Bekijk het origineel

BTW bouwkosten kerk aftrekbaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

BTW bouwkosten kerk aftrekbaar

4 minuten leestijd

Het komt voor dat een kerkgebouw tegenwoordig eigendom is van een stichting. Onlangs berichtte deze krant over een dergelijke vorm. Het ging hierbij om de vraag of de stichting, die een kerkelijk centrum verhuurt, ook na een wetswijziging wel terecht BTW heeft teruggekregen. De Hoge Raad stelde de stichting gedeeltelijk in het gelijk.

De stichting in kwestie verhuurde het kerkelijk centrum voornamelijk aan de plaatselijke hervormde gemeente. Meer dan de helft van het complex bestond qua oppervlakte uit een kerkzaal die ook als zodanig werd gebruikt. Daarnaast werden er in de overige ruimten van het gebouw allerlei activiteiten ontplooid, zoals vergaderingen, cursussen, uitvoeringen, recepties en dergelijke bijeenkomsten. Hieruit blijkt wel dat het gebouw ook verhuurd wordt aan anderen dan de hervormde gemeente. Er is namelijk ook een aantal vaste en incidentele huurders van de diverse ruimten.

Belaste verhuur

Het gebouw is in 1993 in gebruik genomen. Over de bouwkosten kreeg de stichting BTW in rekening gebracht. Op grond van de wetgeving van 1993 kon zij deze BTW vervolgens weer terugvragen van de Belastingdienst, mits zij koos voor belaste verhuur. Dit betekende dat zij de ruimten van het gebouw verhuurde en bij de huurprijs BTW in rekening moest brengen.

Vanaf 1995 werd echter de Wet inzake constructiebestrijding in werking gesteld. Deze had wijzigingen tot gevolg bij heffing van BTW. Het komt erop neer dat de stichting tot 2003 steeds eentiende van de BTW die zij had teruggehad, moest terugbetalen. Dit moest zij doen, omdat zij volgens de wet geen BTW meer in rekening kon brengen over de verhuur aan bijvoorbeeld de hervormde gemeente.

Erg ingewikkeld

De stichting kon zich niet in de terugbetaling vinden. Wel deed zij in 1996 een BTW-aangifte en betaalde zij de BTW gewoon terug, maar daarnaast ging zij in beroep bij de fiscus. Inspecteur en gerechtshof vonden de terugbetaling echter terecht. En daarom moest de stichting haar grief gaan uiten bij de Hoge Raad.

Wat de gemeente vooral stoorde, was dat er voor andere instellingen die gebouwen verhuurden, een tegemoetkomende regeling was getroffen. Om dit te begrijpen moeten we even terug naar de geschiedenis van de Wet inzake constructiebestrijding. Toen deze werd ingevoerd, was men bang dat de nieuwe wet voor sommige verhuurders erg ingewikkeld zou worden. In de praktijk zouden zij namelijk ieder jaar opnieuw precies moeten uitzoeken hoeveel belasting zij wel en niet terug zouden moeten betalen. Dat leverde veel werk voor hen op, omdat zij te maken hebben met verhuur voor korte perioden.

Daarom besloot de staatssecretaris dat voor alle verhuurders van congres-, vergadering- en tentoonstellingsruimten geen terugbetaling van de BTW op de bouwkosten nodig was. Dat gold bovendien ook voor horecabedrijven, maar niet voor buurt- en dorpshuizen, die immers overheidssubsidie kregen. De stichting vond het maar vreemd dat deze regeling voor zaalverhuurders en dergelijke niet voor haar van toepassing was. Ook zij verhuurde haar ruimten immers maar voor korte perioden achter elkaar, hooguit voor een halve dag.

De Hoge Raad overwoog bij deze kwestie het volgende: de stichting was volgens de hoogste nationale rechter een verhuurder van ruimten die vergelijkbaar waren met de genoemde vergaderruimten. Tevens was zij qua positie niet te vergelijken met bijvoorbeeld een buurthuis. En daarom had zij volgens ons hoogste rechtscollege de BTW op de bouwkosten niet terug hoeven te betalen. Zij kwam in aanmerking voor de uitzondering die de staatssecretaris gemaakt had voor de verhuur van zaalruimten en dergelijke. De stichting kreeg gelijk en de fiscus moest het bedrag weer teruggeven.

Onderhoudskosten

In de praktijk betekent deze uitspraak dat stichtingen zoals bovengenoemd inderdaad hun BTW kunnen terugvragen; deze hoeft niet meer te worden terugbetaald. Tenminste, zolang de staatssecretaris hier geen stokje voor steekt. Overigens moet hierbij wel worden aangetekend dat de verhuur van de ruimten in dergelijke gevallen altijd met BTW belast is.

Dit betekent dat de gebruiker van de ruimte, zoals de kerkelijke gemeente, altijd BTW zal moeten betalen over de huurprijs. Zij kan deze BTW niet terugvragen. Hierdoor wordt het voordeel dat de stichting behaalt bij de BTW op de bouwkosten in feite verminderd door het nadeel dat haar afnemers lijden. Wel is er nog een ander voordeel voor de stichting: deze kan de BTW op (onderhouds)kosten terugvragen.

Afhankelijk van de hoogte van de kosten kan de stichting op de lange duur wellicht worden opgeheven: de BTW over de huurprijs valt dan namelijk weg. Een opheffing brengt echter wel weer 6 procent overdrachtsbelasting op de waarde van de kerk met zich mee.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 8 januari 2001

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

BTW bouwkosten kerk aftrekbaar

Bekijk de hele uitgave van maandag 8 januari 2001

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken