Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Laatste ronde voor Mir

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Laatste ronde voor Mir

Russisch ruimtestation na vijftien jaar op weg naar zeemansgraf

12 minuten leestijd

Het Russische parlement heeft president Poetin er nog nadrukkelijk op aangesproken. En een rijke Amerikaan kocht vorig jaar nog een retourtje Mir voor niet minder dan 20 miljoen dollar. Het heeft allemaal niet mogen baten. Het Russische ruimtestation Mir suist vrijdagmorgen rond zeven uur, Nederlandse tijd, als een brandende komeet de aardse dampkring binnen, om kort daarna verbrand en versplinterd in de Stille Oceaan terecht te komen. Tholen, Tilburg en Tokio hoeven zich dus geen zorgen te maken, op het eerste gezicht.

Ruimtevaartorganisaties beloven de inwoners van de Fiji-eilanden en Nieuw-Zeeland aanstaande vrijdag een bijzonder soort vuurwerk. Vlak voor zonsondergang spat in de atmosfeer 140 ton aluminium uit elkaar en komen brandende brokstukken ter grootte van een auto met bijna de geluidssnelheid omlaagvallen, om sissend te smoren in het water van de Stille Oceaan.

Het Russische station, dat nu nog met een snelheid van 28.800 kilometer per uur zijn baantjes om de aarde trekt, is inmiddels gezakt tot een hoogte van 225 kilometer. Het station krijgt daar zo veel tegenwind, dat het met een dag of acht vanzelf wel richting Rusland zou afzakken. Mir daalt nu met ongeveer 2,5 kilometer per etmaal. Het kost zo geen enkele moeite om het station naar de aarde te halen. Maar niemand wil het op die manier. Om de eenvoudige reden dat dan met geen enkele zekerheid valt te zeggen waar ergens op de planeet de laatste halfverbrande brokstukken tere cht zullen komen.

Daarom zet het vluchtleidingscentrum bij Moskou in de komende dagen de voor hen onvolprezen Progress in. In het verleden zijn Progress-raketten steeds gebruikt om de Mir-bemanning te bevoorraden, maar deze keer zal de Progress Mir op het juiste moment een flinke duw richting aarde geven.

Als dat gebeurt, staat menig Russisch ruimtevaartspecialist het huilen nader dan het lachen. Het was luchtmachtluitenant-generaal Valeri Grien van het gezicht af te lezen dat het hem pijn deed dat een grote internationale persgroep hem nadrukkelijk vragen stelde over Mir, toen vier maanden geleden de eerste bemanning voor het nieuwe internationale ruimtestation, nota bene vanaf Kazachse bodem, vertrok. "Jij diende de hele mensheid, Mir. Maar je moet nu gaan", zei hij verheven, alsof hij zijn tolk toesprak.

Ticket

Bij die gelegenheid was ook de Amerikaanse multimiljonair Dennis Tito aanwezig. Die stond eveneens, maar dan met een grijns op zijn gezicht, de pers te woord. Hij heeft nog altijd een retourticket Mir op zak. Toen al was onzeker of hij die reis nog wel zou kunnen maken. Hem is nu eind april een reis richting International Space Station (ISS) in het vooruitzicht gesteld. Ook dat vindt hij een buitenkansje, zo liet hij vorig jaar oktober in Kazachstan al weten.

Russische parlementsleden hebben met een oproep aan Poetin nog geprobeerd Mir in de lucht te houden, maar ook dat kan niet baten, net zo min als dat ticket van Tito. Mir kost aan groot en klein onderhoud alles bij elkaar een slordige 250 miljoen dollar per jaar. Dat heeft de armlastige Russische gemeenschap er beslist niet voor over; het is ook niet op te brengen. Vooral niet in het licht van de Russische deelname aan het ISS. Nu al staan de Russen bekend als de traagste betalers in dat Amerikaans-Europees-Russisch-Canadese project. Het is ook niet gepast, vinden de Amerikanen, om er nog wat toekomstig ruimteschroot op na te houden als je bezig bent met de bouw van een modern nieuw onderkomen.

Daarom moet de Progress-raket vrijdagmorgen, zo is nu de planning, het laatste duwtje richting aarde geven. Zelfs de Russen, die toch al de nodige ervaring op dit gebied hebben, vinden dit een spannende aangelegenheid. Ze hebben daarom de hulp ingeroepen van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. De Esoc, de afdeling van de ESA die zich speciaal bezighoudt met de baan van satellieten en ruimtepuin, is gevraagd mee te rekenen aan de ramkoers van de Mir.

Dr. Walter Flury, satellietspecialist van de ESA, weet dat de Russen de komende dagen Mir een serie duwtjes met de Progress zullen geven. "We verwachten drie of vier afremmende ontstekingen van de raket in een periode van in totaal hooguit twee dagen, maar dat kunnen net zo goed enkele uren zijn. Mir mag dan niet lager zitten dan 215 kilometer." Zou het station toch in een lagere baan om de aarde komen, dan zou het door de sterke wrijving met de atmosfeer al gaan verbranden, waardoor het vluchtleidingscentrum bij Moskou de controle over de terugkeer naar de aarde zou kwijtraken.

Anderzijds willen de vluchtleiders Mir zo lang mogelijk op eigen kracht om de aarde laten draaien. Flury: "Ze laten op die manier eerst de natuur het werk doen. Zonder dat het enige brandstof kost, komt het station dagelijks bijna 3 kilometer dichter naar de aarde".

In de vroege vrijdagmorgen moet de Progress station Mir de laatste duw geven. Dat gebeurt ergens boven Azië. Drie kwartier later moet het station dan tollend en brandend naar beneden komen. Echter, dan is het continent van Europa en Azië niet langer vanuit de patrijspoorten zichtbaar; Mir krijgt een zeemansgraf in de Stille Oceaan. Het nagelvijltje van Andrew Thomas, de schoenen en de tandenborstel van Michael Foale, de honderd boeken van Shannon Lucid en alles wat de andere 102 kosmo- en astronauten hebben achtergelaten, is dan al verbrand.

Stacaravan

Diep tragisch is het voor veel Russen dat hun buitenpost en baken in de ruimte de definitieve ondergang nabij is. Goed vijftien jaar geleden ging het eerste onderdeel voor het station Mir, Russisch voor vrede, de ruimte in: 20 februari 1986, om precies te zijn. Vanaf die tijd groeit met de voortdurende uitbreiding van het station ook het imago van de Russen. Wie dan niet meer in staat is om zoiets groots te onderhouden, krijgt zware klappen.

Het ene na het andere verblijf hebben de Russen sinds dat eerste stukje in de ruimte gebracht en gekoppeld aan de centrale module van Mir. Zo is met de Kwant, de Priroda, de Kristall en de Spektr -allemaal grotere of kleinere stacaravans voor wetenschappelijk onderzoek- de Russische buitenplaats in de ruimte uitgegroeid tot een omvangrijk station. Mir meet 45 bij 29 meter en zou op aarde alles bij elkaar 140 ton wegen: een vrachtje waar hier voor vervoer toch meer dan vijf diepladers aan te pas zouden komen.

Gewichtsloos

Op zo'n 400 kilometer hoogte boven de aarde is die hele vracht echter zo goed als gewichtsloos en dat maakt het project en het verblijf van ruim 100 astronauten in die vijftien jaar zo interessant. Waar de zwaartekracht ontbreekt, ontstaan vreemde, boeiende en soms lastige fenomenen.

Om maar wat te noemen: geen astronaut doet nog moeite of heeft het idee arbeid te verrichten, als hij zijn arm optilt of zijn elleboog eens lekker laat scharnieren. Dat maakt de menselijke spieren en botten lui. Zonder tegenmaatregelen neemt daarom de hoeveelheid kalk bij personen in een gewichtsloze omgeving met 1 procent per dag af. Kosmonauten hebben bijvoorbeeld veren in de mouwen van hun overalls om toch wat tegendruk te krijgen bij het buigen van hun arm.

Spieren die weinig of niets meer hoeven te doen, verbeteren op zo'n schijnbaar eindeloos lange winteravond de conditie ook niet. Wie daar niet aan werkt, is slachtoffer van versnelde veroudering. Dat is interessant voor wetenschappelijk onderzoek, maar ruimtebewoners doen er goed aan de nodige tegenmaatregelen te nemen. Daarom hebben astro- en kosmonauten tot vervelens toe minstens twee uur per dag op loopfietsen en andere trainingstoestellen doorgebracht. Tegelijkertijd waren ze dagen en nachten beplakt met elektroden om zo landgenoten en andere aardbewoners die lijden aan bepaalde spierziekten van dienst te zijn.

Het Amsterdams Medisch Centrum (AMC) heeft al vijf jaar intensief contact gehad met Mir-bewoners en zo een schat aan gegevens verzameld over de conditie van mensen in gewichtsloosheid. Voor onderzoek aan hart- en vaatziekten heeft het AMC met een speciale vinger-bloeddrukmeter van TNO aan boord van Mir bij veel kosmonauten langdurige bloeddrukregistraties verricht.

Brosreep

Tot de bijzondere natuurverschijnselen in die gewichtsloze toestand hoort ook de mengbaarheid van materialen die hier op aarde altijd op elkaar zullen drijven; olie en water bijvoorbeeld. Luchtbelletjes vermengen zich ook makkelijk met vloeibaar aluminium, dat levert een soort brosreep van die metaalsoort op. Bijzondere eigenschap: nauwelijks minder sterk dan aluminium, maar nog lichter.

Vijftien jaar lang zijn de Russen met dit soort onderzoek in een baan om de aarde bezig geweest. Daarvoor hebben ze een geoliede pendeldienst op de ruimte opgezet. Met de regelmaat van de klok vertrokken vanaf de lanceerbasis Baikonoer in Kazachstan Sojoez-raketten, met in de capsule weer een nieuwe bemanning. Dat ging vaak samen met de lancering van een onbemande Progress-raket, goed voor het transport van verse kroppen sla en het standaardkosmonautenvoedsel voor de daaropvolgende maanden. Ook het materiaal voor de nieuwe onderzoeksopdrachten ging zo naar boven. Een geleegde Progress-capsule zat altijd nog een paar dagen aan Mir gekoppeld. De kosmonauten zochten alles op wat ze graag als afval weer kwijt wilden, en vulden daarmee de capsule. Enkele uren nadat de Progress het ruimteschip had verlaten, verbrandden afval en omhulsel netjes in de dampkring.

Daarnaast is de bijzondere taak van de Progress altijd geweest om te verhinderen dat Mir vroegtijdig een ramkoers richting aarde zou kiezen. Op een hoogte van zo'n 400 kilometer, waar het ruimtestation zijn rondjes heeft gemaakt, is nog steeds wat ijle lucht aanwezig, zodat het station voortdurend afgeremd wordt. Dat heeft tot gevolg dat het langzaam maar zeker naar de aarde valt. Bij elke visite heeft de Progress dat proces gecorrigeerd. De raket had altijd zoveel brandstof over dat hij Mir nog een duwtje in de goede richting kon geven om het station daarmee weer in een hogere baan om de aarde te zetten. Juist diezelfde Progress zal Mir omlaagduwen.

Tholen

Tholen en Tilburg zijn, zo blijkt uit berichten van verschillende media, al gewaarschuwd. Dat is een beetje overbodig. Tokio, aan de Stille Oceaan, loopt ook weinig risico, maar de inwoners van Zuid-Amerika doen er goed aan Mir in de gaten te houden. Ooit beloofden de Russen een ruimtestationnetje, de Saljoet-7, ook in de Stille Oceaan te laten afzinken. Een beetje pech, meer niet, had tot gevolg dat nogal wat brokjes van de 40 ton wegende Saljoet in overigens nauwelijks bewoonde delen van Chili terechtkwamen. Als de vluchtleiding de controle over Mir verliest tijdens het omlaaghalen en het station niet zo snel daalt als gepland, liggen Chili, Argentinië en Brazilië opnieuw in de gevarenzone. Tot en met Tanger en Turijn, trouwens, want die steden passeert Mir als het station nog een extra rondje mag maken.


Technische topprestatie

Veel Russen, ruimtevaarttechnici en kosmonauten voorop, zullen straks een traantje wegpinken als hun riante ruimtewoning Mir in de Stille Oceaan stort. Vijftien jaar is de bewoonde satelliet bewijs geweest van technische topprestaties. Voor veel kosmonauten was het daarnaast een veilige buitenpost, waar ze desalniettemin tijdens hun vaak maandenlang verblijf zo nu en dan, soms letterlijk, voor hete vuren stonden.

Het staat dan ook onomstotelijk vast dat de Russen de lijst aanvoeren van landen met ervaring in een ruimtestation. Bij alle pech die ze ermee gehad hebben, valt de Russen niet te verwijten dat ze een slecht ruimtestation hebben gebouwd. Mir is inmiddels vijftien jaar oud -sinds 20 februari- maar was ontworpen voor een diensttijd van niet meer dan vijf jaar. Weliswaar zijn verschillende aangekoppelde laboratoria nog relatief nieuw, maar het ontwerp voor het centrale computersysteem dateert uit de jaren '70.

De Amerikanen wonnen dan wel de race naar de maan, maar konden tot voor kort op het terrein van bemande ruimtestations slechts wijzen op hun Skylab. Dat lanceerden ze in 1973 en het telde in totaal niet meer dan drie bemanningen, die er respectievelijk 28, 56 en 84 dagen in om de aarde draaiden. De opvolger van Skylab zou een station worden met een telkens opnieuw bruikbaar ruimtevliegtuig, de spaceshuttle, om relatief goedkoop met bemanning en materialen te kunnen pendelen.

De spaceshuttle is -afgezien van het tragische ongeluk met de Challenger in januari 1986- een succes, het eigen ruimtestation is er echter om financiële redenen nooit gekomen. Uiteindelijk is in het begin van de jaren negentig besloten om een internationaal ruimtelaboratorium te bouwen, waarbij de Amerikanen sterk leunen op de ervaring van tientallen Russische technici en vooral kosmonauten.

Ook in materieel opzicht kan de NASA kennelijk niet zonder de Aziaten. Bij de teloorgang van Mir kunnen de Russen erop wijzen dat het eerste onderdeel van het International Space Station (ISS), Zarja, van Russische makelij is en al sinds november 1998 om de aarde draait. De Zarja, oftewel Dageraad, vertrok ook niet met een Amerikaanse spaceshuttle, maar is met de beproefde Russische Protonraket in een baan om de aarde gebracht.

Mochten de Russen nog twijfelen aan hun imago, dan hoeven ze slechts terug te denken aan de lancering van de eerste bemanning voor het ISS, vier maanden geleden. De driekoppige ploeg telde slechts één Amerikaan, die mocht dan in het ISS wel de leiding hebben, maar de lancering gebeurde vanaf de basis Baikonoer in Kazachstan.

Vanaf die plaats werd veertig jaar geleden ook de eerste satelliet, de Spoetnik, de ruimte in geschoten. Daar vertrok ook de eerste ruimtevaarder, Joeri Gagarin, voor een reis van welgeteld één rondje om de aarde. En het was ook met het rakettype van Gagarin, de Sojoez, waarmee vorig jaar de bemanning naar het ISS vertrok. Mooiere kroon op veertig jaar ruimtevaartervaring hadden de Russen zich nauwelijks voor kunnen stellen.

Natuurlijk valt er ook wat af te dingen op de Aziatische inbreng in het ISS. Stampvoetend hebben de Amerikanen de lancering van de Zarja moeten afdwingen. In Baikonoer deden zich twee problemen voor met beide dezelfde oorzaak: Zarja was niet op tijd af te krijgen en de bouw van een nieuwe Protonraket ging ook niet van een leien dakje, allemaal vanwege een langdurig en nijpend tekort aan roebels.

Saillant detail: de Amerikanen hebben inmiddels de Zarja gekocht. Nu kan de NASA zeggen dat ook het eerste onderdeel van het ISS Amerikaans is en de Russische ruimtevaartorganisatie heeft weer een beetje dollars om op tijd te zijn met de volgende bijdrage aan het ISS, dacht de NASA.

Het is echter aannemelijk dat de Russen die dollars snel geïnvesteerd hebben in de bouw van de Progressraket die deze week voor een veilige aftocht van Mir moet zorgen. Slim.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 maart 2001

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Laatste ronde voor Mir

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 maart 2001

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's