Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eis: vijf jaar cel voor   brand in Harderwijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Eis: vijf jaar cel voor brand in Harderwijk

Verdachte vrouw ontkent schuld aan drama

4 minuten leestijd

ZUTPHEN - Tegen de 36-jarige vrouw K. S. uit Harderwijk is vijf jaar cel en tbs met dwangverpleging geëist. De vrouw wordt beschuldigd van brandstichting in een monumentaal pand aan de Smeepoortstraat in Harderwijk in de nacht van 26 op 27 januari van dit jaar. Bij de brand kwamen de 25-jarige kamerbewoner Marcus Sakkers en de brandweermannen Harm Foppen (28) en Erik Timmer (23) om het leven.

De vrouw zou in de bewuste nacht de kamer van haar vriendin binnen zijn geslopen en de vijf kranen van het gasfornuis hebben opengezet. De vriendin verbleef die week in het huis van de verdachte.

Ondanks de moeilijke bewijsvoering dat zij daadwerkelijk in het pand is geweest, eiste de officier van justitie een gevangenisstraf van vijf jaar en tbs met dwangverpleging. De vrouw bleef ontkennen de dader te zijn.

Tijdens de rechtszitting legde zij tegenstrijdige bekentenissen af. Ze gaf wel toe dat ze in het pand aan de Smeepoortstraat is geweest. De vrouw zou rond twee uur het huis zijn binnengegaan om naar het toilet te gaan. "Het was half twee 's nachts en ik ging naar de bank om te pinnen. Mijn ex-man zou geld hebben gestort en ik zat in geldnood". Het geld bleek nog niet overgemaakt te zijn. De vrouw liep een rondje door de wijk en ging vervolgens het pand aan de Smeepoortstraat binnen.

Kapstok

Op de vraag of ze iemand had gezien in de hal van het huis legde ze verschillende verklaringen af. Ze zou een persoon hebben gezien. Even later zei ze dat er twee personen aanwezig waren. Ze beweerde op een gegeven moment niemand te hebben gezien.

Volgens officier van justitie mevrouw A. Zuil blijkt uit onderzoek van de technische recherche dat de deur van het pand waar de vriendin van de verdachte woonde niet afgesloten was. Een van de getuigen vertelde dat ze de deur eerder die avond gesloten had. S. zou met een sleutel, die later tijdens huiszoeking werd gevonden, de deur hebben geopend. In de keuken moet ze volgens de officier vervolgens de vijf gaskranen van het fornuis hebben opengedraaid.

Volgens de officier zou een van de redenen van deze daad zijn geweest dat de vrouw eerder die dag van haar therapeut te horen had gekregen dat zij haar niet langer kon helpen. Deskundigen van het Pieter Baan Centrum achtten haar, na een week observatie, verminderd toerekeningsvatbaar. Het centrum concludeerde dat ze een persoonlijkheidsstoornis heeft. De vrouw voelde zich in de steek gelaten, handelde impulsief en had snel wisselende stemmingen. "Met het aansteken van de brand wist ze zeker de aandacht te krijgen van de mensen om haar heen", aldus de officier.

Hangen

De brand in het pand brak om ongeveer kwart over twee uit en greep razendsnel om zich heen. Om hun levens te redden moesten de tien aanwezige kamerbewoners uit ramen springen of aan vensterbanken gaan hangen. Een 25-jarige kamerbewoner kwam in de vlammen om.

Aanvankelijk vreesde de brandweer ook voor het leven van een twaalfde kamerbewoner. Deze vrouw, de vriendin van S., sliep die bewuste nacht bij de verdachte. Hoewel S. dit wist, gilde ze hysterisch dat haar vriendin nog in het pand was. "Weet u wel hoezeer u de hulpverleners in gevaar heeft gebracht met uw opmerkingen terwijl u beter wist?" vroeg rechter mr. J. F. M. Honig af.

Al vanaf het begin van de brand was S. in de omgeving aanwezig. Tegenover een radio-omroep vertelde de verdachte dat ze tijdens het pinnen het pand zag branden. Volgens de officier was het op die locatie niet mogelijk de brand te zien. S. erkende haar fout tijdens de rechtszitting.

Niet schuldig

Op de vraag van de rechter waarom ze elke keer de waarheid verdraaide, zei S. dat ze moest bewijzen niet schuldig te zijn. Hierop merkte de rechter op: "U hoeft zichzelf niet te bewijzen, maar u moet de maatschappij tonen dat u onschuldig bent".

S. bleef de hele rechtszitting ontkennen de brand aangestoken te hebben, maar de officier achtte het bewezen dat ze de brand heeft gesticht. "Alles wijst daarop", zo vond zij.

Advocaat van de verdachte, mr. H. Steentjes, zette daar vraagtekens bij. Volgens hem heeft Justitie niet aan kunnen tonen dat zijn cliënte in het pand is geweest. "Het verhaal van de officier is slechts een mogelijk scenario. Dat ze elke keer weer een ander verhaal vertelt, heeft alles te maken met haar stoornis", meende Steentjes.

De advocaat vindt dat het onderzoek van politie en Justitie "doorgeschoten" is. "Het onderzoek was helemaal gericht op mijn cliënte en daardoor zijn zaken onbelicht gebleven". Hij verzocht de rechtbank dan ook haar vrij te spreken. "Het is wel belangrijk dat ze hulp krijgt, want daar is ze hard aan toe. Er moet alleen geen strafrechtelijke eis aan ten grondslag liggen".

De rechtbank zal over twee weken uitspraak doen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1998

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Eis: vijf jaar cel voor   brand in Harderwijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1998

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken