De nieuwe en de oude schatten
Ds. Boogaard (78): Aan de preek kan nooit een te hoge eis worden gesteld
LEIDERDORP - Dertig jaar diende ds. R. Boogaard dezelfde gemeente. Wie hem in dit verband vraagt naar het voortbrengen van oude en nieuwe dingen uit de schat van Gods Woord, wordt vriendelijk gecorrigeerd. ,,De Schrift zegt het anders: nieuwe en oude dingen. De nieuwe gaan voorop, maar we moeten blijven in de lijn van de oude." De predikant van de gereformeerde gemeente van Leiderdorp preekt vanmiddag afscheid wegens emeritaat.
"Ik heb er een indruk van gekregen", zegt ds. Boogaard, "dat de Heere door de prediking Zijn Kerk bouwt. Daarom kan aan de preek nooit een te hoge eis worden gesteld, niet wat geleerdheid betreft, maar wel wat betreft het onderzoek van Gods Woord."
Vele jaren begon hij op vrijdagmorgen aan zijn preken. "Ik moest mezelf een limiet stellen. Als ik op maandag zou beginnen, zat ik er de hele week aan. Mijn vrouw zei wel eens: De Heere heeft je nooit beschaamd laten staan, je moet een beetje vertrouwen hebben. En dat is waar. Maar ik kan me niet herinneren dat als ik aan de voet van de preekstoel de Heere om Zijn hulp vroeg, Hij dan tegen me zei: Je bent lui geweest."
Simeon
Dertig jaar in dezelfde gemeente betekent ook dertig keer preken met Kerst, met Goede Vrijdag en Hemelvaart. "Eens preekte ik in de morgendienst van eerste kerstdag over Galaten 4:4. Ik dacht: Dat kan wel een keer, ik heb al zo vaak de kerstgeschiedenis behandeld. 't Was of de gemeente dacht: Moet dat nu? Dit doe ik nooit meer, was mijn stellige voornemen."
Soms valt er juist over bekende geschiedenissen nieuw licht. Toen ds. Boogaard opnieuw over Simeon wilde preken, viel zijn oog op Lukas 2:32: "Een Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Uw volk Israël." "Let op het verschil met het Oude Testament. Daar is het eerst Israël en dan de heidenen. Dat gaf stof tot overdenking. Simeon, geleid door de Heilige Geest, kan wel eens bedoeld hebben dat Christus eerst door de heidenen zal worden aangenomen en pas in het einde der tijden door Israël.
Toch ben ik erg voorzichtig om een voor mij nieuw inzicht op de preekstoel te brengen. Ik acht mezelf onbevoegd iets nieuws te zeggen en zoek daarom steun bij verklaarders die de grondtekst dieper uitspitten dan ik kan. Mastenbroek van de bibliotheek in Rotterdam bracht me op het spoor van vijf oudvaders die dezelfde uitleg aan de profetie van Simeon geven. Gods goede hand wees me erop, mag ik wel zeggen."
Rein water
Het is al ruim vijftien jaar geleden dat ds. Boogaard zijn gedachten omtrent Israël voor een breder publiek verwoordde. Met genoegen merkt hij dat het onderwerp binnen zijn kerkverband meer is gaan leven. Het werk van het deputaatschap voor Israël heeft zijn hartelijke instemming, maar ook het terugbrengen van joden naar Israël heeft zijn sympathie. "De joden móéten terug. Eerst de terugkeer naar hun land, leert Ezechiël 36:24, dan zal de Heere rein water op hen sprengen."
En wat te doen met de overtuiging die je soms hoort dat onze ogen open moeten gaan voor het "joodse karakter" van het Evangelie?
"Houd je aan Gods Woord. Laten we niet denken dat we bij joden in de leer moeten voor de verklaring van het Evangelie. Laten we een beetje nuchter blijven."
Vrucht
Er zijn onderwerpen, is de ervaring van ds. Boogaard, waar je iets over wilt zeggen en die je dan, zonder aan inlegkunde te doen, in verband brengt met een bijbeltekst. "Maar dat hoef je, met eerbied gesproken, met Christus nooit te doen. Hij is de centrale inhoud van de Heilige Schrift. Hij moet daarom centraal staan in de preek. Wel probeer ik ervoor te waken telkens hetzelfde te zeggen. Altijd is het de vraag: Heere, wat wilt U door middel van déze tekst zeggen?"
Een predikant, dat is natuurlijk, ziet uit naar vrucht op zijn bediening. "Ik heb de gewoonte om onder het preken de mensen aan te kijken. De ogen zijn de spiegel van de ziel, zegt een spreekwoord. Er zijn momenten dat je bij deze of gene iets opmerkt waarvan je denkt: Zou het Woord naar binnen gaan? Je moet er wel voorzichtig mee zijn. Ik stond hier nog niet zo lang, toen ik een gemeentelid zag dat de ogen niet van me afhield. Ik dacht: Daar ga ik eens langs. Het was iemand die de Heere kinderlijk mocht vrezen. Ik ging meer op zulke mensen letten. Zat er een vrouw die me ook voortdurend aankeek. Ik dacht: Daar ga ik ook eens praten. Tijdens het gesprek kon ik niets loskrijgen. Daarom vroeg ik: U kijkt in de kerk zo aandachtig naar me, hoe zit u onder de preek? Het antwoord? "Dominee, het is fijn om een vast punt te hebben om naar te kijken, dan kan ik ondertussen aan m'n vakantie denken." Gelukkig zijn dit uitzonderingen."
Het verschil tussen het rustige dorpje op Walcheren waar ds. Boogaard opgroeide, Meliskerke, en de drukke stad aan de A4 waar hij sinds 1969 staat, Leiden, is enorm. Als jongen droeg Rogier Boogaard klederdracht, schreef op een lei en met een kroontjespen. Als kind ging hij ook graag mee naar weekdiensten. "Ik had de dominees wel aan de jas willen trekken: "Blijft u bij ons?" Want wij hadden 's zondags bijna altijd leesdienst."
Er was op het hele dorp, herinnert ds. Boogaard zich, respect voor de Heere en Zijn dienst. "De afstand tot predikanten was ook veel groter. Schoolkinderen zeggen nu "Hallo" tegen je. Ach, ik stoor me er niet aan, zo is deze tijd, maar een vooruitgang is het toch niet."
Tot de mooiste uren van de week behoorde voor de predikant van Leiderdorp de belijdeniscatechisatie. "Ik heb catechisanten die ik gedoopt heb. Dat geeft een band." In de tijd dat Leiden nog geen reformatorische school had, kregen ook de kinderen van acht tot twaalf catechisatie. "Je moet zondag goed luisteren", zei ik tegen hen. "Als ik "gemeente" zeg, bedoel ik ook jullie." Maar er kwam vaak zo weinig van terecht om de kinderen apart aan te spreken. Sinds ik in de gemeente heb mogen zien dat de Heere ook in kinderharten werkt, sla ik ze niet meer over. Twee of drie keer in een preek spreek ik hen apart aan."
Band
Dat er een band was met Leiderdorp wist ds. R. Boogaard. "Toen ik hier begon, dacht ik dat drie jaar al een hele tijd was, maar ik heb in die dertig jaar nooit naar een andere gemeente verlangd."
Maar dat de predikant zo'n grote plaats in zijn gemeente had, was de grote verrassing van de afscheidsavond, afgelopen dinsdag. "Heel bijzonder, om klein van te worden. Wat een wonder dat je na zo'n lange tijd op deze manier van elkaar mag scheiden. Maar boven dit alles past verwondering dat de Heere alles welgemaakt heeft. Och, of nu al wat in mij is Hem preez'."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 oktober 1999
Reformatorisch Dagblad | 48 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 oktober 1999
Reformatorisch Dagblad | 48 Pagina's