Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gezocht: moppenmutsje en hoofdijzer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gezocht: moppenmutsje en hoofdijzer

Groep laat met enige regelmaat zien hoe Kattekers er ooit bijliepen

5 minuten leestijd

Als Katwijker vrouwen in het grijs verleden al een wekker hadden, konden ze hem een halfuur eerder zetten dan nu het geval is. Reken maar uit: het aantrekken van een onderblouse, drie onderrokken, een bovenrok plus een jakje waaraan tientallen haken en ogen zaten, kostte minstens een kwartier. Daarna moesten het zwarte ondermutsje, het hoofdijzer en de kanten muts opgezet worden. Van deze verkleedpartij is nu nog maar sporadisch sprake. Alleen een groep verzamelaars laat met enige regelmaat zien hoe de Kattekers er ooit bijliepen.

Een gure februarimiddag. Nevels hangen om de witte vuurtoren en het even witte kerkje van Katwijk. Winkelende mensen die van de ene kant van het dorp naar de andere moeten, lopen bij voorkeur achter de huizen langs en niet over de winderige boulevard. Het is koud in Katwijk.

De klokken van de Nieuwe Kerk aan de Voorstraat beginnen te beieren. Eerst langzaam en bedeesd, dan heftiger. Een donkere auto, omringd door heren met zwarte hoge hoeden, vertrekt stapvoets in de richting van de Zeestraat. Een kleine stoet loopt er stil en verslagen achteraan. De mannen zetten de kraag van hun jack op; veel vrouwen dragen een lange broek.

Ooit zag een groep rouwdragenden er anders uit. Dat kun je zien in het museum even verderop in de Voorstraat. In vitrines en depots wordt een grote collectie klederdrachten bewaard, waaronder de kostuums die in tijden van zware rouw, rouw of lichte rouw gedragen werden. Het is het verzamelwerk van de "Klederdrachtgroep, uitgaande van het Genootschap Oud-Katwijk", die volgende week op de gezinsbeurs Wegwijs in Utrecht demonstraties hoopt te geven.

Pluim

Er ligt nog genoeg in de kasten van Katwijk, weet Corry Stol-van Dijk, bestuurslid van de Klederdrachtgroep. Geregeld hoort ze om zich heen: "Die heb nog drie mutse' ligge'; en die twee..." Als aan de eigenaars gevraagd wordt of de groep ze kan kopen, luidt het antwoord vaak: "Nee, we bewaren ze voor onze dochter of kleindochter." Begrijpelijk, vindt Corry Stol, maar: "Veel mensen beseffen niet dat 't ligt te verteren. Wij laten de spullen wassen door de 84-jarige mevrouw Van Brakel. Haar man was zo'n 28 jaar geleden oprichter van de Klederdrachtgroep en doet nog steeds onderzoek naar de achtergrond van de kledij. Vervolgens worden de mutsen gestreken, gesteven en geknepen. Dat betekent dat er met behulp van een koperen knijpertje ribbels in gedrukt worden."

Corry houdt zich al jaren bezig met het begeleiden van de ongeveer 45 leden van de Klederdrachtgroep. Bij demonstraties roept ze hen op, helpt bij het aankleden, verzorgt de uitlening aan bijvoorbeeld mensen die in klederdracht een familiefoto willen laten maken of die tijdens een bruiloft de traditionele kleren graag aantrekken. Ze is daarbij niet de enige. "Corry Schadé-van Doorn staat ook vaak voor dag en dauw op om mensen de muts op te zetten. Niet iedereen kan dat zelf. Zij verdient echt een pluim."

Schoermantels

Gerrit Haasnoot behoort eveneens tot de Katwijkers die nauw bij de groep betrokken zijn. Behalve J. P. van Brakel waren Cees Varkevisser en Cees van de Plas destijds de initiatiefnemers, weet hij. "Zij hadden d'r eigen beijverd in het kennisnemen ervan. Omdat ze zagen dat de klederdracht jammer genoeg steeds minder werd gedragen, besloten ze ervoor te zorgen dat de dracht bewaard bleef."

Dat is in de bijna drie decennia die er sindsdien verstreken zijn, redelijk gelukt. Een van de depots in het museum ziet eruit als een ware schatkamer. Rokken, schorten en de zogeheten schoermantels (schoudermantels) in allerlei kleuren vullen vele rekken. Er hangen broeken, zo stijf dat je ze rechtop kunt zetten zonder dat ze omvallen, en broze, kanten doopjurken. Een speciale machine zorgt ervoor dat temperatuur en luchtvochtigheid in het vertrek op peil blijven. Bezoekers mogen er uiteraard niet binnengaan, maar krijgen een goed beeld dankzij de aangeklede poppen in de vitrines.

De beide woordvoerders vinden het lastig aan te geven waarin de Katwijker dracht zich onderscheidt van bijvoorbeeld die van Staphorst, Zeeland, Huizen of Doornspijk. De muts, gemaakt van Bevers kant of Liers kant, is in elk geval vrij klein vergeleken met die in andere plaatsen. Haasnoot pakt er een groepsfoto bij en wijst: "Alleen de burger had een langere witte muts, visservrouwen droegen een kleintje." Verder vallen de schoermantels op. Misschien zijn die nog wel het kenmerkendst. Ze varieerden in kleur, zij het dat er zelden felle kleuren voorkwamen. Warm bruin, groen, donkerrood en okergeel waren gangbaar; knalgeel en lichtblauw bijvoorbeeld zag je veel minder of nooit.

Zoeken

De enige vrouw die in Katwijk een grote muts over haar kleine moppenmutsje droeg, was de visloopster die te voet van Katwijk naar Leiden ging met een mand aan elke arm en eentje op haar hoofd. Het water en het vet uit de vismand moesten niet in haar nek lekken en dropen daarom via een grote flapmuts naar beneden. De vrouw ging van huis met een donker schort voor en verwisselde die vlak voor aankomst voor een keurig wit exemplaar.

Ook de schelpenvisser was herkenbaar, vertelt Haasnoot. Hij liep 's zomers en 's winters op blote voeten in witte klompen. Verder droeg hij een wijde rode broek en een soort lang rood hemd met mouwen. Tegen het blauw (of het grauw) van de zee moet hij als rood stipje met zijn grote net in de branding al van ver zichtbaar geweest zijn.

De oudst bewaarde klederdracht in Katwijk dateert van rond 1850. Dat is niet bijzonder oud. Corry Stol: "Alles van voor die tijd moet versleten zijn of werd vermaakt tot kinderkleding bijvoorbeeld. Wij blijven zoeken. Laatst vond een kennis van me een prachtige zwarte jurk bij een berg tweedehands kleding die ze aan het sorteren was."

Haasnoot vult aan: "We hebben onlangs ook een ijzer van goud aangeschaft dat nog helemaal compleet was, met oorbellen en zo erbij. Het kostte wel 15.000 gulden..."

Meer informatie: G. Haasnoot: 071-4015225.

215

5

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 2001

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Gezocht: moppenmutsje en hoofdijzer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 2001

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken