Bekijk het origineel

Agent Orange terroriseert bevolking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Agent Orange terroriseert bevolking

Vietnam in diverse opzichten nog in de greep van 'de oorlog'

5 minuten leestijd

Kinderen die worden geboren zonder benen, met wanstaltige misvormingen, of die verstandelijk gehandicapt blijken. Het behoort tot de meest aangrijpende gevolgen van de Vietnamoorlog, die morgen 25 jaar geleden eindigde met de val van Saigon.

Steeds meer westerse en Vietnamese wetenschappers zijn ervan overtuigd dat misvormde baby's in bepaalde

delen van Vietnam te maken hebben met de 75 miljoen liter ontbladeringsmiddel die de Amerikanen destijds over de jungle hebben gesproeid,

bedoeld om de Noord-Vietnamese

vijand uit zijn schuilplaatsen te krijgen.

Agent Orange -de naam houdt verband met de oranje (orange) band om de vaten waarin het spul was opgeslagen- was het ontbladeringsmiddel

dat de VS in de jaren '61 tot '71

rijkelijk gebruikten boven Zuid-Vietnam.

President Nixon verbood eind 1970 de inzet ervan, nadat onderzoekers de voor mensen schadelijke werking hadden ontdekt. Maar toen was het kwaad al geschied. In de gebieden die destijds werden ontbladerd, bevatten de grond en het water grote concentraties dioxine, een uiterst giftige stof in Agent Orange.

Miskramen

Een van de zwaar besproeide terreinen zijn de dalen in het centrale hoogland van Vietnam. Het opvallend hoge aantal miskramen en misvormde baby's in het gebied wordt door Vietnamese artsen toegeschreven aan dioxine in bodem en water. Bij Bien Hoa is het hetzelfde liedje. Kinderen die in de buurt van deze vroegere Amerikaanse militaire basis wonen -een gebied dat intensief is besproeid met Agent Orange- hebben een dioxineniveau in hun lichaam dat 50 keer zo hoog ligt als dat van hun leeftijdgenootjes in Hanoi.

Desondanks weigert de Amerikaanse regering te erkennen dat Agent Orange de veroorzaker is van verminkingen en andere kwalen onder de Vietnamese bevolking. Men wijst er -strikt genomen overigens terecht- op dat van een aangetoond wetenschappelijk verband nog altijd geen sprake is. Overigens heeft Washington nog vorige maand zich bereid verklaard met Vietnam onderzoek te doen naar een mogelijk verband tussen het gif

en de lichamelijke afwijkingen en ziekten.

Wantrouwen

Intussen helpt de weigerachtige opstelling van Washington een andere erfenis van de oorlog in stand te houden: een diepgeworteld wantrouwen bij de Vietnamese machthebbers -de meesten oude oorlogsveteranen- jegens de Verenigde Staten.

Nog in februari waarschuwde partijsecretaris Le Kha Phieu voor wat hij noemde "de voortgaande strijd tegen het Westen", die nu op economisch terrein wordt gevoerd: imperialisme en veroveringsdrang manifesteren zich volgens hem in de gedaante van globalisering van de economie. Maar het uiteindelijke doel is nog altijd: de socialistische landen op de knieën krijgen.

Dat de Vietnamese top heilig in deze analyse lijkt te geloven, werd vorig jaar duidelijk toen Washington en Hanoi op het punt stonden om na vier jaar moeizaam onderhandelen een lucratieve handelsovereenkomst te sluiten. Het akkoord zou op basis van de vrijemarktregels van het IMF worden getekend, en juist dat was kennelijk te veel gevraagd. Daarmee dreigden immers gevestigde belangen onderuit te worden gehaald en zou de "socialistische controle" van de partij op het land worden ondermijnd.

Doi moi

Dat "behoud van socialisme" en "gevestigde belangen" zeker niet identiek zijn, blijkt wel uit het feit dat de partijelite steunt op een elite van nieuwe rijken: burgers, onder wie succesvolle ondernemers, die belang hebben bij nauwe banden met het partijkader, teneinde hun posities veilig te stellen. Openstelling van het land voor (Amerikaanse) concurrenten past uiteraard niet in hun straatje. Vandaar dat ondanks eerder enthousiasme de overeenkomst met de Amerikanen alsnog in de ijskast belandde.

Uit deze terugdraaiing bleek ook grote onderlinge onenigheid binnen de communistische partij, namelijk tussen hervormingsgezinden en conservatieven, en wel over de vraag of Vietnam zich nu wel of niet moet overleveren aan de vrije markt. In 1986 leken de hervormers aan zet toen "doi moi" werd gelanceerd, een economisch vernieuwingsbeleid waarbij de deuren voor het buitenland werden opengezet. De waarde van investeringen vanuit het buitenland nam daarna jaarlijks met zo'n 4 miljard dollar toe - maar vorig jaar was dat alweer geslonken tot 1,4 miljard dollar.

Want investeerders weten het inmiddels: "doi moi" was een farce. Corruptie, bureaucratische rompslomp en andersoortig verstikkend beleid kregen Vietnam weer volledig in hun greep en frustreerden in toenemende mate zowel Vietnamese als buitenlandse ondernemers. De antiwesterse campagne van 1996, die "sociale kwaden" moest uitroeien, was van dat beleid wel het dieptepunt: buitenlandse teksten werden op last van de overheid van winkels verwijderd (Coca-Cola was een van de slachtoffers).

Binnen de partij is inmiddels ook afgerekend met lastposten, van wie de prominentste ongetwijfeld generaal Tran Do was, voormalig lid van het centraal comité van de partij en fel criticus van het conservatieve autoritaire beleid.

Verdeling

En dan is er nog een derde connectie met de Vietnamoorlog, die je niet zozeer een erfenis als wel een voortzetting ervan zou kunnen noemen. De verdeling in Noord- en Zuid-Vietnam is namelijk nog altijd van kracht. Niet politiek, want de macht zetelt in het Noord-Vietnamese Hanoi, maar economisch. Het vanouds kapitalistische zuiden, met Saigon (Ho Chi Minhstad) als bloeiend centrum, is na 25 jaar nog steeds de plek waar het geld wordt verdiend en... uitbundig wordt uitgegeven.

Zo steekt de industriële zone in de provincie Dong Nai met kop en schouders uit boven die in het noorden, de zieltogende industriële zone Nomura Haiphong. Terwijl de export vanuit Dong Nai vorig jaar met 22 procent toenam, daalde die vanuit Nomura met 15 procent. Het liberalere klimaat in het zuiden werkt kennelijk aanstekelijk, want steeds meer bedrijven verhuizen van het noorden naar het zuiden - dit tot ergernis van Hanoi.

Maar de communistische noorderlingen laten het er niet bij zitten: door hulp- en belastinggelden juist in noordelijke provincies te pompen, en daar veel meer infrastructurele projecten

te beginnen, hoopt men het zuiden alsnog op de knieën te krijgen.

Dong Nai, in het zuiden dus, zit nu al zonder goede huisvesting voor zijn

arbeiders, terwijl ook goede wegen

en efficiënt openbaar vervoer ontbreken.

25 jaar na het einde van 'de oorlog' is Vietnam dus nog altijd in de greep van die oorlog: Agent Orange terroriseert er bevolkingsgroepen, Amerikanen worden gewantrouwd en geweerd, en communisten vechten nog altijd tegen zuidelijke kapitalisten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 april 2000

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Agent Orange terroriseert bevolking

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 april 2000

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken