Bekijk het origineel

Wereldtoezicht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wereldtoezicht

4 minuten leestijd

Fusies en overnames zijn aan de orde van de dag. Wereldwijd gaan ondernemingen als broodjes over de toonbank. Een recent voorbeeld is DSM, dat vorige week in de VS zijn vleugels uitsloeg. De voormalige staatsmijnen deden een bod van 1,8 miljard gulden op het fijnchemieconcern Catalytica.

Wereldwijd rukken de multinationals op. Overal laten ze hun oog vallen op een aantrekkelijke prooi. Uit een recente studie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) bleek dat vorig jaar het bedrag dat met internationale fusies en overnames in 29 geïndustrialiseerde landen is gemoeid, toenam met bijna 50 procent tot 767 miljard dollar.

Nederland blaast op dit front zijn partijtje mee. Volgens een onderzoek van KPMG stonden bedrijven uit ons land in het eerste halfjaar van 2000 zevende op de ranglijst van overnames in het buitenland. Het ging om 175 transacties en een bedrag van 20 miljard dollar.

Cashen

Het doel van de internationale overnames en fusies is lang niet altijd om gelijk te cashen. In vele landen, zoals bijvoorbeeld in Oost-Europa, duurt het vaak jaren voordat er winst wordt gemaakt. Maar toch trekken de westerse concerns ook in die landen de beurs -soms wagenwijd- open.

Een belangrijke reden voor de concentratietendens is de snel toenemende internationalisering en concurrentie. De wereld wordt een dorp en de concerns willen in alle straten actief zijn. Ook de toenemende specialisatie speelt een rol. In sectoren zoals de chemie, farmacie, telecom en voedingsmiddelenindustrie kunnen ondernemingen alleen in de internationale top meedraaien als ze voldoende omvang hebben, want het ontwikkelen en op de markt brengen van nieuwe producten kost handenvol geld. Een belangrijke factor bij fusies en overnames vormen verder de synergievoordelen. Ook de sterk gestegen aandelenkoersen in de afgelopen jaren speelden een rol van betekenis, want hierdoor kregen de concerns het benodigde kapitaal voor de financiering van hun transacties.

Hoewel het concentratiestreven begrijpelijk is, is het wel opvallend dat de schaduwzijden daarvan tegenwoordig onderbelicht blijven. Vanaf de jaren zestig tot begin jaren tachtig deed zich een soortgelijke ontwikkeling voor, maar toen sprongen vele -met name linkse- parlementariërs en vakbonden op de ketting. Zij vreesden dat de multinationals een te grote macht zouden krijgen. Een ander kritiekpunt was dat de activiteiten van de multinationals door hun wereldwijde vertakkingen ondoorzichtig zijn.

Hoewel 'links' toen overdreef, zat er toch zeker een kern van waarheid in hun kritiek, die ook anno 2000 nog geldt. Kijk bijvoorbeeld naar het gedrag van verschillende multinationals bij de discussie over genetisch gemanipuleerd voedsel. Hun eerste inzet was vooral dat de consument dat eten maar moest slikken. Dat sommige landen proeven met gemanipuleerde gewassen verboden, was voor verschillende concerns niet zo'n probleem, want ze weken gewoon uit naar een land dat minder moeilijk deed.

De opmars van de multinationals roept de vraag op van een wenselijke controle. Door de toenemende grensoverschrijdende bedrijfsactiviteiten wordt het toezicht door de traditionele instanties zoals bijvoorbeeld overheden, vakbonden en aandeelhoudersvergaderingen steeds moeilijker. Daarom moet er worden gezocht naar nieuwe vormen. Ook de ondernemingen hebben daar belang bij, want door hun enorme omvang en ongrijpbaarheid staan ze snel aan kritiek bloot.

Ethische kanten

Het transparanter maken van de concerns is allereerst een taak van henzelf. Zij moeten laten blijken dat ze oog hebben voor de ethische kanten van hun doen en laten. Gelukkig gebeurt dat ook, maar toch is extern toezicht van belang. Zelfcontrole is immers gemakkelijk aan slijtage onderhevig.De overheden hebben eveneens een taak als toezichthouder, maar het probleem is dat die vaak beperkter wordt vanwege de grensoverschrijdende activiteiten van de multinationals.

Gezien de internationale bedrijvenclustering dient daarom onderzocht te worden of een wereldwijd werkende toezichthouder noodzakelijk, wenselijk en werkbaar is. Het moet daarbij gaan om een onafhankelijke instantie, die niet alleen op de bedrijfsbelangen let, maar ook oog heeft voor de belangen van de werknemers, het milieu, de consument en de aandeelhouders.

Drs. H. van den Berge, redacteur economie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 8 augustus 2000

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Wereldtoezicht

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 8 augustus 2000

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken