Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Asielprobleem Europees aanpakken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Asielprobleem Europees aanpakken

Commissie moet sterk voorstel leveren over eerlijke verdeling vluchtelingen en geld

6 minuten leestijd

Europa heeft geleerd van de enorme vluchtelingenstroom die de Kosovo-crisis veroorzaakte. Toch moet er nog veel gebeuren. De lidstaten van de Europese Unie moeten zo snel mogelijk tot een gezamenlijk asielbeleid komen. Dat zei staatssecretaris van Justitie mr. M. J. Cohen, die ook het asielbeleid in zijn portefeuille heeft, in een lezing die hij maandag uitsprak voor het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken.

Het Europese asielbeleid heeft de laatste maanden binnen de Europese Unie veel aandacht gekregen. Dit hangt nauw samen met drie belangrijke gebeurtenissen die alle in 1999 hebben plaatsgevonden.

De eerste gebeurtenis was de crisis in Kosovo. Na de verschrikkingen in Bosnië maakte de situatie in Kosovo nog eens duidelijk dat de Europese Unie een gezamenlijk antwoord moet hebben bij dit soort escalaties, waarbij vele duizenden mensen in zo korte tijd op de vlucht raken. Europa was wel verenigd in militaire actie, maar slechts uiterst beperkt bij het vinden van antwoorden op het vluchtelingen- en ontheemdenprobleem. Dit heeft het besef versterkt dat nauwere samenwerking noodzakelijk is.

De tweede gebeurtenis is de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam, op 1 mei 1999. Dit verdrag geeft de vorming van een Europees asielbeleid een flinke stimulans. Met de inwerkingtreding van het verdrag is niet alleen in een inhoudelijke verdieping van het Europese asiel- en migratiebeleid voorzien, ook de besluitvormingsinstrumenten zijn ingrijpend gewijzigd.

De derde gebeurtenis is de Europese Raad van Tampere. Deze bijeenkomst van regeringsleiders vond half oktober plaats. Het Europese asielbeleid vormde een van de centrale gespreksonderwerpen. De regeringsleiders erkenden de noodzaak van een gezamenlijk asiel- en migratiebeleid. Zij benadrukten het doel van een open en veilige Europese Unie, die volledig is gebonden aan de verplichtingen van het Vluchtelingenverdrag van Genève en andere mensenrechteninstrumenten. Daarmee werd het ongelijk aangetoond van diegenen die de lidstaten verwijten slechts oog te hebben voor het versterken van het "Fort Europa". In Tampere werden ook afspraken gemaakt over een krachtiger integratiebeleid van migranten en over de aanpak van mensensmokkel en illegale immigratie.

Slechts begin

Toch is het laatste woord nog niet gezegd, eerder pas een van de eerste woorden. Zo spreekt het Verdrag van Amsterdam op vele plaatsen over de vaststelling van minimumnormen zonder een inhoudelijk oordeel over het gewenste minimum te geven. Het lijdt dan ook geen twijfel dat de politieke discussie over het Europese asiel- en migratiebeleid de komende tijd onverminderd zal worden voortgezet.

In deze discussie zal de Nederlandse regering zich blijven inzetten voor verdergaande samenwerking. Om deze samenwerking te stimuleren is een vereenvoudiging van de besluitvorming op Europees niveau gewenst. De beslu itvorming verloopt nog altijd bij unanimiteit. En dat is lastig, want er hoeft zich maar één lidstaat tegen een voorgenomen besluit te keren, en het hele besluit is van tafel. (...) De Nederlandse inzet is erop gericht dit te veranderen.

Wensen Nederland

Voor wat betreft de inhoud van het Europese asielbeleid zijn de Nederlandse wensen niet minder concreet. Ik zal me beperken tot enkele lijnen die als een rode draad door de Nederlandse visie heenlopen. Deze lijnen zijn: harmonisatie van het Europese asielbeleid, verbreding van het Europese asieldebat en solidariteit tussen de lidstaten.

De eerste lijn is de harmonisatie van het Europees asielbeleid. Een asielzoeker zou, ongeacht waar hij asiel aanvraagt, overal binnen de Europese Unie te maken moeten krijgen met eenzelfde stelsel van regels. Om dat te bereiken, zal een gemeenschappelijke asielprocedure moeten worden vastgesteld.

Een eerste stap daartoe zou de vaststelling van minimumnormen voor asielprocedures kunnen zijn. De Europese Commissie werkt nu aan een voorstel voor een rechtsinstrument op dit punt. Nederland zal daarbij op de volgende punten letten.

Om te beginnen dient te worden erkend dat het vaststellen van minimumnormen voor asielprocedures een eerste stap is op weg naar één Europese asielprocedure. Verder dient het rechtsinstrument te voorzien in duidelijke regels ten aanzien van de procedurele regels voor beslissingen in eerste aanleg, ten aanzien van beroep, ten aanzien van de duur van de procedure, kennelijke ongegrondheidsgronden en rechtsbijstand, ten aanzien van de begrippen "veilig land van herkomst" en "veilig derde land", alsmede ten aanzien van de rechten én plichten van asielzoekers.

Breder debat

Een tweede lijn in de Nederlandse visie op het Europese asielbeleid is de verbreding van het asieldebat. Tot op heden wordt dit debat hoofdzakelijk gevoerd in het kader van de Raad voor Justitie en Binnenlandse Zaken. Meer en meer blijkt dat het blikveld niet tot deze Raad beperkt kan blijven. Ook andere politieke fora, zoals de Algemene Raad en de Europese Raad zullen zich intensiever met het asielvraagstuk moeten gaan bezighouden.

In Tampere is bevestigd dat het asielvraagstuk verdergaat dan de Raad voor Justitie en Binnenlandse Zaken alleen. In de conclusies van de regeringsleiders staat dat de Europese Unie behoefte heeft aan een pijleroverstijgende aanpak van asiel en migratie, met aandacht voor mensenrechten- en ontwikkelingsvraagstukken in de landen van herkomst. De samenwerking met de landen van herkomst zal echter vragen blijven oproepen.

Solidariteit

Een derde lijn in de Nederlandse visie op het Europese asielbeleid heeft betrekking op de solidariteit tussen de lidstaten. In de afgelopen jaren is het punt van verantwoordelijkheidsdeling vooral aan de orde gekomen in de discussie over tijdelijke bescherming van ontheemden. Het belang van deze discussie werd onderstreept door de gebeurtenissen in Bosnië en Kosovo. De standpunten van de lidstaten liggen echter nog altijd ver uit elkaar.

De verschillen van inzicht spitsen zich op twee punten toe. Dat is in de eerste plaats het niveau van rechten dat aan ontheemden zal worden toegekend. De Nederlandse regering pleit ervoor deze rechten zo uitputtend mogelijk vast te leggen. Dit vanuit de gedachte dat het nationale beleid van de lidstaten niet te veel van elkaar mag afwijken. Loopt het beleid namelijk te sterk uiteen, dan neemt de kans toe dat bepaalde lidstaten met een veel grotere toeloop van ontheemden worden geconfronteerd dan andere.

Het tweede verschil in benadering betreft de vraag of er een direct en gelijktijdig verband moet bestaan tussen een regeling voor tijdelijke bescherming van ontheemden en een regeling voor solidariteit bij de opvang van deze personen. Het antwoord op deze vraag luidt wat mij betreft ja. Maar gelet op de discussie, zullen we met creatieve oplossingen moeten komen.

De Nederlandse regering zal er ook in de toekomst voor ijveren dat lidstat en die met relatief veel asielzoekers en ontheemden geconfronteerd worden, tegemoet worden gekomen. Al zullen er compromissen moeten worden gesloten.

Een manier om dit te doen, zou een Europees Vluchtelingenfonds kunnen zijn. Met het Vluchtelingenfonds beoogt de Commissie het evenwicht te vergroten tussen de inspanningen van de lidstaten op het gebied van asiel.

De Nederlandse regering is op zichzelf verheugd met dit voorstel. Maar er zijn wel wat kanttekeningen bij te plaatsen. Bijvoorbeeld over de financiering. De plannen voor het eerste jaar zijn bekend, maar wat gebeurt er in de jaren daarna? Een ander punt is de doelgroep van het fonds. Ik denk dat personen die een andere vorm van internationale bescherming genieten ook tot de doelgroep van het fonds moeten kunnen worden gerekend.

Vindingrijkheid

Dit jaar en de komende jaren komt het erop aan alle voornemens te concretiseren en uit te voeren. Daartoe zullen de lidstaten en de Commissie zich moeten inzetten en hun vindingrijkheid moeten aanwenden. De Nederlandse regering zal zich actief, zelfbewust en waar mogelijk consensusgericht opstellen. Met de goede hoop dat een geharmoniseerd asielbeleid zo spoedig mogelijk binnen bereik komt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 25 maart 2000

Reformatorisch Dagblad | 48 Pagina's

Asielprobleem Europees aanpakken

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 25 maart 2000

Reformatorisch Dagblad | 48 Pagina's

PDF Bekijken