Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meer dan hulpje van de tandarts

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Meer dan hulpje van de tandarts

5 minuten leestijd

Als kind moest ze niets van de tandarts hebben. "Mijn moeder vertelde nooit dat ze een afspraak had gemaakt. Dan zei ze op een woensdagmiddag na het eten: "Gaan jullie maar vast op de bank zitten, we gaan zo naar de tandarts." Het gevolg was dat m'n zusje en ik spontaan in huilen uitbarstten."

Rianne Rozema-van de Breevaart (25) uit Hendrik-Ido-Ambacht is al weer negen jaar assistente van tandarts A. van Horssen. "Veel mensen hebben een negatief beeld van mijn vak. Maar een tandartsassistente is niet zomaar het verlengstuk van de tandarts. Zeker de helft van de dag voer ik zelfstandig taken uit. Ook krijsende kinderen komen hier echt niet wekelijks binnen. Mensen zijn vaak wel gespannen, maar daar merken we weinig van. Meestal valt het ze achteraf toch mee."

Een tandartsassistente met meer dan vijf jaar ervaring wordt automatisch preventie-assistente. Ze mag meer dan speeksel afzuigen, vullingen aangeven en afspraken plannen. Ook tandsteen verwijderen, röntgenfoto's maken, beugels plaatsen en het gebit polijsten is het dagelijks werk van Rianne. "De tandarts selecteert de patiënten en vertelt me wat er moet gebeuren. Vervolgens geef ik bijvoorbeeld poetsinstructies of een fluoridebehandeling. Normaal gesproken praten patiënten vooral tegen de tandarts. Nu ik zelfstandig mensen behandel, voeren ze ook hele gesprekken met mij. Dat maakt het werk extra leuk."

Stap vooruit

Ook aan de tandartsstoel heeft de assistente een taak. "Het is van belang dat ik in gedachten steeds een stap vooruit ben op de handelingen van de tandarts. Onze agenda is tot op de minuut gepland. Daar kunnen we niet te veel van afwijken. Meestal neem ik het programma per uur door, zodat we op tijd een verdoving kunnen plannen, want die moet altijd even inwerken. Een assistente zorgt ervoor dat de tandarts door kan werken. Op tijd een vulling aangeven, instrumenten aanreiken, de vulling aanduwen en vervolgens de spullen pakken om het geheel af te werken."

Ongeveer 80 procent van Riannes dagtaak bestaat uit praktisch werk. De rest is administratie. "Maar het is niet zo dat ik een hele ochtend achter de computer zit. Het werk is met elkaar verweven. De telefoon gaat, ik maak een afspraak en ga vervolgens weer verder waar ik was gebleven. Aan het einde van de maand versturen we de ziekenfondsdeclaraties en de rekeningen. Dat vergt wat meer tijd, maar de printer doet het meeste werk."

Met mensen omgaan en zelfstandig werken vindt Rianne het leukste aan haar vak. Ook de administratie doet ze graag. "Ik hou wel van ordelijk werken." Instrumenten steriliseren -zo'n twee keer per dag- vindt ze minder geslaagd, evenals iedere middag de praktijk stofzuigen. "Dat duurt maar een minuut of tien."

Verzorging

Na het voortgezet onderwijs wist Rianne niet meteen wat ze wilde gaan doen. "Ik zou met een aantal anderen uit m'n klas naar het mdgo in Rotterdam gaan. De pabo leek me ook wel leuk, maar dan moest ik nog zes jaar leren. Daar had ik geen zin in, vandaar dat ik voor de verzorging koos."

Het liep anders. "In de tijd dat ik eindexamen deed, stond er een advertentie in een plaatselijk krantje waarin Van Horssen een tandartsassistente vroeg. Eerst wees m'n zwager op de advertentie, later zei m'n broer: "Is dat niks voor jou, Rianne?" Toen dacht ik, laat ik eens een brief schrijven." Hoe langer ze erover nadacht, des te aantrekkelijker leek het haar om direct te gaan werken. Met twee boeken onder de arm -een over instrumenten en een over het benoemen van tanden en kiezen- ging Rianne vakantie vieren.

De mbo-opleiding tandartsassistente heeft Rianne niet gevolgd. Na de vakantie startte ze meteen met een LOI-cursus tandartsassistente, een erkende opleiding. "De tandarts moest erg veel tijd in me steken en heel veel vertellen. In het begin zat ik vooral aan de stoel. Van lieverlee kwam daar de administratie bij."

Assistenten die de dagopleiding hebben gevolgd, weten veel meer. Ze lopen stage, weten als ze binnenkomen het verschil tussen een witte en een amalgaamvulling, hebben de administratie al deels onder de knie en kunnen zelfstandig handelingen uitvoeren. Toch is een schriftelijke cursus volgens Rianne voldoende om aan de slag te kunnen. "Kennis van tandheelkunde, instrumenten en administratie die ik 's avonds had opgedaan, kon ik meteen de volgende dag in praktijk brengen."

Potloden

Na hun opleiding hebben tandartsassistenten nog voldoende mogelijkheden om zich verder te bekwamen, zoals met dagcursussen telefoneren, instrumenten slijpen en omgang met lastige patiënten. Een paar jaar geleden volgde Rianne een cursus tandsteen verwijderen. Daarvoor nam ze haar eigen patiënten mee. "De eerste keer oefenden we op een gipsmodel waarin potloden waren gegoten. De potloden stelden tanden en kiezen voor; de verf was het tandsteen. Dat moesten wij met behulp van instrumenten verwijderen. Bij het examen is m'n tante mee geweest. Ik moest aanwijzen waar bij haar tandsteen zat -dat kun je voelen met een haakje- en poetsinstructies geven. Als laatste moest ik het tandsteen weghalen en aanslag van koffie en thee verwijderen door het gebit te polijsten."

Behalve aan het gebit van de vierduizend patiënten uit de praktijk, besteedt Rianne ook meer tijd dan voorheen aan haar eigen tanden en kiezen. "Ik poetste altijd al veel omdat ik een beugel had. Maar flossen deed ik nooit, ik wist niet eens hoe dat moest. Nu zie ik het belang daar wel van in. Maar een gebakje laat ik echt niet staan, hoeveel zoetigheid er ook in zit."


Tandartsassistente

Een tandartsassistente heeft keuze uit een voltijdopleiding of een schriftelijke cursus. Stage is een verplicht onderdeel.

Een diploma vbo of mavo is voldoende om te starten met een schriftelijke cursus.

Sommige opleidingscentra stellen eisen aan het examenniveau (B- of C-niveau), maar niet aan het vakkenpakket. Ook de studieduur varieert per instituut, van 18 tot 28 maanden; de stageperiode duurt enkele tientallen weken.

De toelatingseisen voor een dagopleiding zijn wat scherper. Een mavo- of vbo-leerling moet in minimaal drie vakken op C-niveau examen doen, waaronder Nederlands en één exact vak (wis-, natuur-, scheikunde, biologie of gezondheidskunde).

De opleiding duurt drie jaar, op sommige scholen kan het sneller doordat studenten de opleiding in eigen tempo mogen volgen. Stage neemt, uitgesmeerd over de hele opleiding, een jaar in beslag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 2001

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Meer dan hulpje van de tandarts

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 2001

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken