De trouw van de Koning der Kerk
Ds. Chr. van der Poel: In de wedergeboorte wordt de tweede bede geboren
:"Uw Koninkrijk kome." Dat is een bede die lijnrecht ingaat tegen onze begeerte zelf koning te zijn. Maar het wordt de begeerte van het nieuwe leven, zegt ds. Chr. van der Poel, geregeerd te worden door Gods Woord en Geest. De predikant van de gereformeerde gemeente te Yerseke is ervan overtuigd dat wie in waarheid de tweede bede leerde bidden, nooit zal kunnen roemen in zichzelf. "De Heere bewaart Zijn Kerk. Zo wij sterk zijn, daarvan hebt Gij alleen de eer, zong Datheen."
:"Wanneer in de tweede bede van het volmaakte gebed wordt gesproken over het Koninkrijk Gods moeten we bedenken dat de Bijbel een tweeërlei Koninkrijk kent. Er is een Koninkrijk van Gods macht en een Koninkrijk van Gods genade. God is Koning over de hele aarde en over al het geschapene. "De Heere regeert, dat de volken beven." In de weg van Gods voorzienigheid zijn zelfs de harten van de koningen in Zijn hand, Hij neigt ze tot al wat Hij wil. God is het ook "Die de geest der vorsten als druiven afsnijdt, en Die de koningen der aarde vreselijk is." Over het Koninkrijk van Gods macht wordt in deze bede echter niet gesproken."
Oorsprong
"Ook in het Koninkrijk van Gods genade, waarover het in de tweede bede gaat, is de Drie-enige God Koning. Het heeft God echter behaagd de regering van dit Koninkrijk in het bijzonder aan de tweede Persoon toe te schrijven. De oorsprong van dit Koninkrijk ligt in het welbehagen Gods. In Psalm 2 staat: "Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner heiligheid."Werd Christus bij Zijn geboorte niet koninklijke eer toegebracht door de engelen? Brachten de wijzen uit het oosten niet koninklijke geschenken? Het is waar, Christus werd in Zijn koningschap veracht toen Hij stond voor Pilatus. Maar Hij stond koninklijk uit de dood op, triumfeerde over dood, graf en hel en voer koninklijk naar de hemel. Hij zit, zong Datheen in Psalm 47, versierd schoon, hoog op Zijnen troon. En straks zal Christus, op de jongste dag, met koninklijke macht en majesteit terugkomen. Als er een indruk mag zijn van de heerlijkheid van deze Koning is de tijd tekort en zijn onze woorden te arm om erover te kunnen preken. Het onderscheid is zo groot. Deze Koning staat tegenover deze mens, die zondaar is en blijft. Maar als er een blik buiten onszelf mag zijn, op de trouw van deze Koning van de Kerk, dan is er een volheid."
Afsnijding en inplanting
"De Zoon van God vergadert Zijn Kerk door Woord en Geest. Dan wordt een zondaar onderdaan van een andere koning. In het uur des welbehagens wordt hij verlost uit satans macht en heerschappij. Er heeft een afsnijding van de eerste Adam plaats, de heerschappij der zonde wordt gebroken, en een inplanting in de tweede Adam, Christus. Die zondaren zijn dan geen juichende en roemende mensen. Nee, de bij aanvang toegebrachte zondaren voelen zich diep schuldig, ellendig, ze veroordelen zichzelf en missen God. Onmogelijk kunnen ze zien en nog minder geloven welk een onuitsprekelijk voorrecht hun ten deel is gevallen. Toch hebben zij de innerlijke begeerte heilig voor God te leven. Al hebben zij van Gods kant alles gekregen, nodig is de toepassing door de Heilige Geest. In een weg die zijzelf niet kunnen bezien, wordt plaatsgemaakt voor de Koning van de Kerk. Dat is een weg van ontdekking, afbraak en sterven opdat Christus gestalte zou krijgen."
Losgescheurd
:"Het is Gods wil dat Zijn volk in Hem alles zal zoeken en vinden wat tot het leven en de gelukzaligheid nodig is. Vandaar dat de Catechismus begint met: "Regeer ons alzo door Uw Woord en Geest." Van nature willen we niet geregeerd worden door God. Sinds onze val in het paradijs hebben we de regering van God opzijgezet en leven we naar eigen goeddunken. We hebben ons van God volkomen losgescheurd. Zo zijn we godloos, los van God en beantwoorden we niet meer aan het doel waartoe we geschapen zijn, namelijk tot eer van onze Schepper.De bede om de komst van Zijn Koninkrijk klinkt uit de mond van één die uit genade onderdaan is geworden van Christus. Het is dan ook een vrucht van genade. Belangrijk is de samenvoeging van Woord en Geest. Het Woord zonder de Geest verbreekt het hart niet. Maar de Geest zonder het Woord leidt tot geestdrijverij.De woorden uit de catechismus "dat wij ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen" hebben een diepe inhoud. Het gaat tegen ons bestaan in om koning af te worden. Hoe langer hoe meer zich aan God onderwerpen, betekent een stervend leven. Gods Kerk moet elke keer opnieuw overwonnen en ingewonnen worden. Dat houdt zelfverloochening in, want in ons bestaan zijn we opstandelingen tegen God.In de weg van de ontdekking lijkt het wel of er hoe langer hoe minder onderwerping is. Echter, de onderwerping geeft rust in het gemoed. De dichter zegt: "Mijn ziel is immers stil tot God. Van Hem wacht ik een heilrijk lot. Hij immers zal Mijn rotssteen wezen." Als dat ervaren mag worden, dan strekt dit tot verheerlijking van Zijn Naam en tot zaligheid der ziel."
Gewassen en geheiligd
:"De bede om bewaring van "Uw Kerk" ziet niet op een bepaald kerkgenootschap, maar op de heilige vergadering van alle ware Christgelovigen, uitverkoren in Christus, gewassen in Zijn bloed en geheiligd door Zijn Geest. Hij heeft hen liefgehad met een eeuwige liefde, daarom worden ze getrokken met goedertierenheid. Die Kerk is verspreid en verstrooid over de gehele wereld. Zolang Gods kinderen hier op aarde zijn, verkeren zij op vijandelijk grondgebied. De duivel, de wereld en het eigen boze vlees zijn hun driehoofdige doodsvijand.De strijd van Gods Kerk is een benauwde strijd, vooral als ze de macht en de heerschappij van de vijand gedurig moeten ondervinden. Die vijand heeft het op hun dood gemunt. Maar het is Gods raad Zijn Kerk in de strijd te wikkelen, niet om hen daarin alleen te laten, maar opdat ze in de kracht Gods bewaard worden door het geloof tot de zaligheid, die bereid is om geopenbaard te worden in de laatste tijd.De Koning weet dat als Gods kinderen op zichzelf zien zij lafhartige strijders zijn. Petrus verloochende Zijn Meester voor een zuur gezicht van een dienstmaagd. Maar de bewaring Gods ging over hem; Christus had voor hem gebeden dat zijn geloof niet zou ophouden. Daarom bidt Gods kind: "Bewaar uw Kerk." En God bewaart hem van on-, bij- en waangeloof door middel van de reine bediening van Zijn Woord en sacramenten en door de ambten. In hun is niets dan de dood, daarom zal de roemtaal blijven: "Het is door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen.""
Levende stenen
"Vermeerder Uw Kerk. Het is de vrucht van het nieuwe leven uit te zien naar de uitbreiding van het getal van hen die de Heere vrezen. De Heere riep Abraham uit Ur, Levi uit het tolhuis, Rachab uit de tenten der goddeloosheid, Saulus werd neergeveld op de weg naar Damascus, en Lydia's hart werd geopend onder de prediking van Paulus. Het stemt tot grote blijdschap als de Heere levende stenen toevoegt tot dat godsgebouw dat naar Zijn gemaakt bestek in eeuwigheid zal rijzen. Hoe donker de tijden ook zijn, de Heere zal doorgaan om degenen die onder het zegel der verkiezing liggen toe te brengen. Zij zúllen komen, de vraag is of wij erbij zullen zijn. De vermeerdering van de Kerk ziet ook op de voortgang van de dienst des Woords, op de vervulling van de ambten. Dan is er blijdschap als er weer iemand is die opgeleid mag worden tot de dienst des Woords. Dan is er ook blijdschap als er ambtsdragers bij mogen komen. Van David staat zo dat hij bemerkte dat de Heere hem tot koning gezalfd had. Het werk des Heeren is eenvoudig."
Vrouwenzaad
"Reeds in Genesis 3:15 heeft de Heere de strijd aangekondigd tussen het vrouwen- en het slangenzaad. Deze strijd was in de eerste plaats tegen de Koning gericht, maar gaat ook tegen Zijn onderdanen. Als de verklager der broederen richt satan zijn scherpe pijlen op Gods kinderen. Paulus kende die ook als hij zegt: "Zijn listen zijn ons niet onbekend." Hier vreest Gods volk vaak dat het nog één der dagen in de handen van Saul zal omkomen. Daarom wordt het om God verlegen volk opgeroepen zijn roeping en verkiezing vast te maken, want dat doende zullen zij nimmermeer struikelen. Zoek bij Koning Jezus geborgen te worden. Zoek geen gerechtigheid in uzelf, noch in de wet, maar zoek alles buiten Christus te verliezen en in Hem alleen alle zaligheid en verlossing te verkrijgen. Satan werkt ook door middel van onderdanen. Die onderdanen vinden we niet alleen in de wereld, maar ook in de kerk. Met een schijn van godsdienst en vermeende godzaligheid reinigen ze het buitenste van de drinkbeker, maar zijn zonder hartvernieuwende genade. Ze zoeken ten diepste de ondergang van de rechtvaardigen, omdat ze gevoelen dat ze missen wat Gods kinderen wel hebben.In de kerk treffen we ook de geesten aan die het werk Gods verachtelijk maken door een onschriftuurlijke leer. Dat is de leer van Pelagius en Arminius, die in deze tijd springlevend is. Dan ligt alle nadruk op de mens die moet geloven, die ten diepste ook kan geloven, die een vermogen ten goede heeft. Maar de doorleving van de eerste zes zondagen van de catechismus komt in de knel. Nu vraagt de bidder om verstoring en verijdeling van hun boze voornemens. Want hoewel de kop van satan vermorzeld is, probeert hij op alle manieren in zijn laatste stuiptrekkingen de komst van Gods Koninkrijk te verstoren."
Vastheid
"Dat zovele boze raadslagen zich tegen Gods Woord richten, is niet verwonderlijk. Door het Woord spreekt God tot de mens, in dat Woord zijn Gods daden in de geschiedenis beschreven, we vinden er ook in wie de Heere is en hoe Hij handelt met Zijn volk, maar ook met Zijn vijanden. Als Gods Woord niet erkend wordt, is alle vastheid weg. Maar we moeten ook onszelf toetsen aan dat onbedriegelijke Woord van God en dus niet aan ons eigen geweten. Ons hart is zo arglistig. De boze raadslagen tegen het Woord kunnen zelfs openbaren wanneer we steunen op gevoelige gewaarwordingen, gemoedelijkheden of godsdienstige stemmingen. Daarom, wat een voortreffelijke bede is het die Gods volk leert smeken om behoed en bewaard te worden, van ogenblik tot ogenblik, en bij de eenvoud en zuiverheid van Zijn Woord bewaard te blijven."@tussenkopaccent:Volkomenheid@tekstaccent:"Wanneer Christus zal verschijnen op de wolken des hemels om te oordelen de levenden en de doden zal de volkomenheid van Gods rijk aanvangen. Christus zal het Koninkrijk aan de Vader overgeven en God Drie-enig zal eeuwig Koning zijn. Dan hoeven geen vijanden meer overwonnen te worden en geen zonden meer verzoend te worden. Dan zal God zijn alles en dat in allen. Daar zullen de oprechten voor eeuwig vol zijn van en in God. Hem zij daarom de heerlijkheid, de eer en de dankzegging tot in eeuwigheid."
Dit is het derde deel in een serie over het "Onze Vader".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2000
Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2000
Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's