Jordaans vliegtuig naar Irak
Derde buitenlandse toestel binnen een week in Bagdad
AMMAN - Jordanië is gisteren het derde land in nog geen week geworden dat ondanks protesten van Washington een vliegtuig naar Irak heeft gestuurd.
Het Jordaanse toestel, een Airbus A320, vertrok 's middags van het internationale vliegveld van Amman met aan boord ten minste 3 ton medische voorraden en 77 passagiers, onder wie minister van Gezondheidszorg Tareq Suheimat, parlementsleden, artsen, vrouwelijke activisten en hoofdredacteuren van Jordaanse kranten. Suheimat beklemtoonde dat er voor humanitaire vluchten zoals deze geen fiat nodig is van de sanctiecommissie van de VN. Ook Parijs en Moskou stellen zich op dit standpunt. Het vliegtuig werd in Bagdad verwelkomd door zo'n driehonderd zingende en dansende mensen.
Een woordvoerder van de VN-sanctiecommissie verklaarde gisteren dat de commissie de Jordaanse vlucht heeft goedgekeurd. Ook de Verenigde Staten verklaarden geen bezwaar te hebben tegen de vlucht, omdat Jordanië zich aan de geldende procedures heeft gehouden.
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, zei dinsdag echter nog "zeer bezorgd" te zijn over ongeautoriseerde Russische en Franse vluchten op Irak. Ze zou proberen Jordanië te weerhouden van navolging van het Russische en Franse voorbeeld. Jordanië heeft steeds gezegd dat het ook zonder toestemming van de VN het vliegtuig zou laten gaan.
Jordanië ontvangt jaarlijks 275 miljoen dollar aan economische en militaire steun van de Verenigde Staten. Het heeft echter ook belang bij herstel van de economische betrekkingen met Irak.
De televisieomroep Al-Jazeera, die vanuit Qatar uitzendt naar de hele Arabische wereld, meldde gisteren dat ook Jemen van plan is een humanitaire vlucht naar Bagdad te sturen. Dit toestel zou later deze week nog vertrekken.
Rusland en Frankrijk zeggen dat het voor humanitaire vluchten volstaat de VN-sanctiecommissie te verwittigen. De VS, Groot-Brittannië en het Nederlandse voorzitterschap van de commissie vinden echter dat ook goedkeuring voor de vluchten nodig is. De landen die het vliegverbod negeren, willen dat de door de VN opgelegde sancties tegen Irak worden opgeheven, omdat de Iraakse bevolking daaronder lijdt.
Schadevergoeding
De vijf grote landen in de VN-Veiligheidsraad zijn het erover eens geworden dat Irak 15,9 miljard dollar schadevergoeding moet betalen aan de Koeweitse oliemaatschappij Kuwait Petroleum Corporation. Irak moet dat bedrag betalen wegens de van augustus 1990 tot februari 1991 toegebrachte schade. Dat meldden diplomaten bij de VN in New York en Genève gisteren.
Om deze pil voor Bagdad enigszins te vergulden hoeft dat land van de vijf vanaf 10 december niet langer 30 procent, maar 25 procent van zijn inkomsten uit olie af te dragen voor schadevergoedingen.
De schadevergoedingscommissie van de raad in Genève heeft tot nu toe alleen claims van individuele personen behandeld, niet van bedrijven of overheidsorganen. Bij die claims heeft de commissie tot nu toe voor 8,2 miljard dollar toegewezen. Van dat bedrag is 2,3 miljard dollar daadwerkelijk betaald.
Een heel ander punt is de 168 miljard dollar aan schadevergoeding die de staat Koeweit zelf eist. Daarover hebben de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad besloten voor het eind van dit jaar opnieuw te kijken naar de procedures die de commissie schadevergoeding moet volgen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2000
Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2000
Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's