Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Muziek heeft te weinig gewicht"

4 minuten leestijd

GOUDA - "Jullie zijn vanochtend vervelend geweest, dus we doen vanmiddag geen muziek." Nog steeds zijn er juffen en meesters die zulke onpedagogische straffen hanteren. "Het vak heeft nauwelijks gewicht", concludeert S. M. W. Bezemer, muziekleraar op de Driestar-pabo. "Geen enkele vader of moeder vraagt op de ouderavond: Hoe doet mijn zoontje het met muziek?"

Basisschoolkinderen zingen slecht, ze kunnen nauwelijks een ritme naklappen en slechts 30 procent van de scholen gebruikt een muziekmethode. Ziedaar de trieste uitkomsten van een onderzoek door het Cito naar de kwaliteit van muziek op de basisschool. Bezemer: "Als er al muziek wordt gegeven, improviseren veel leerkrachten maar wat; ze doen alleen dingen die ze zelf leuk vinden. Van een fatsoenlijk opgebouwd leerplan, zoals bij rekenen en taal, is geen sprake."

Hoewel er tegenwoordig het hele jaar door overal muziek klinkt, tot op het toilet toe, is het zelf zingen uit de gratie geraakt. Bezemer: "Moderne muziekmethodes gaan helemaal op de toer van het luisteren naar muziek, en dan vooral popmuziek. Protestants-christelijke en nog meer de reformatorische scholen zijn een gunstige uitzondering. Die hebben het geestelijk lied; een garantie dat er in ieder geval wordt gezongen."

Dat tegenwoordig veel meer kinderen dan vroeger op muziekles zitten, is positief, maar verbetert de kwaliteit van het vak op school nauwelijks, aldus Bezemer. "Dat ligt niet aan de kinderen, maar aan de leerkrachten. Die weten vaak niet hoe ze bijvoorbeeld een meisje dat leuk dwarsfluit speelt, kunnen inschakelen bij de muziekles."

Koorzang

Het gros van de studenten dat de pabo verlaat, is niet bekwaam goed muziek te geven, stelt Bezemer vast. "Geen wonder, want het aantal uren voor dit vak op de pabo is drastisch verminderd." Een simpel rekensommetje leert Bezemer dat voor 1985, op de 'oude' pedagogische academie, studenten de eerste twee jaar in totaal 120 uur muziek kregen. Dat is nu nog maar 35 uur. "Muziekspecialisten krijgen in het derde jaar nog eens 20 uur, maar slechts een kwart van de studenten kiest hiervoor. Daarnaast volgt iedereen op De Driestar één uur koorzang per week; uniek voor een pabo."

Bezemer komt veel op basisscholen: om zijn studenten te begeleiden en om nascholing te geven. "Het valt me op dat veel leerkrachten moeite hebben om bij muziek echt ergens aan te werken. Ze zingen wel liedjes met de kinderen, maar er wordt bijvoorbeeld niets aan stemvorming gedaan."

Inmiddels volgden vijftien van de 150 reformatorische basisscholen een nascholingscursus bij Bezemer. "De cursus omvat vijf lesmiddagen. Verder sturen alle leerkrachten elke week een muziekles naar mij op die ik corrigeer. En dat twee jaar lang. Op die manier maken ze hun eigen leerplan." Ook collega's van Bezemer werken aan een muziekmethode. "Binnen een jaar komt het eerste deel, bedoeld voor groep 1, uit."

Inzet is goed

Bezemer vindt het "niet zo'n geschikte prikkel" om muziek meer status te geven door het vak te laten meetellen op het overgangsrapport. "Veel scholen geven niet eens een cijfer voor muziek of vullen iets prozaïsch in, zo van: je inzet bij muziek is goed. Ik vind dat scholen hun verantwoordelijkheid moeten nemen; zeker christelijke scholen, waar muziek nauw is verbonden met religie. Als je zegt dat zang en muziek tot eer van God moeten zijn, dan moet je ook werken aan kwaliteit."

Uit gesprekken met directeuren en leerkrachten weet Bezemer dat muziek ook in het reformatorisch onderwijs geen hoge prioriteit heeft. "Vaak zeggen ze: Als je het kunt, is het een mooi vak. Het is ook veelzeggend dat er elk jaar onderwijsdagen voor reformatorische basisscholen worden gehouden, maar dat het vak muziek nog nooit aan de orde is geweest."

Ook tekenen en handvaardigheid zitten in de vergeethoek; toch is er volgens Bezemer een verschil. "Bij deze vakken maken de leerlingen werkstukken. Die kun je als school exposeren. Bij muziek kun je niets laten zien; en de kinderen iets laten zingen of spelen op een ouderavond kost te veel inspanning."

Een muzikale juf of meester in alle klassen muziek laten geven, heeft voor- en nadelen, vindt Bezemer. "De kwaliteit van het vak gaat omhoog, maar je haalt een stuk sfeer uit de klas. Muziek wordt dan beperkt tot één of twee keer een halfuur per week, terwijl het juist zo goed en gezellig is om na de rekenles even dat ene liedje te oefenen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2000

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2000

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken