Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een tropische mislukking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een tropische mislukking

Geflopte ontwikkeling West-Suriname kostte Nederland ruim 200 miljoen gulden

9 minuten leestijd

Wat in de jaren zeventig een belangrijke impuls had moeten worden voor het kort daarvoor onafhankelijk geworden Suriname, eindigde in een van de grootste fiasco's in de geschiedenis van de Nederlandse ontwikkelingshulp.

Het westelijk deel van Suriname moest het tweede centrumgebied in het land worden, waarvoor totaal ruim 200 miljoen gulden werd vrijgemaakt. Daarvan werd ruim 135 miljoen gulden geïnvesteerd in een ruim 50 kilometer lange spoorlijn door het oerwoud. Twintig jaar later ligt deze er verlaten bij, terwijl het nabijgelegen indianendorp Apoera nooit, zoals gepland, is uitgegroeid tot de tweede stad van het land. Een geprojecteerd stuwmeer en een aluminiumfabriek werden nooit gerealiseerd.

De bauxietweg die achter Zanderij, 60 kilometer ten zuiden van Paramaribo, begint voert de reiziger ruim 400 kilometer lang door een adembenemend stukje Amazone-regenwoud. Apen, herten, kapasi's, schildpadden en andere oerwoudbewoners laten zich regelmatig zien. Sinds kort is deze zogeheten Bosontsluitingsweg, die eindigt in het aan de grensrivier de Corantijn gelegen achthonderd zielen tellende Apoera, voor voertuigen met vierwielaandrijving redelijk begaanbaar. Niet in de laatste plaats door vriendjespolitiek van de zittende regering-Wijdenbosch.

Ruim een jaar geleden kreeg de oud-militair Abrahams, die vandaag de dag onder meer aannemer is, de opdracht de weg te renoveren. Een omstreden opdracht, want hoeveel het de Surinaamse belastingbetaler kost weet het verantwoordelijke ministerie van Openbare Werken niet te vertellen. Abrahams is een vertrouweling van ex-dictator Desi Bouterse, die achter de schermen opnieuw veel politieke invloed heeft sinds zijn Nationale Democratische Partij (NDP) de macht via legale weg bemachtigde.

Abrahams was samen met twee collega's in 1980 de directe aanleiding voor de onder leiding van Bouterse gepleegde staatsgreep. Het drietal was gearresteerd naar aanleiding van een conflict tussen de militairen en de regering, die weigerde de vakbond te erkennen. Op 25 februari van dat jaar zou de Krijgsraad uitspraak doen, maar zestien militairen gooiden gewapenderhand roet in het eten.

Speciaal pasje

Abrahams heeft volgens binnenlandbewoners een stevige vinger in de pap in het westelijk deel van het land. Behalve dat hij aannemer is, verdient hij ook een goed belegde boterham met de handel in onder meer goud en hout. Hoeveel macht hij heeft, blijkt halverwege de Bosontsluitingsweg, waar voertuigen stuiten op de afgebrande Mazonia-brug. Ruim een jaar geleden brandde deze onder verdachte omstandigheden af. Boze tongen beweren dat Abrahams daar zelf achter heeft gezeten om te kunnen controleren wie 'zijn' gebied betreden. Inmiddels is een noodweggetje dwars door het ondiepe rivierwater aangelegd. Alleen zij die beschikken over een speciaal pasje, dat verkregen kan worden bij het kantoor van Abrahams in Paramaribo, mogen passeren.

Tachtig kilometer verder wordt Kamp 52 gepasseerd, waar het steenslagbedrijf Grassalco actief is. Hier wordt de omstreden spoorlijn zichtbaar, die er tot het 40 kilometer verderop gelegen Apoera opmerkelijk gaaf bij ligt. De spoorlijn loopt volgens Surinamers "van niets naar nergens." Slechts halfvergane wagons en een overwoekerd stationsgebouw herinneren eraan dat hier iets goed fout is gegaan. Op de bescheiden kade van Apoera staat nog een uitstekend onderhouden, knalgele locomotief. Na de voltooiing van de spoorbaan heeft de dieseltrein sporadisch op en neer gereden, met name voor Grassalco. Maar sinds jaar en dag is het een stilstaande bezienswaardigheid aan de oevers van de Corantijnrivier. Als een soort symbool van een van de grootste fiasco's in de geschiedenis van de Nederlandse ontwikkelingshulp.

'Groot' denken

De meest fervente voorstander van de ontwikkeling van West-Suriname was Frank Essed, de toenmalige minister van Opbouw. Om het land vooruitgang te bieden, moest men in zijn visie 'groot' denken en het niet alleen zoeken in de kleinschalige productie. Hij ontwikkelde een groei- pooltheorie, waarin de hoofdstad Paramaribo als het enige economische centrum van het land ontlast zou worden. West-Suriname zou een deel van die centrumfunctie moeten overnemen. Suriname had in ieder geval de tijd mee, want het was in 1975 net onafhankelijk geworden en had als geschenk van Nederland 3,5 miljard aan verdragsmiddelen toegezegd gekregen. Dus financiële belemmeringen stonden de uitvoering van het project niet in de weg.

Er kwam inderdaad veel geld vrij, maar het liep allemaal anders. Weliswaar had de Surinaamse regering reeds in 1968 afspraken gemaakt met een consortium, waarin ook het Nederlandse Billiton was vertegenwoordigd, voor de winning van bauxiet in het nabijgelegen Bakhuys-gebergte. Geschat wordt dat de voorraad daar minimaal 80 miljoen ton bedraagt.

Enkele jaren later besloot de regering het consortium aan de kant te zetten en ging in zee met de Amerikaanse multinational Reynolds. Suriname verplichtte zich de spoorlijn aan te leggen, waarvoor Nederland 135 miljoen gulden uit de Verdragsmiddelen beschikbaar stelde. Ook werd 28 miljoen gulden op tafel gelegd ter voorbereiding van de aanleg van de iets noordelijker geplande Kabalebo-stuwdam en enkele tientallen miljoenen guldens voor infrastructurele verbeteringen rond Apoera, waar een flink aantal woningen werd gebouwd.

Maar politiek Den Haag voelde er weinig voor al deze investeringen te plegen ten behoeve van een Amerikaans bedrijf. Suriname werd onder druk gezet om Reynolds de rug toe te keren en opnieuw een overeenkomst te sluiten met het Billiton-consortium. Reynolds kreeg als pleister op de wond een schadeloosstelling van 7 miljoen dollar.

Dalende prijzen

Maar toen de spoorlijn in 1979 gereed kwam, trokken de bauxietmaatschappijen zich terug omdat de dalende prijzen voor bauxiet op de wereldmarkt winstgevende exploitatie en verwerking onmogelijk maakten. Daarmee was ook de aanleg van de stuwdam overbodig geworden en werden werkzaamheden ter verbetering van de infrastructuur in Apoera en omgeving stilgelegd.

De 200 miljoen gulden die naar West-Suriname is gedragen, heeft het gebied nauwelijks ontwikkeling gebracht, zo kan na ruim 20 jaar worden geconstateerd. De regio heeft sinds het begin van de dictatuur vooral in negatieve zin regelmatig het nieuws gehaald. Het zou een vrijhaven zijn voor de doorvoer van cocaïne, die vanuit Colombia naar Europa en de Verenigde Staten wordt vervoerd.

In 1989 formeerde Bouterse een privé-leger van indianen, de Tucajana-Amazones, die zich verzetten tegen de kort daarvoor bereikte vredesovereenkomst tussen de regering en het Jungle Commando van Ronnie Brunswijk, dat een einde van de binnenlandse oorlog had moeten inluiden. Bouterse had alle belang bij deze zet. In 1987 was zijn NDP, het politieke verlengstuk van zijn militaire regime, bij de verkiezingen weggevaagd. Door onrust te zaaien hoopte hij de positie van de regering te kunnen ondermijnen. De Tucajanas, die werden getraind door militairen, waren al snel heer en meester in het gebied. Pas nadat in 1991 een nieuwe vredesovereenkomst was getekend keerde de rust in West-Suriname terug.

Suharto-familie

De laatste jaren zijn het vooral meldingen van grootschalige, deels illegale houtkap door buitenlandse multinationals, zoals het Indonesische Musa, dat wordt geleid door familie van de gevallen president Suharto, die ongerustheid baren. Gezien het feit dat de huidige regering in ernstige financiële problemen verkeert, is het niet te verwachten dat aan die praktijken een einde wordt gemaakt.

De tentakels van de leidende politieke partijen in het machtscentrum in Paramaribo, met de NDP voorop, reiken nog altijd tot in West-Suriname. Na het aantreden van de regering-Wijdenbosch, in oktober 1996, werd al snel schoon schip gemaakt en op de belangrijkste bestuurlijke posten kwamen NDP'ers te zitten. Dat heeft ook Julius Lingaard ervaren. Hij was tot voor 2 jaar dorpskapitein van het zeshonderd zielen tellende Washabo, een op 4 kilometer van Apoera gelegen indianengemeenschap. Maar met de komst van Wijdenbosch kwam er een einde aan zijn 'burgemeesterschap'. Lingaard had de pech niet tot de NDP te behoren, maar lid te zijn van de Nationale Partij Suriname (NPS) van ex-president Ronald Venetiaan, die naar de oppositiebanken was verwezen.

Zijn baan als ambtenaar van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) heeft hij wel behouden, al weet hij zelf nauwelijks welk werk er voor hem in Washabo te doen is. "Ik geef de mensen wat advies als ze daarom vragen. Maar dat gebeurt niet veel. Washabo moet evenals Apoera worden ontwikkeld om nog toekomst te hebben. Echter, met onwillige honden is het slecht jagen. We proberen zelf initiatieven te ontplooien, hoewel we op steun van de overheid niet hoeven te rekenen. Zo wordt ons al 20 jaar elektriciteit beloofd. Het is er echter nog steeds niet. Dus moeten we zelf op zoek gaan naar fondsen."

Spookstadje

Ook in Apoera hebben de bewoners allang de hoop opgegeven dat de in de jaren zeventig aangekondigde gelanceerde plannen nog worden voltooid. Het dorpje blijft er daarom vooralsnog troosteloos bij liggen. De rechte straten en keurig verdeelde kavels zijn er een teken van dat het dorp is ontstaan op de tekentafel. De achthonderd inwoners houden zich nu in leven dankzij de visserij en de grootschalige houtkap in de omgeving, terwijl menigeen op de loonlijst staat van Grassalco.

"Voor een buitenstaander is dit misschien een spookstadje, maar het is ons thuis", zegt Marina Sabajo. Zij trok in haar jeugd met haar ouders naar Apoera, waar haar vader een winkeltje begon dat inmiddels is opgedoekt. "Mijn vader vertrouwde erop dat Apoera zou uitgroeien tot de tweede stad van Suriname, dus het leek hem een goede stap om zich hier als een van de eerste ondernemers te vestigen. Dat de plannen uiteindelijk mislukten heeft hij wel betreurd, maar spijt van zijn verhuizing naar hier heeft hij nooit gehad. Hier heb je de rust die je in Paramaribo niet meer kunt vinden."

"Natuurlijk wens ik ook, zoals iedereen, dat de bauxietmaatschappijen alsnog hier komen en dat de stuwdam wordt gebouwd. Dat zou alleen maar goed zijn, zowel voor Apoera als voor geheel Suriname. Maar zoals de economische situatie in het land nu is, zie ik dat niet gebeuren. Misschien dat na 2006, als de bauxietvoorraden elders in het land zijn uitgeput, Billiton alsnog besluit om tot exploitatie van het Bakhuys-geber gte over te gaan."

Verbitterd

Oud-dorpskapitein Lingaard is eveneens verbitterd over de mislukking van het West-Suriname-project. Hij hoopt in ieder geval op de bouw van de geprojecteerde Kabalebo-stuwdam als het politieke klimaat wat gunstiger wordt. De laatste pogingen hiertoe werden in de beginjaren van de militaire dictatuur genomen, maar strandden bij gebrek aan financiën. "Er ligt nog een dikke lange kabel op de plaats waar de stuwdam moet komen. Als een soort symbolisch aandenken. Als de dam er ooit nog komt, zal dat een enorme stimulans voor Apoera en Washabo zijn. Maar ja, zonder steun van Nederland zal het nooit lukken. Hoewel, met de regering-Wijdenbosch weet je het nooit. We zullen dus niet raar staan te kijken als we vandaag of morgen machines voorbij zien komen die met de bouw van de dam en de aanleg van het stuwmeer gaan beginnen. Als ze er zelf aan kunnen verdienen, zijn ze er als de kippen bij."

Hoewel de bewoners treuren over de megaflop, spreken ambtenaren van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken niet graag van een mislukking van het project. In de onlangs uitgekomen publicatie "Nederland en Suriname; Ontwikkelingssamenwerking 1975 tot en met 1996" van de Directie Voorlichting Ontwikkelingssamenwerking (DVL/OS) wordt het fiasco zelfs gebagatelliseerd. "Onbekendheid met de aard van de bestedingen heeft tot misvattingen geleid. Voor sommigen is de spoorlijn in West-Suriname symbolisch voor de 'witte olifanten' onder de ontwikkelingsprojecten en illustratief voor het mislukken van de Nederlandse steun aan Suriname. Toch ging minder dan 4,8 procent van de schenkingsmiddelen naar de spoorlijn", zo schrijven de ambtenaren. Minder dan 4,8 procent van 3,5 miljard gulden welteverstaan.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 maart 1999

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Een tropische mislukking

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 maart 1999

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's