"Wij geven om elkaar"
Scouting is populaire tijdsbesteding onder Arabische christenen
Al is de zon al lang achter de Judese heuvels verdwenen, de Bethlehemse meisjes op het schoolplein voor de Sint-Josephschool weten van geen ophouden. Op de maat die Doris Freij aangeeft op een grote trommel lopen ze rondjes achter een meisje dat een grote stok heen en weer slingert. Als het stadje straks met Kerst en de jaarwisseling tienduizenden toeschouwers trekt en in de wereldwijde belangstelling staat,moeten de optredens perfect zijn.
Al maandenlang is haar groep nu aan het oefenen. Zeker twee uur per week, na schooltijd. Want Freij meent dat de bezoekers tijdens de feesten naar Bethlehem komen om de scouts te zien. Als de scouts niet bij machte zijn op de trommels spelen, zal niemand naar hen kijken.
Vlak voor Kerst is het extra druk. Op 24 december trekken de scoutinggroepen voor de Latijnse patriarch uit, als deze zijn intocht maakt door de in het afgelopen jaar gerenoveerde straten van de geboortestad. Tientallen muziekgroepen uit Bethlehem, Jeruzalem en andere plaatsen in Israël en de Palestijnse gebieden marcheren achter elkaar aan. Alle stromingen van het Arabisch christendom zijn vertegenwoordigd, de orthodoxe, rooms-katholieke en protestantse.
De paradepaardjes zijn de jongens die met enorme trommels de straatjes van Bethlehem laten dreunen of de stokken 10 meter hoog de lucht inwerpen om ze weer op te vangen voordat ze op de straatstenen kletteren. Elke scoutinggroep heeft zijn eigen uniform en embleem naast het vaste padvinderssymbool. Elke groep is verbonden aan een bepaalde kerk. De scouts vormen het kleurrijke gezicht van het Arabische christendom naar de buitenwereld toe.
Met name tijdens Kerst en Pasen is het een drukke tijd voor de scouts. Kerst wordt in Bethlehem maar liefst driemaal gevierd: eerst door de rooms-katholieke en protestantse kerken op 24 december, dan door de orthodoxe op 7 januari en vervolgens nog een keer door de Armeniërs op 18 januari. Met palmzondag, dat volgend jaar door de westerse kerken op 16 april en door de oosterse op 23 april wordt gevierd, zijn de groepen actief in Jeruzalem. Verder zijn er allerlei andere ceremonies waarbij scouts worden uitgenodigd. Zoals bij het Sint-Nicolaasfeest op 18 december in Beit Jala, de plaats naast Bethlehem waar de meerderheid van de bevolking christen is.
Voorbereidingen
Ondanks haar inzet gaan de voorbereidingen toch nog niet helemaal zoals Doris Freij het wil. De oudere meisjes, die het beste zijn in het bespelen van de instrumenten, laten het bij de trainingen afweten. Ze komen pas één of twee dagen voor het kerstfeest naar haar toe en smeken of ze mee mogen doen. Als het een ander jaar was geweest zou ze zeggen: Je bent nu te laat. Maar nu heeft ze gemengde gevoelens. Ze heeft hen nodig omdat dit jaar een speciaal jaar is voor de geboortestad.
De reden dat de oudere meisjes toch terugkomen, is dat ze zich realiseren dat het lopen in het muziekkorps de enige manier is om te zien wat er allemaal gebeurt. Met Kerst lopen er tienduizenden mensen in Bethlehem en je kunt niets zien omdat overal drommen mensen voor je neus staan. "Ik weet hoe ze denken", zegt Freij. "Mijn eigen dochter zegt ook: Op de laatste dag voor het kerstfeest doe ik pas weer mee."
Scouting is populair onder de middelbare scholieren -volgens sommigen doen drie tot vier op de tien mee- maar als ze eenmaal in de examenklas zitten, komt de klad erin. "Het is heel moeilijk om in het laatste jaar van de middelbare school door te gaan", zegt de 18-jarige Fadwa Nastas uit Beit Jala. "De studie vraagt dan zoveel aandacht, dat je er haast niets bij kunt doen. In mijn klas deden nog maar drie van de dertig studenten mee."
Zelf is Fadwa Nastas doorgegaan met de scouting. Ook nu ze de middelbare school heeft afgerond, blijft ze actief als leidster. Ze verwacht dat ze op de Grieks-orthodoxe scouting club zal blijven totdat ze naar de Verenigde Staten vertrekt om filosofie of beeldende kunst te studeren. De tijd dat ze zelf op de trommel sloeg is echter voorbij, hoewel ze er met plezier aan terugdenkt. "Je kon er altijd zo lekker je agressie op kwijt als je boos was."
De rooms-katholieke scoutinggroep heeft een gebrek aan volwassen leiders. Als ze zeventien of achttien zijn, vinden ze dat het alleen wat voor de kinderen is. En als het meisje gaat trouwen, is het eveneens afgelopen met de pret. Doris Freij: "Hun echtgenoten laten niet toe dat ze doorgaan. Ik weet niet waarom dat is. Het overkwam mij ook toen ik ging trouwen. Mijn aanstaande man zei: Ik wil dat je ermee stopt. Ik zei vervolgens: Dan ga ik niet met je trouwen. Hij antwoordde: Je kunt doorgaan zolang je wilt. Ik kon er niet mee ophouden. Ik hou te veel van scouting."
Freij is van meet af aan bij de scouting in Bethlehem betrokken geweest. In april 1974 stelde een non de vraag: Waarom is er eigenlijk alleen scouting voor jongens en niet voor meisjes? Prompt daarna werd de eerste meisjesscoutinggroep opgericht. Freij was toen 11. Ze heeft er nooit genoeg van kunnen krijgen. Nu is ze de "internationale afgevaardigde voor de rooms-katholieke scouts in Palestina". Ze maakt reizen naar andere landen om contacten te onderhouden. Ze doet het werk als vrijwilligster naast haar baan als boekhouder op een school. Scouting zit in haar karakter, het maakt deel uit van haar identiteit.
Het gaat niet alleen om het maken van muziek, hoewel daar sterk de nadruk op ligt. De scouts houden zich ook bezig met andere activiteiten die de padvinders over de hele wereld eigen zijn. Ze krijgen lessen in oriëntatie in de natuur en in kamperen. Verder behoort het ontwikkelen van sociale vaardigheden tot de programmaonderdelen. De scouts krijgen lezingen over allerlei onderwerpen die hen in staat moeten stellen hun medemens te helpen.
Hoewel de scoutinggroepen bij een kerk in een bepaalde plaats horen, functioneren ze meestal zelfstandig. Af en toe komt de priester even langs om te vragen hoe het gaat en of ze ergens hulp bij nodig hebben. Fadwa vertelt dat de kerk soms de hulp van de scouts inroept. "Tijdens de feesten doen we onze uniformen aan. We gaan naar de kerk om alles klaar te zetten en de kerkgangers te helpen. We steken de kaarsen aan en vragen de priesters en nonnen of ze ergens hulp bij nodig hebben."
Eén keer per jaar gaan ze kamperen. Freij organiseert dit het liefst buiten Bethlehem, want de praktijk leert dat de ouders anders elke avond langskomen. Ze vragen: "Hoe gaat het lieverd? Eet je wel goed? Kun je 's nachts wel slapen?" Freij organiseerde een busreis naar het trappistenklooster Latrun in Israël. Hoewel Palestijnse christenen uit Bethlehem normaal gesproken geen permissie krijgen in Israël te komen, kostte het geen moeite de militaire controlepost tussen Bethlehem en Jeruzalem te passeren. "De soldaat kwam de bus binnen en zag alleen meisjes. Hij zei: Oké, doorrijden. En daar gingen we."
Bazaar
In het Syrisch-orthodoxe clubgebouw stapelt een groepje mannen mokken op en pakjes met Belgische chocolade. Morgen is er een bazaar. Ze hopen dat niet alleen de Syrisch-orthodoxen, maar ook de Grieken, Armeniërs, rooms-katholieken en lutheranen komen. De opbrengst is voor de associatie. De associatie is bedoeld om de hechte en kleine gemeenschap van de Syrisch-orthodoxen in het Heilige Land bij elkaar te houden.
George Siriani valt direct met de deur in huis: "Wij hebben het populairste muziekkorps in Jeruzalem en Bethlehem. Het is niet om op te scheppen, maar iedereen zal je vertellen dat wij de besten zijn." In de jaren vijftig en zestig werd het korps geleid door de leider van het Jordaanse legerorkest. De Syrisch-orthodoxen waren daarmee de eersten die de doedelzakken leerden hanteren. De virtuositeit die hun toen is bijgebracht, is hun tot op de dag van vandaag bijgebleven. Toen de Grieks-orthodoxen zagen dat dat zo goed ging, hebben zij ook een doedelzakkengroep opgericht.
De Syrisch-orthodoxen spelen pure Schotse muziek. De club stuurt mensen naar Schotland om blaasinstrumenten te kopen, die tegen de 2000 gulden per stuk kosten. De muzikanten mogen alleen oefenen in het clubgebouw. Dat doen ze op donderdag en zaterdag. Maar op zaterdag beginnen ze pas na de sabbat, want hun clubgebouw grenst aan de Joodse wijk in de Oude Stad en ze willen geen burenruzie. De praktijk leert dat er voor 23.00 uur niet wordt geklaagd over het geluid van tromgeroffel en pijpgefluit dat door de steegjes waait.
Hechte gemeenschap
De Syrisch-orthodoxen in Jeruzalem en Bethlehem proberen een hechte gemeenschap te blijven vormen ondanks de politieke omstandigheden: Jeruzalem valt onder het bestuur van Israël en Bethlehem onder dat van de Palestijnse Autoriteit. Bij de grote feesten probeert de band van Jeruzalem samen te spelen met die van de geloofsgenoten in Bethlehem. Kampen worden soms in Israël en soms in de Palestijnse gebieden georganiseerd. Ook werd een kamp in Zweden gehouden, nadat de Syrisch-Orthodoxe Kerk in dat land hen had uitgenodigd.
De Syrisch-orthodoxe gemeenschap is klein: nog geen 1000 zielen in Jeruzalem en 4000 in Bethlehem. Ongeveer 20 procent van de Syrische christenen is bij de scouting betrokken. Dat is een hoger percentage dan het internationale gemiddelde. Siriani heeft geen moeite een verklaring te vinden. "Wij geven om elkaar. Dit is de manier om de onderlinge band te versterken. We houden van onze kerk en onze gemeenschap. De onderlinge relaties zijn bij ons heel sterk. Als wij belangrijke beslissingen moeten nemen, raadplegen we de kerkleiding."
Scouting onder Arabische christenen heeft niets te maken met militarisme of nationalisme. Vaderlandsliefde, dat wel, maar niet in overdreven zin. De leus "weest paraat" is belangrijk, dat wel. Maar waar het de kleine christelijke gemeenschappen vooral om gaat, is de onderlinge band te versterken. "Het dienen van de natie is heel gecompliceerd", zegt Siriani. "Onze gemeenschap is verdeeld tussen de Israëlische en Palestijnse natie. Daarom kunnen we niet de een of de ander helpen. Politiek speelt bij ons geen rol."
Trouwens, wat is het vaderland: Israël of Palestina? Voor de Armeniërs is dat in elk geval in de eerste plaats Armenië.
Koorrepetities
In het clubgebouw in de Armeense wijk van de Oude Stad van Jeruzalem gonst het van de activiteiten. De oudere Armeniërs zijn verdiept in een spel met dobbelstenen, de jongens staan om de biljarttafel, de meisjes lopen een zaal binnen voor de koorrepetitie en de kassier zit achter een bureau dollarbiljetten te tellen. De club is zeventig jaar geleden in het leven geroepen met het doel de jonge Armeniërs "geestelijk en maatschappelijk gezond" te houden. Naast studie, spel en sport wordt er de Armeense cultuur onderwezen. In scouting zijn de Armeniërs minder fanatiek dan de andere christelijke gemeenschappen. Pas een maand voordat er moet worden opgetreden, worden de blaasinstrumenten en de trommels uit de kast gehaald. Maar er wordt dan wel elke dag geoefend.
In scheiding van de seksen gelooft de clubleiding niet. Daarmee zou ze aan het doel van de club voorbijschieten. "Wij zien het liefst dat een Armeense jongen een Armeens meisje vindt. Meestal slagen we daar ook wel in. Maar een enkele keer verliezen we de strijd. Je hebt nou een keer niet alles in je hand", zegt penningmeester Vatché Karagozian. Volgens hem zouden de jonge Armeniërs snel assimileren in de Palestijnse of Israëlische maatschappij als de club de deuren zou sluiten. Maar nu kan de Armeense gemeenschap blijven bestaan als een eigen wereldje, waar men trots op is. "Onze filosofie is de gemeenschap bij elkaar te houden als één grote familie", zegt hij. "De verwerping van de assimilatie is bij ons diep geworteld."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 december 1999
Reformatorisch Dagblad | 48 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 december 1999
Reformatorisch Dagblad | 48 Pagina's