Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zuinig op de zondag

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zuinig op de zondag

4 minuten leestijd

"Van een opkomst van een 24-uurseconomie en een invloed hierop vanuit de winkeltijden is geen sprake gebleken", schreef minister Jorritsma onlangs in een brief aan de Tweede Kamer. Deze brief, die binnenkort in de Kamer zal worden besproken, bevat het standpunt van het kabinet over de effecten van de Winkeltijdenwet die in juni 1996 in werking trad. De verruiming die deze wet biedt, maakte destijds veel bezwaren los. Met name de mogelijkheid voor gemeenten om twaalf koopzondagen aan te wijzen, stuitte op veel weerstand.

Er kwam een breed gedragen actie tegen de 7 x 24-uurseconomie op gang. Ruim 800.000 handtekeningen werden in juni vorig jaar overhandigd aan de toenmalige minister van Economische Zaken, Wijers. De bewindsman maakte er toen geen geheim van dat hij de zorg over een naderende 24-uurseconomie overtrokken vond. Eigenlijk is het diezelfde toon die nu ook weer in de brief van minister Jorritsma wordt aangeslagen. Tevredenheid overheerst.

De consument heeft de smaak van de ruimere openingstijden te pakken: 7,3 miljoen mensen maken wel eens gebruik van de avondopenstelling; 4,7 miljoen mensen bezoeken soms de koopzondagen. De koopzondagenbepaling heeft goed gewerkt, meent de regering.

Is de bezorgheid over een opkomende 7 x 24-uurseconomie onterecht gebleken? Waarom meent de regering dat er geen sprake van is? De minister wijst erop dat na acht uur 's avonds nog maar een klein deel van de winkels open is. Een groot deel houdt het nog steeds bij de traditionele openingstijden. Nog steeds zijn de meeste winkels ook op zondag gesloten. Slechts eenderde van de gemeenten wijst het maximaal toegestane aantal koopzondagen aan. De mensen die op zondag winkelen, doen dat vooral voor hun plezier en niet zozeer om noodzakelijke boodschappen te doen, aldus de minister. Het signaal is vooral: Maakt u zich geen zorgen, want de mogelijkheden van de verruimde wetgeving worden nog lang niet allemaal benut.

Met deze redenering is echter in het geheel niet aangegeven dat de vrees voor een 7 x 24-uurseconomie ongegrond is. Hooguit is hiermee iets gezegd over het tempo van de ontwikkelingen. De uitbreiding van de winkeltijden heeft onmiskenbaar geleid tot een verder oprekken van traditionele werk- en openingstijden. Aan de status van de zondag als publieke rustdag is door de uitbreiding van de koopzondagen verder afbreuk gedaan.

Daar komt bij dat een toenemend aantal steden een beroep doet op een speciale regeling voor toeristische gemeentes. Daardoor kan zelfs een onbeperkt aantal koopzondagen worden toegewezen. Hierdoor wordt de gewone regeling ondergraven. Het kabinet maakt zich er te gemakkelijk van af door te zeggen dat geen berichten bekend zijn over misbruik!

De verruimde winkeltijden hebben hun eigen dynamiek. Zondagsopenstelling van supermarkten raakt bijvoorbeeld ook de toeleveranciers en de transportsector. Zij is verder een steun in de rug voor degenen die een ruimere openstelling voor andere diensten willen. Als de winkels 's zondags open zijn, waarom dan ook niet de banken, gemeentehuizen, postkantoren? Kortom, de zorgen blijven bestaan.

Minister Wijers beklemtoonde destijds dat de nieuwe wet winkeliers alleen maar in staat wil stellen beter in te spelen op maatschappelijke veranderingen: "Van dwang is geen sprake." Minister Jorritsma liet een soortgelijk geluid horen. "Wie zijn wij om dat te verbieden als mensen dat willen?"

Dat is het refrein dat telkens weer opklinkt. Die benadering is te oppervlakkig. Juist op dit terrein blijkt wel dat de vrijheid van de één, de onvrijheid van de ander is. Winkelen voor de één betekent werken voor de ander. Toenemende zondagsarbeid schept ook steeds meer moeilijkheden voor de werknemer die hierin niet kan meegaan. Een recent RMU-onderzoek onderstreept nog eens dat steeds meer "selectie aan de poort" plaatsvindt. Bereidheid tot zondagswerk wordt als benoemingseis gesteld.

Ook zelfstandige ondernemers zullen vraagtekens zetten bij de 'vrijheid'. Velen merken immers dat de openingstijden worden gehanteerd als concurrentiemiddel. Zo ontstaat er ook een toenemende economische druk op ondernemers die op zondag de deuren gesloten willen houden.

De overheid is er om grenzen te stellen, ook om de ongebondenheid van de marktwerking te beteugelen. Dat betekent niet dat elke flexibilisering van arbeidstijden en openingstijden verwerpelijk is. Het vraagt wel een besef dat er hogere waarden zijn dan economische belangen. Ook voor de maatschappelijke ordening is het vierde gebod van wezenlijk belang. Evenals bij het huwelijk gaat het bij de rustdag om een instelling van God, die dateert van voor de zondeval. Er is alle reden om zuinig op de zondag te zijn.

Mr. C. G. van der Staaij, lid van de Tweede Kamer voor de SGP.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1999

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Zuinig op de zondag

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1999

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken