Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Samen werken aan een historisch ideaal

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Samen werken aan een historisch ideaal

Invloed protestants-christelijke partijen op het nationale openbare leven bleef klein

7 minuten leestijd

Tegen het jaareinde ben je geneigd tot een terugblik. Bij het eind van een eeuw is die neiging nog sterker. Zijn we vooruitgegaan deze eeuw? Zo'n vraag is niet altijd wijs. Want als je denkt dat je flink vooruitgegaan bent, kan dit je lui maken (je hebt nu wel genoeg gedaan). En als je door tegenslag en mislukking in de put terechtkwam, kan de terugblik naar een betere tijd je ontmoedigen. Het is beter om altijd vooruit te zien, zoals Paulus, die in Filippensen 3 het beeld van een hardloper in de renbaan gebruikt. Daarom wil ik de terugblik die in deze decembermaand modieus is, ook gebruiken om te wijzen op de weg die we nog moeten gaan.

In 1848 kregen wij de Grondwet van de liberale J. R. Thorbecke. Ook na de herziening van 1887 was het kiesrecht hierin nog beperkt. Later werkte het liberale kabinet-Cort van der Linden aan een nieuwe grondwetsherziening, die in 1917 algemeen mannenkiesrecht en evenredige vertegenwoordiging bracht. Nederland werd een vrijwel volledige liberale democratie. Weliswaar liep, als gevolg van het algemeen gemaakte kiesrecht, het aantal Tweede-Kamerzetels voor de liberalen flink terug, de verschillende christelijke partijen hadden zich aangepast aan het functioneren van de staat en het publieke leven, volgens het stelsel van de liberale grondwetten.

Hoe ging het verder in die tijd tussen 1918 en 1939? Christen-democratische kabinetten (AR, CH en RK) gaven de koers van de regering aan. Het christelijk karakter kwam vooral uit in de voorwaarden die de regering schiep voor een christelijk leven in eigen kring van de rechtzinnige protestanten respectievelijk rooms-katholieken. Buiten deze geïsoleerde eigen kringen was Nederland een rustig, neutraal en democratisch land.

De Nederlandse regering (met de rooms-katholieke premier Ch. Ruijs de Beerenbrouck en later vooral met de antirevolutionaire H. Colijn als eerste minister) hield nauwkeurig vast aan politieke onzijdigheid en neutraliteit van de democratie naar buiten. Politiek gezien maakte Nederland in de periode 1920-1940 een tijd van verburgerlijking en stilsta nd door. Onder de christen-democratische coalitiekabinetten was men terecht tegen revoluties, ontaarding van zeden en tegen communisme en nationaal-socialisme. Maar over een positieve ontwikkeling in de verdere toekomst werd weinig gedacht. Men was onzijdig en conservatief.

De grote klap kwam bij de Duitse invasie van mei 1940. Ik werkte toen in voormalig Nederlands Oost-Indië, zodat ik de Duitse overval niet meemaakte. Van april 1942 tot augustus 1945 zat ik in Japanse kampen. In 1945 werd Nederland ten slotte bevrijd. In het kielzog van de bevrijders joeg een nieuwe wind door ons land. De klok wees naar de Angelsaksische democratie, die over een zo groot mogelijk deel van de wereld moest worden verspreid. De Rechten van de Mens moesten richtlijnen voor de gehele mensheid zijn, ook al stond de daarin verwerkte leer van de autonome volkswil op gespannen voet met de soevereiniteit van God over de volken.

Sterke tegenstand

Op 8 november 1920 stierf dr. A. Kuyper, antirevolutionair en gereformeerd volksleider en staatsman. Zijn opvolgers gaven geen aanleiding tot een nieuwe bijzondere periode. In de tijd van de christelijke coalitiekabinetten (tot 1939) werden geen belangrijke staatsrechtelijke veranderingen beoogd. De AR Partij en de christelijke coalitie handhaafden de liberale democratie. Deze verbande het directe spreken over God en zijn Zoon Jezus Christus uit de publieke sfeer en verwees dit naar de private sfeer. Het is echter in strijd met de Heilige Schrift en de gereformeerde belijdenis.

Geen wonder dat vanuit gereformeerde kringen tegen dit staatsneutralisme van de antirevolutionaire leiding (en van de hiermee gecoaliseerde christelijk-historische leiding) werd gemord. Je kon dit horen in de achterban van ARP en CHU (prof. Hugo Visscher), je merkte het in hervormd-theocratische kring (Hoedemaker, Lingbeek, Van Ruler) en je zag het heel duidelijk bij het ontstaan van de SGP in 1918. Toen ds. Kersten in 1922 in de Tweede Kamer werd gekozen, ondervond de SGP dadelijk sterke tegenstand.

In bepaalde opzichten was de oprichting van het GPV in 1948 met het ontstaan van de SGP verwant. De Vrijmaking in de Gereformeerde Kerken had schadelijke gevolgen voor de geloofsband die er tussen gereformeerde antirevolutionairen bestond en deed veel vrijgemaakt gereformeerden naar zelfstandig optreden in de politiek neigen. Omdat de Vrijmaking een hernieuwde beleving van de grondslag van Schrift en belijdenis bevorderde, werd ook voor de politieke programma's gezocht naar een grondslag die daaraan beter beantwoordde. Zo kwam het dat het GPV bij zijn oprichting aansloot bij de bezwaren van de antirevolutionaire achterban tegen het staatsneutralisme van de ARP.

Aanpassing

Dit bleek ook uit het richtlijnenprogram en het optreden van het GPV in de Kamer. Maar zoals de SGP de verbreiding van een bijbels-christelijk staatsbeginsel blokkeerde door haar aarzelingen over de geestelijke vrijheid in de private sfeer, zo blokkeerde het GPV deze verbreiding door haar aarzelingen over georganiseerde samenwerking met politieke geestverwanten die niet tot de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) behoorden. Ook de invloed van het GPV op het nationale openbare leven bleef klein. Van echte invloed van de christen-democratische partijen op het nationale publieke leven was evenmin weinig te bespeuren.

Na de Bevrijding in 1945 begon evenwel ook bij de private christelijke organisaties de identiteit geleidelijk te vervagen. Meer en meer werd aanpassing gezocht bij de levensstijl van het publieke leven in de liberale democratie. De herkenbaarheid van de christelijke partijen en de aanhang bij de kiezers liepen terug. In 1980 kwam de fusie tot het CDA tot stand, dat een tijdlang in sociaal-liberale trant regeermacht kon uitoefenen, met bescherming van de christelijke en andere niet-publieke maatschappelijke organisaties. In 1994, na het derde kabinet-Lubbers, werd ten slotte een verzwakt CDA aan de kant gezet om plaats te maken voor paars.

Hierboven is nog één ontwikkeling niet vermeld, namelijk de oprichting van de RPF in 1975. Deze werd gevormd uit kleine verontruste groepen die zich niet konden vinden in de vervlakking van de politiek van ARP en CHU. Bij het GPV en de SGP konden zij geen plaats vinden. Voor veel kiezers leek het positieve politieke doel dat de RPF beoogt echter niet duidelijk en in de eerste tijd nogal eens wisselend. Dit is wellicht een van de oorzaken die maken dat ook deze partij tot nu toe betrekkelijk klein bleef.

Wel is duidelijk dat de RPF steeds aandringt op het bundelen van zo veel mogelijk schriftgelovige christenen in één politieke partij, om de christelijke politiek te versterken. Dit leidde ertoe dat de RPF met het GPV waarschijnlijk een confederatief verband zal aangaan. Ook wordt van die zijde nogal eens gevraagd of de SGP daarbij niet zou kunnen aansluiten.

Het historische ideaal dat in deze periode van de historie steeds actueler wordt, is dat er door de overheid en in het publieke leven erkenning van de aanwezigheid van de God van de Schriften zal plaatshebben. De liberale democratie heeft, vergeleken met het absolutisme of de regentenheerschappij uit de 18e eeuw, veel goede zaken gebracht, maar we leven ook met geestelijk verval, secularisatie, normvervaging en individualisme, die ons verleiden en bedreigen.

Geboortepapieren

De overheden hebben het voortdurend over de wensen en rechten van de burgers waaraan zij zeggen te willen voldoen. In werkelijkheid plaatsen ze de mensen in een wereldbeschouwelijk vacuüm. Dit is onmenselijk, want elke mens is geschapen met de behoefte aan een onzichtbaar doel dat hem leidt en inspireert. Augustinus schreef al dat hij zonder dat geen rust vindt (vergelijk Romeinen 11 : 36). Wordt zo'n doel buiten de publieke orde gesteld, dan werkt dit remmend op het besef van waarden en normen.

Er is slechts één onzichtbaar doel dat voor allen geldt, niet op illusies is gebaseerd en geen rampen veroorzaakt, namelijk het goed en rechtvaardig beheren van de schepping, om daarvoor de eer te geven aan de Onzienlijke, die gekend wordt uit het Evangelie van Christus. Het publiek en feestelijk lof geven aan Christus en aan de Allerhoogste is de bezielende bekroning van alle goed werk en beleid in de samenleving. Dit betekent ook dat Nederland zijn geboortepapieren uit de tijd en strijd van de 16e eeuw weer bovenbrengt uit de kelder en zijn identiteit in Europa verduidelijkt in plaats van die te laten verdampen.

Ik geloof dat de partijen die dit historisch ideaal van de christelijke politiek willen nastreven, geroepen zijn dit vanaf het eerste jaar van de nieuwe eeuw met onderlinge hulp uit te voeren, ook organisatorisch, in welke vorm dan ook. Zaken waarover de partijen het niet eens zijn, moeten buiten die samenwerking en onderlinge hulp blijven. Maar waarom zouden wij niet in de eerste plaats als SGP, GPV en RPF er samen aan werken dat de publieke erkenning van Gods eer op de politieke agenda komt?

Dr. A. J. Verbrugh was van 1971 tot 1981 lid van de Tweede Kamer voor het GPV. Op dit moment is hij onder meer bestuurslid van die partij en lid van het adviescollege van de eurofractie van RPF/ SGP/GPV.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 december 1999

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Samen werken aan een historisch ideaal

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 december 1999

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken