plaats geven in de liturgie. (...) Mijn kerkmuziek was bedoeld tot eer van God, maar op een andere manier dan men gewend was".

De periode in Amersfoort noemde Schuurman zijn mooiste tijd als uitvoerend musicus. Hij richtte er onder andere het Toonkunst Oratorium Koor op, waarmee hij passionen en oratoria uitvoerde. De musicus genoot van het drieklaviers Naber-orgel in de St.-Joris. Toen hij echter een koor in de dienst introduceerde, verzette de behoudende stroming zich daartegen. Adriaan C. Schuurman vertrok naar Den Haag. "Omdat ik de gedachte had dat hier de liturgische idealen volledig zouden kunnen worden gehonoreerd en gerealiseerd: een predikant, dr. W. Aalders, die zich verdiepte in deze erfenis van de kerk der eeuwen, een liturgisch ingerichte kerk met knielbanken, kortom, een kweekplaats voor liturgische vernieuwing".

Schuurmans hoop werd niet beschaamd: "Wat de eredienst betreft was Den Haag de fijnste tijd". Hij kreeg er de ruimte om zijn vleugels uit te slaan. Door hem gecomponeerde koorwerken bracht de cantorij in de eredienst tot klinken. Aan cantatediensten en muziekavonden in de Maranathakerk deden bezoekers uit het hele land inspiratie op.

De "aartscantor" Schuurman

Arie Eikelboom, leerling van Schuurman, volgde hem in de Maranathakerk op. Schuurmans betekenis voor de Nederlandse kerkmuziek bestaat voor Eikelboom in het feit dat hij geprobeerd heeft de calvinistische traditie uit te breiden door de kerkmuziek een wezenlijk onderdeel van de liturgie te laten zijn. Eikelboom: "Hij voerde in de Maranathakerk het zingen van onberijmde psalmen in. Schuurman was er tevens voorstander van, de kerkzang voor te bereiden door met de gemeente voor de dienst onbekende melodieën te zingen. Ook zette hij zich in voor het ritmisch zingen van de psalmen. Daarnaast schreef hij veel zettingen voor kerkkoren".

De typering "aartscantor van Nederland" komt Schuurman toe, vindt Eikelboom. "Hij bracht aan het hervormde seminarium "Hydepark" aankomende predikanten de beginselen van het kerklied bij. Dat vulde hij praktisch in. Hij liet hen tijdens het wandelen psalmen zingen, hield hun voor dat kerkmuziek meer is dan het spelen van een orgelversje en probeerde hen van het vocale karakter van het kerklied te doordringen".

Ondanks de niet altijd direct gemakkelijk in het gehoor liggende melodieën zijn veel gezangen van Schuurmans hand gemeengoed in protestantse kerken. De toonkunstenaar erkende dat zijn melodieën, onder andere gecomponeerd voor het Liedboek voor de Kerken, "soms wat moeilijk te behappen zijn". Ze getuigen wel van de hoge eisen die de componist aan zijn werk stelde. Er moest wat voor gedaan worden. Om ze te kunnen zingen, achtte Schuurman hulp van een cantor of een koor onmisbaar. "Het lukt als er maar iets van die geestkracht aanwezig is die in het lied zelf is".

Schuurman werkte mee aan de totstandkoming van de Hervormde Bundel van 1938 en het Liedboek voor de Kerken. De kerkmusicus componeerde ook grote werken als de drie bijbelse lofzangen voor koor en orkest, een Te Deum Laudamus voor koor, baritonsolo en orgel, en het oratorium "Markus".

Ook als pedagoog trok Adriaan C. Schuurman zijn sporen. Hij doceerde onder andere kerkmuziek aan de conservatoria van Den Haag en Rotterdam. Zijn leerling Eikelboom: "Hij was een gedreven, veeleisend man en had een enorme persoonlijke uitstraling. Dat kwam tot uiting in zijn interesse in persoonlijke omstandigheden en gesprekken over attitude, het geloof en de houding ten opzichte van de kerk".

Tot voor kort bezocht Adriaan C. Schuurman de diensten in de Haagse Maranathakerk. Arie Eikelboom: "Hij bleef een betrokken en kritisch man. In een boekje, dat hij altijd bij zich droeg, noteerde hij zettingen waarvan hij vond dat die anders konden. Met die aantekeningen kwam hij naar je toe. Vrijwel nooit heb ik dat als storend ervaren. Het werkte bevruchtend".

De organist Schuurman

Organist Jan J. van den Berg noemt Adriaan C. Schuurman zijn "geestelijke vader". Schuurman bracht hem de kunst van het orgelspel bij. Van den Berg: "De persoon Schuurman als organist is nog steeds onderbelicht. De jaren in Amersfoort zie ik als zijn glorietijd. Indrukwekkend waren zijn improvisaties. Scherp, kernachtig en vakkundig wist hij de tekst van een koraal te verklanken. Een improvisatie kon uitmonden in een fantasie à la Max Reger of in een heel subtiel miniatuurtje. Op zondagmorgen kwamen organisten als Adriaan Blankenstein en Klaas Bartlema naar de Joriskerk om, ook in muzikaal opzicht, op te laden. "Van Schuurman leerde je wat", zeiden ze".

Ieder orgelconcert, behalve een Bach-herdenking, begint Jan J. van den Berg met een werk van Schuurman. "Schuurman heeft ons voorname orgelwerken nagelaten. Neem de Toccata en Fuga in e kleine terts -een moeilijk, maar indrukwekkend stuk- en de koraalgebonden composities, zoals de Preludium over "Op bergen en in dalen". Zijn improvisaties en orgelwerken klinken laatromantisch en zijn zeer kleurrijk. Je hoort er Max Reger, César Franck en Cornelis de Wolf in terug. Schuurman was een gelovig christen. Dat stroomde via zijn improvisaties naar buiten. Het kenmerkende van zijn orgelmuziek is dat het zingt van binnenuit".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 31 augustus 1998

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

In memoriam Adriaan C. Schuurman

Bekijk de hele uitgave van maandag 31 augustus 1998

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken