Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De betekenis van een mensbeeld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De betekenis van een mensbeeld

Andere visie op de mens werkt door in het denken en doen van alledag

7 minuten leestijd

Hoe is het te verklaren dat mensen in het dagelijks leven handelen zoals ze handelen en standpunten innemen zoals ze die innemen? Waarom hebben ze soms een grote voorkeur voor het een en zijn ze volstrekt tegen het ander? Die positiekeuze blijkt in de praktijk samen te hangen met een heleboel factoren. Te denken valt aan allerlei maatschappelijke belangen en de druk vanuit het sociale milieu waarin men verkeert. Daarnaast is er een samenhang met het gezin waarin men opgevoed is, de latere levenservaringen en de verwachtingsbeelden die men heeft. Uiteraard is ook de eigen levensovertuiging van invloed, evenals de opvattingen van de huwelijkspartner en van andere voor ons belangrijke mensen. En daarmee hebben we nog lang niet alles gehad.

Ten aanzien van het mensbeeld hebben zich echter belangrijke verschuivingen voorgedaan. Een duidelijk voorbeeld daarvan viel een paar weken geleden te constateren in het opinieblad HN (voorheen Hervormd Nederland). Daarin sprak de voorzitter van de Jonge Socialisten, Sander Zboray, als zijn mening uit dat het absolute vertrouwen in de goedbedoelende burger, een altruïstisch marxistisch mensbeeld, bij hen niet meer zo sterk aanwezig is.

In dat hele krachtenveld neemt het mensbeeld een centrale plaats in. Hanteert men een positieve of een tamelijk negatieve kijk op de mens? Zo'n mensbeeld verklaart niet alles, maar is wel degelijk van betekenis voor ons staan in deze wereld.

Het marxisme ging uit van een positieve kijk op de mens. Dat het menselijk gedrag in de praktijk tegenviel, kwam door de verkeerde maatschappelijke omstandigheden. In de toekomstige heilstaat waren die negatieve factoren verdwenen en zou de goede aard van de mens vanzelf tot ontplooiing komen. In de kring van de sociaal-democratie formuleerde men het allemaal wat voorzichtiger, maar toch was deze gedachtegang ook daar herkenbaar.

Diametraal daartegenover stond de boodschap van de Heidelbergse Catechismus. Daarin wordt ten aanzien van de mens beklemtoond dat "wij ganselijk onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad." In andere varianten van het christendom ging men op dit punt minder ver, maar kende men in ieder geval wel het begrip (erf)zonde.

In hetzelfde artikel kwam ook de directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA, Ab Klink, aan het woord. Klink, afkomstig uit de kring van de Gereformeerde Bond, beklemtoont daarin dat hij veel vertrouwen heeft in de mondige burger en diens gedrag. "Mensen komen als onbeschreven blad op de wereld, maar ontwikkelen zich in de regel als wezens waarin je alle vertrouwen kunt hebben." De morele basis van de burgers is "hartstikke gezond", zo meent hij.

Herijking

Die uitspraken gaven de columnist Heldring in NRC-Handelsblad aanleiding tot een interessante beschouwing over een herijking van ijkpunten. Niet ten onrechte constateert hij dat zich een wezenlijke verandering heeft voltrokken in het denken van geestelijke families. De sociaal-democratie gelooft niet meer in de goedheid van de mens en de christen-democratie heeft veel vertrouwen in de mondige burger.

Dat heeft ongetwijfeld te maken met allerlei andere verschuivingen. Links is er na jaren achter gekomen dat de mens tegenvalt. De zielige bijstandstrekker blijkt in een aantal gevallen liever lui dan moe te zijn. In de communistische maatschappij, die toch een belangrijke stap in de richting van de definitieve heilstaat moest betekenen, gedroegen mensen zich minstens even beroerd of nog beroerder dan in de kapitalistische samenleving. In het christendom, zo signaleert Heldring, is er sprake van een opmars van vrijzinnigheid. Daardoor raakt het begrip zonde, dat vanouds christenen van niet-gelovigen onderscheidde, op de achtergrond.

We moeten dus constateren dat de verschillende hoofdstromingen in onze cultuur qua mensbeeld naar elkaar zijn toegegroeid. Dat is ongetwijfeld een van de oorzaken waarom er tegenwoordig niet zoveel verschil meer bestaat tussen de politieke partijen, althans tussen de grote partijen. Uiteraard is men het niet in alles met elkaar eens, maar van fundamentele kloven is nauwelijks sprake meer.

De paarse coalitie is daar een duidelijk voorbeeld van. De oude tegenstellingen tussen socialisme en liberalisme bleken overbrugbaar te zijn. En wat het CDA betreft, dat zou volgend jaar zonder veel moeite kunnen aansluiten bij een coalitie met socialisten en/of liberalen.

Katholiek mensbeeld

Binnen de christelijke traditie hebben de rooms-katholieken altijd een optimistischer beeld van de mens gehanteerd dan orthodoxe protestanten. Maar de door Klink uitgedragen gedachte van de mens als tabula rasa, als onbeschreven blad papier, is niet alleen vreemd aan de orthodox-protestantse dogmatiek, maar sluit toch ook niet goed aan bij het traditionele rooms-katholieke denken. Als dat nu tegenwoordig de geestelijke basis van het CDA is, dan zijn ze daar wel erg op drift geraakt. Met Heldring kunnen we ons afvragen wat dan nog de reden is voor een apart bestaan als een christelijke partij.

Overigens valt te vrezen dat Klink niet de enige uit de gereformeerde gezindte is die weggegroeid is van het mensbeeld van de Heidelberger. Deze week promoveerde de rector van het Theologisch Seminarium van de SoW-kerken, ds. De Leede, op een studie over het waarachtig menszijn. De gereformeerde mensvisie ziet ds. De Leede als innerlijk tegenstrijdig. Veel gereformeerden die dat zondags nog onderschrijven, of zich althans daar niet tegen verzetten, stellen zich in het dagelijks leven heel anders op.

Hij zou daar wel eens gelijk in kunnen hebben. Althans als het gaat om het vaststellen van de feitelijke kloof tussen leer en leven. Maar moeten we dan de zondagse leer aanpassen aan de praktijk of andersom? Is de beleving van de hedendaagse kerkmens de norm of niet?

Niet te absoluut

Nogmaals zij beklemtoond dat de relatie tussen het gehanteerde mensbeeld en het dagelijkse doen en laten van mensen niet te absoluut moet worden gezien. Maar evenzeer is waar dat die twee niet los van elkaar staan. Wie het mensbeeld van de Heidelberger inruilt voor een dat een stuk positiever uitpakt, komt anders in het leven te staan.

Dat bleek bijvoorbeeld ook bij de Volendamse brand. Naarmate men een positiever mensbeeld hanteert, wordt het bij dergelijke rampen moeilijker om dat te verenigen met het beeld van een God die voor alles liefde is. Die spanning tussen mensbeeld en Godsbeeld wordt dan veelal opgelost door een streep te halen door Gods almacht. Daarmee raakt men nog verder af van het bijbelse denken, dat zowel weet heeft van de zondigheid van de mens, van Gods almacht, als ook van Zijn rechtvaardigheid en barmhartigheid. Alleen als we daaraan blijven vasthouden komen we uit bij de bijbelse conclusie: "Indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen evenzo vergaan" (Lukas 13:3, 5).

Ook orthodoxe rooms-katholieken denken tamelijk optimistisch over de (gelovige en ongelovige) medemens. Men ziet daardoor allerlei mogelijkheden tot samenwerking. De KVP-politicus Romme schreef in de jaren vijftig een boekje onder de titel "Katholieke politiek" waarin hij stelde dat de politiek van de KVP krachtens haar innerlijke redelijkheid ook voor niet-katholieken aanvaardbaar was. De protestantse partijen daarentegen leefden in die jaren veelmeer uit de antithesegedachte. De ChristenUnie krijgt onvermijdelijk met dit positievere mensbeeld te maken wanneer rooms-katholieke sympathisanten bij haar aankloppen.

Maar het zijn niet alleen de rooms-katholieken die een positief mensbeeld uitdragen. Binnen de protestantse wereld wordt het Heidelbergse model niet alleen afgewezen door de vrijzinnige en halfvrijzinnige c.q middenorthodoxe richting, maar ook door bijvoorbeeld de evangelischen. Daar bestaat toch een ander beeld van de mens en zeker van de gelovige mens, dan ons in de catechismus wordt voorgehouden. In dit verband moeten we ook denken aan een van de laatste vragen van de catechismus (vraag 127) waar de gelovigen belijden dat zij van zichzelf zo zwak zijn dat zij niet één ogenblik zouden kunnen bestaan. Ook dat is een wezenlijke notie.

Verklaring van Lausanne

De toenaderingspogingen van de RPF in de richting van het GPV stuitten met name in het verleden bij een aantal GPV'ers op het bezwaar dat de RPF zich niet zonder meer wilde binden aan de gereformeerde belijdenis en openstond voor evangelische invloeden. Nu kan men zeggen dat het in de praktijk allemaal wel meeviel. Steeds meer GPV'ers zijn dat ook gaan inzien. Bovendien gold dat de vrijgemaakte achterban van het GPV een neocalvinistische uitleg van de catechismus hanteerde, waardoor in ieder geval een veel positiever beeld van de gelovige naar voren kwam.

Recent voerde de voorman van de RPF, Van Dijke, echter een pleidooi om de evangelische Verklaring van Lausanne bij de grondslag van de ChristenUnie te betrekken. Op die manier komt de nieuwe partij toch in een ander vaarwater terecht dan het gereformeerde. Dat zou een aantal GPV'ers kopschuw kunnen maken. Het is in ieder geval van belang de ontwikkelingen op dit punt te volgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 februari 2001

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

De betekenis van een mensbeeld

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 februari 2001

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken