Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In het spanningsveld van achterban en samenleving

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In het spanningsveld van achterban en samenleving

Directeur J. Mulder van jubilerende Guido de Brèsstichting: Tragiek van ds. Abma niet herhalen

9 minuten leestijd

Het signaleren en principieel toetsen van maatschappelijke ontwikkelingen is de belangrijkste taak van de vandaag jubilerende Guido de Brèsstichting, vindt directeur J. Mulder. "En vooral ook het formuleren van concrete en praktische alternatieven, in een taal die voor iedereen toegankelijk is, want theocratie is meer dan een zaak van woorden. Maar bij dat streven naar een eigentijdse presentatie moeten we er wel voor zorgen dat we onze eigen achterban niet van ons vervreemden. We moeten leren van de tragiek van ds. H. G. Abma."

Te veel studie zou wel eens kunnen leiden tot het negeren van de ware wijsheid, vreesden vele SGP'ers in 1972. Toch kreeg de SGP 2 jaar later een eigen studiecentrum dat, sinds 1992 gesierd met de naam Guido de Brèsstichting, vandaag in het Utrechtse Academiegebouw zijn 25-jarig bestaan viert. Het jubileumcongres is gewijd aan de vraag hoe christelijke politiek in een geseculariseerde samenleving gestalte moet krijgen.

De discussie vandaag is geheel intern, met sprekers zoals ds. P. de Vries en dr. R. Bisschop. "Dat doen we bewust omdat we nog volop bezig zijn onze koers opnieuw te bepalen in een samenleving die zich kenmerkt door pluralisme en de grondwettelijke gelijkstelling van godsdiensten. Na deze bezinning willen we met de resultaten naar buiten treden."

Deze strategie vloeit voort uit de nieuwe taak die de Guido de Brèsstichting volgens Mulder op zich moet nemen. "Ten diepste is het er ons als SGP'ers om te doen dat de samenleving de tien geboden weer gaat erkennen. De decaloog is niet alleen een navigatiemiddel dat de koers bepaalt, maar ook een thermometer waaraan we de geestelijke gezondheid van een volk kunnen afmeten. We moeten echter tegelijk steeds meer vaststellen dat het gemeenschappelijk referentiekader van christelijke politici en de Nederlandse bevolking aan het verdwijnen is. De meeste mensen groeien op zonder Bijbel en ook de taal die wij spreken wordt niet meer verstaan."

Mulder herinnert zich een gastcollege dat hij eens gaf aan de Leidse universiteit. Hij liet daarin het woord "oudvader" vallen. De studenten begrepen niet waar hij het over had. "Hoe oud is uw vader dan? Die moet al wel eeuwen oud zijn!", merkte een van hen op.

Verpakking

Mulder stelt vast dat de context van de christelijke politiek om verschillende redenen fundamenteel gewijzigd is. "Groen van Prinsterer zegt ergens dat hij leefde in een tijd waarin staat en maatschappij van hun evangelische wortels werden losgesneden. Naar mijn mening is dat precies wat er gebeurd is. Maar de gevolgen ervan worden onder ons nog te weinig onderkend, terwijl we er in feite dagelijks mee worden geconfronteerd."

Ervaringen zoals het voorval in Leiden hebben Mulder ervan overtuigd dat de SGP zich grondig moet bezinnen op de verpakking van haar boodschap. "Dat beschouw ik als onze belangrijkste opgave voor de komende periode. Dat doe ik vanuit het besef dat christelijke politiek weliswaar steeds meer gemarginaliseerd raakt, maar mogelijk blijft. God schiep de wereld en onderhoudt en regeert haar nog steeds. Als God de wereld niet aan haar lot overlaat, zouden wij dat dan wel mogen?"

Waar de SGP allemaal op tegen is, weet de Nederlandse bevolking zo langzamerhand wel, denkt Mulder. "Daarom moeten we nu onze kracht gaan zoeken in het formuleren van alternatieve oplossingen voor actuele politieke kwesties. Het gaat dan om de vraag hoe wij onze beginselen of uitgangspunten kunnen operationaliseren. Als we dat nalaten, zal het christelijke erfgoed geen publieke rol van betekenis meer spelen in onze cultuur."

Mulder beseft dat hij hierbij voorzichtig moet manoeuvreren, want de Guido de Brèsstichting staat in "het spanningsveld tussen achterban en samenleving. We moeten daarom voorkomen dat we in ons streven verstaanbaar te zijn niet woorden gaan kiezen die onze eigen achterban van ons vervreem den." Dat was volgens Mulder de tragiek van ds. Abma. "Hij heeft als geen ander de cultuuromslag aangevoeld die zich in zijn tijd in de Nederlandse samenleving voltrok. Bovendien beschikte hij over de gave van het woord en wist hij zijn standpunten in stilistische hoogstandjes te verwoorden zodat de Kamer aan zijn lippen hing. Datzelfde geldt voor de kwaliteit van zijn bijdragen in De Banier. Maar tegelijkertijd vervreemdde hem dat van een niet zo groot, maar wel spraakmakend deel van zijn achterban. Dat moeten wij vermijden."

Isolement

Nu toch de naam van ds. Abma is gevallen, wil Mulder ook herinneren aan diens herhaalde pleidooien aan het adres van de SGP om het beginsel "als een zuurdesem te laten doorwerken." "Het christelijk beginsel en het isolement verdragen elkaar principieel niet. Ik vind het een goede zaak dat we nu naar alle waarschijnlijkheid een gedeputeerde in Zuid-Holland krijgen. Voor ons is de eigen zuil vaak belangrijker geweest dan het geheel van de samenleving. En nu diezelfde zuil aan slijtage onderhavig blijkt, ben ik wel eens bang dat het niet meer is dan een dikke schors om een holle boom. Toch moeten we doorgaan en niet weglopen als we geroepen worden de voetstappen van Christus te drukken."

Het plan om als SGP een eigen studiecentrum (aanvankelijk nog gecombineerd met een voorlichtingscentrum) op te richten, ontstond begin jaren zeventig toen de rijksoverheid daarvoor subsidie beschikbaar wilde stellen. Aanvankelijk waren er ook bedenkingen: zo'n instituut zou wel eens "tot verzwakking der beginselen" kunnen leiden. Toen dat bezwaar was weggenomen en ook duidelijk werd dat de regering geen inhoudelijke voorwaarden aan de subsidie stelde, werd op 21 maart 1974 -morgen 25 jaar geleden- de "Stichting Studie- en Voorlichtingscentrum van de SGP" (SVC) opgericht.

Eerste studiesecretaris was de uit Alphen aan den Rijn afkomstige W. N. L. Donker. Als student in de rechten werkte hij op dinsdag en woensdag voor de Tweede-Kamerfractie en op donderdag en vrijdag in gebouw Elim aan de Hooigracht 21 voor de SVC. Hij zat daar moederziel alleen spreekuur te houden voor vooral gemeenteraadsleden en een netwerk aan contacten op te bouwen. Hij redigeerde ook de eerste nota (over grondpolitiek) en herinnert zich vooral dat het "turbulente" tijden waren. Dat kwam vooral door het gedoe rond ds. Abma. "Helaas, want hij was een van de indrukwekkendste personen die ik ooit heb meegemaakt."

In 1976 nam Donker afscheid om de advocatuur in te gaan. Toen zijn kantoor een Haagse praktijk overnam werd het pand aan de Laan van Meerdervoort 165 aangekocht. Nadat de werkzaamheden zich in Alphen aan den Rijn gingen concentreren, heeft Donker dat pand aan de SGP verkocht. Het huis staat sindsdien bekend als het Ds. G. H. Kerstenhuis.

Hoge vlucht

Na Donker traden achtereenvolgens G. Holdijk, J. Freeke, W. Büdgen en de uit het basisonderwijs afkomstige historicus Mulder als studiesecretaris aan. In 1989 trad een tweede medewerker in dienst: de theologisch geschoolde boerenzoon H. F. Massink. In de periode van Massink nam het aantal nota's een hoge vlucht. Hoogtepunten voor Massink zelf waren de studies over de SGP-visie op de aard en omvang van de overheidstaak ("Dienstbaar tot gerechtigheid", 1993) en over "Theocratische politiek" (1994). Maar hij denkt ook met veel plezier terug aan de nota "Tussen beginsel en belang", over een christelijke visie op het economisch leven uit 1998, "waarin is afgerekend met het idee dat de SGP een liberale partij is."

Volgens Mulder heeft vooral die nota over de economie "grote aftrek" gevonden. Sommige nota's zijn wat moeizaam totstandgekomen, weet Mulder, en dat is logisch: in de studies moet eerst het "partij-interne standpunt" worden bepaald, want de goedgekeurde nota's dienen "het standpunt van het hoofdbestuur" weer te geven. Mis ging het met de eind vorig jaar verschenen nota over de sociale zekerheid, die als geen ander stuk het spanningsveld tussen achterban en samenleving illustreert.

De werkgroep die deze nota moest gaan schrijven wilde, met alle respect voor andersdenkenden, de verzekeringsgedachte als uitgangspunt accepteren. "De leden wilden een bruikbare nota publiceren, met praktische verbeteringsvoorstellen op het bestaande stelsel. Aan een blauwdruk voor een nieuw stelsel hadden zij geen behoefte. Dat lag ver buiten de realiteit", aldus W. van der Knaap, een van de leden van de werkgroep.

Het bestuur van de Guido de Brèsstichting wees de eerste versie van de nota echter af en wilde een stuk waarin ruimhartiger rekening werd gehouden met hooguit 5 procent van de SGP-achterban die principiële problemen met het stelsel van de sociale zekerheid heeft. De tekst is toen zo grondig herschreven dat een van de leden van de werkgroep zijn naam er niet meer aan wilde geven en een ander tamelijk onthecht kennisnam van het eindresultaat. "Ik heb de 120 pagina's die uiteindelijk zijn verschenen niet meer nagekeken om te zien waar de discussie tussen Henk Massink en het bestuur toe geleid had", zegt Van der Knaap.

Vrouwonvriendelijk

Als Mulder terugblikt op de 12 jaar die hij voor het studiecentrum heeft gewerkt, dan ziet hij de contacten met Oost-Europa als "een ontzaglijk goede leerschool." Toen de overheid daarvoor subsidie beschikbaar stelde, ging ook de SGP aan politieke vorming in de voormalige Warschaupactlanden Hongarije en Roemenië doen. "Dat werk in Oost-Europa is niet altijd gemakkelijk geweest. Het was pionierswerk. Wat ik echter heel opmerkelijk vond, was dat wij gehoor vonden voor onze theocratische beginselen. Op het terrein van geloof en politiek hadden wij natuurlijk een zekere expertise opgebouwd en daar hebben wij partijen in Hongarije en Roemenië kennis mee kunnen laten maken."

Hoogtepunten voor Mulder was een discussie met minister D'Ancona over de "vrouwonvriendelijkheid" van de Nederlandse samenleving. "Zij verdedigde haar emancipatiebeleid en ik verzette mij ertegen. En van harte, want ik ben overtuigd van de vrouwonvriendelijkheid van onze samenleving. Vrouwonvriendelijk vind ik het -en dat heb ik ook gezegd- dat de vrouw aan de hand van vadertje staat móét emanciperen, móét werken en anders móét doen dan ze zelf wil. De belangstelling voor dit dispuut was heel groot. Ik bewaar er heel prettige herinneringen aan."

Massink, die inmiddels speeches voor minister Apotheker van Landbouw produceert en onlangs is opgevolgd door J. W. van Berkum, vindt dat de Guido de Brèsstichting in de nabije toekomst vooral goed moet blijven nadenken over het belang van theocratische noties voor de politieke praktijk. Hij signaleert een groep mensen die vooral wil investeren in goede en deskundige kamerleden en een groep die vindt dat de SGP het vooral moet zoeken in getuigenispolitiek. "Hoe stellen we ons op, welke keuzes moeten we maken? Dat zijn belangrijke vragen waarover het denken binnen de Guido de Brèsstichting niet mag stilstaan."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 maart 1999

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

In het spanningsveld van achterban en samenleving

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 maart 1999

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

PDF Bekijken