Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Landbouw verliest koppositie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Landbouw verliest koppositie

Oplossen problemen leidt tot grote veranderingen op boerenerf

7 minuten leestijd

DEN HAAG - Hard werken is voor boeren en tuinders tegenwoordig vaak niet meer voldoende om een goede boterham te verdienen. Door strengere milieuregels, toenemende internationale concurrentie en machtige supermarktconcerns staan hun inkomens onder druk. Om de perspectieven van de sector te verbeteren, zal er de komende tien jaar veel moeten veranderen op en rond het boerenerf.

De positie van de Nederlandse land- en tuinbouw is de afgelopen vijftien jaar sterk gewijzigd. Door vooral een hoge productiviteit had de agrarische sector wereldwijd tientallen jaren een voorsprong, maar die situatie is veranderd. Directeur prof. dr. ir. L. C. Zachariasse van het Landbouw-Economisch Instituut (LEI) drukt het uit in wielertermen. "Nederland reed internationaal eerst alleen op kop, maar we zijn door andere sterke landen ingelopen en rijden nu mee in de kopgroep."

Als oorzaak van het verlies van de voorsprong wijst Zachariasse op veranderingen in de markt en het toenemende belang van het milieu. Jarenlang ligt in Nederland de nadruk op het produceren van zo veel mogelijk producten voor een zo'n laag mogelijke prijs. De agrarische bedrijven slagen hierin dankzij schaalvergroting en door gebruik te maken van de nieuwste technieken. Door de Europese en de Nederlandse overheid wordt deze intensieve werkwijze krachtig gesteund.

In de loop van de jaren zeventig en tachtig worden de nadelen van het op groei gerichte beleid door het ontstaan van overschotten in de Europese Unie en milieuproblemen steeds duidelijker. Een extra probleem is dat de prijzen van de agrarische producten door een toenemende internationale concurrentie onder druk komen te staan. In Nederland komt dit extra hard aan, omdat de kostprijs vaak hoger ligt. Zachariasse: "Ons land is buitengewoon duur vanwege de hoge grond- en arbeidskosten."

Ombuigingen zijn noodzakelijk. In 1989 wordt in het rapport "Om schone zakelijkheid" voor het eerst duidelijk aangegeven hoe het anders moet. Een commissie van deskundigen onder leiding van oud-landbouwminister Van der Stee stelt in de studie dat de Nederlandse agrarische productie te veel gericht is op bulkproducten zoals graan, Goudse kaas en gewone tomaten en te weinig rekening houdt met het milieu. De commissie pleit voor een andere aanpak. Bulkproducten moeten worden ingewisseld voor producten met een hogere opbrengst, zoals bijvoorbeeld allerlei nieuwe kaassoorten en aardappelsnacks. Bovendien moet er milieuvriendelijker worden gewerkt.

Bij de nieuwe aanpak staat samenwerking in ketens centraal. Alle schakels in de keten -producenten van uitgangsmaterialen, boeren en tuinders, de handel en de verwerkende industrie, ofwel van korrel tot borrel- moeten bij de verschillende producten gezamenlijk werken aan nieuwe producten met een hogere opbrengst.

Agressiever

Op papier klinkt de ketenbenadering als een klok, maar in de praktijk werkt zij vaak nog niet. Voorzitter G. J. Doornbos van de boerenorganisatie LTO-Nederland vindt dat de agrarische industrie nog te weinig doet. "Zij moet agressiever aan de gang met het ontwikkelen van nieuwe producten. Nu zijn de bedrijven nog te terughoudend."

Voorbeelden hiervan zijn The Greenery en Fruitmasters, die uit fusies van verschillende groente- en fruitveilingen zijn ontstaan. De samenvoeging zou moeten leiden tot betere prijzen voor de producten, maar in de praktijk blijkt dat tegen te vallen. Hetzelfde geldt in de varkenshouderij, waar het nieuw gevormde vleesconcern Dumeco ook problemen heeft.

LEI-directeur Zachariasse vindt het belangrijk dat de ketenbenadering wordt doorgezet. Dat het niet zo snel gaat, is volgens hem niet verwonderlijk. "Het zijn ingewikkelde processen, waarbij veel weerstanden van allerlei betrokkenen overwonnen moeten worden. Bovendien verandert de omgeving ook. De buitenlandse concurrentie neemt toe en bij de supermarktconcerns vindt een enorme concentratie plaats. Daar moeten de bedrijven hun marktbeleid aanpassen. Ik verwacht dat de grootwinkelbedrijven afspraken gaan maken met de aanbieders van agrarische producten zoals The Greenery of Dumeco over de levering van een compleet pakket groente of vlees, zodat ze niet meer te veel apart hoeven in te kopen. Het kost echter tijd om dat goed te regelen."

Onzekerheid

Over het algemeen plukken de boeren en tuinders nog niet echt de vruchten van de ketenbenadering. Zachariasse maakt zich zorgen over de ongelijke verdeling van de marges binnen de bedrijfskolom. Handel, voedingsmiddelenindustrie en supermarkten boeken vaak behoorlijke winst, terwijl de marges voor de boeren en tuinders onder druk staan. Sommige bedrijven lijden zelfs verlies.

Door de druk op de prijzen en de hoge milieukosten neemt de onzekerheid op het boerenerf toe. Veel agrariërs zien het niet meer zitten. Dat geldt zeker in de varkenshouderij en de fruitteelt, die al jaren met een crisis kampen. Door de problemen zal het proces van sanering worden versneld. De verwachtingen zijn dat tot 2010 ongeveer eenderde van de bijna 105.000 bedrijven zal stoppen. Het gaat daarbij vooral om oudere boeren en tuinders zonder bedrijfsopvolger.

Ondanks de grote veranderingen en bedreigingen die er op de agrariërs afkomen, is de LEI-directeur niet pessimistisch voor de toekomst van de land- en tuinbouw. "Boeren en tuinders hebben het niet gemakkelijk. Dat geldt zeker voor jongeren die gaan beginnen. Zij moeten wel topondernemers in spe zijn, want anders lukt het niet. Maar goede ondernemers weten van een bedreiging een kans te maken en gelukkig zie je die mentaliteit bij velen in de sector."

Nieuwe trend

Ook Doornbos ziet perspectieven. "Het gaat te ver om te zeggen dat de land- en tuinbouw als geheel in een crisis verkeert. In sommige sectoren zijn grote problemen, maar daar staat tegenover dat het over het algemeen in de tuinbouw en de melkveehouderij, de twee grootste onderdelen, vrij goed gaat. Boom-, bollen- en champignonteelt groeien zelfs sterk."

De agrarische bedrijven proberen op verschillende manieren in te spelen op de ontwikkelingen. Een beperkt, maar groeiend aantal boeren en tuinders kiest voor een sterke schaalvergroting. Door op veel grotere schaal te gaan werken, wordt de kostprijs gedrukt en kan er ook beter rekening worden gehouden met de wensen van de afnemers en de milieuregels. Bij met name tuinders komt het voor dat zij een tweede bedrijf in het buitenland starten.

De grootste groep agrariërs kiest voor een gestage groei. Door gebruik te maken van nieuwe technieken proberen ze hun positie te verbeteren. Anderen leggen zich daarentegen toe op verbreding. Ze starten bijvoorbeeld een minicamping of een zorgboerderij. Boeren in gebieden met belangrijke natuurwaarden kunnen soms hun inkomen aanvullen door aan landschapsonderhoud te doen. Ook is er een klein aantal agrariërs dat kiest voor biolandbouw, terwijl de belangstelling voor emigratie eveneens toeneemt.

Een nieuwe trend is volgens Zachariasse de vorming van gemengde bedrijven. "Dan gaat het niet om de traditionele vorm waarbij één boer bijvoorbeeld akkerbouw en veeteelt heeft, maar om de samenwerking van gespecialiseerde bedrijven. Zij kunnen gezamenlijk voordelen behalen door grondruil. Een melkveebedrijf kan zijn mestoverschot kwijt op de akkers, terwijl de akkerbouwer een deel van de grond van de melkveehouder kan gebruiken voor de verbouw van gewassen."

Middeleeuwse tegenstelling

Voor de ontwikkeling van de land- en tuinbouw is het volgens LTO-voorzitter Doornbos belangrijk dat de politiek meewerkt. "Minister Brinkhorst van Landbouw roept bijvoorbeeld dat in Nederland meer producten met toegevoegde waarde moeten worden verbouwd. Dat klinkt kostelijk en logisch, maar in de praktijk zie je dat een sector als de glastuinbouw, die dat doet, wordt tegengewerkt bij het zoeken naar andere vestigingsgebieden."

Ook bij het milieubeleid slaat de politiek door, vindt Doornbos. "Het platteland mag niet veranderen. Het moet rustig, ruim en donker blijven, terwijl in de stedelijke gebieden alles wordt geasfalteerd. Bepaalt de stad alles wat mag? Het lijkt er wel op dat we de middeleeuwse tegenstelling tussen stad en platteland terugkrijgen."

Dit is het tweede verhaal in een serie over de toekomst van de Nederlandse land- en tuinbouw. Zaterdag in Accent deel 3.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 december 1999

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Landbouw verliest koppositie

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 december 1999

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken