Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Naar vermogen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar vermogen

4 minuten leestijd

De juiste man (vrouw) op de juiste plaats. Zo luidt het gezegde waaruit praktisch inzicht blijkt in personeelsmanagement. Het is de bedoeling dat de werknemer zich op z'n plaats weet. Het welbevinden van het personeel heeft ook z'n rendement.

Dat heeft allereerst te maken met de arbeidsvreugde, de voldoening in het werk. Na gedane arbeid is het goed rusten. Dat gevoelen zinvol en met waardering het dagelijks werk te doen wordt gemist bij hen die, om welke reden dan ook, geen dagelijks werk hebben. Zeker als dit door overmacht het geval is, kan dat zwaar drukken. Men kan zich overbodig en nutteloos voelen.

Het is een zegen als we in het gezin of in een werkkring ons werk hebben, een verhoring van de bede "Geef ons heden ons dagelijks brood." De werkgever die dit onderkent, heeft daarmee naast de eis van het bedrijfsresultaat een extra reden tot personeelszorg. Tegelijk mag van de werknemer geëist worden dat die hoge eisen stelt aan zijn arbeidsproductiviteit. Hoever mogen allen hierin gaan? Bij slechte motivatie treedt onderpresteren op, een gezonde uitdaging verhoogt de kwaliteit, te hoge ambities en eisen leiden juist tot negatieve resultaten. Wat is wijsheid in dezen?

Talenten

In Matthéüs 25 vinden we de gelijkenis van de talenten. Op drie aspecten daarin wil ik de aandacht vestigen: de talenten worden gegeven, zij worden toevertrouwd. De werknemer ontvangt ze als werkkapitaal. Verder: de werkgever weet aan wie hij welke talenten toevertrouwt. Hij geeft "naar vermogen" (vers 15), de een vijf talenten, de ander twee en weer een ander één.

Hij meet als het ware eerst de schouders van de werknemer op: wat kan die lichamelijk, fysiek aan en wat is z'n psychische spankracht. Hij houdt rekening met de vermogens van de werknemer. Hij vertrouwt de talenten op maat toe. En daarom ook is zijn waardering voor het behaalde resultaat woordelijk en inhoudelijk identiek bij beide eerstgenoemde werknemers (vers 21, 23). Hij gaf hen talenten "naar hun vermogen", hij eist ook rendement "naar hun vermogen." Dat rechtvaardigt de veroordeling van de derde knecht die, willens en wetens, niets heeft gedaan met zijn talent. Van hem werd immers niet meer gevraagd dan wat hij had kunnen doen, wat in zijn vermogen lag.

Beoordelen

De bijbelse maatstaf van beoordelen is dus naar vermogen. Dat zou ieder zich telkens moeten realiseren bij het beoordelen. Niet ten onrechte vergelijken met anderen die meer of andere talenten hebben. Wanneer de juiste man op de juiste plaats zit (ook dat is personeelsmanagement) gaat het erom of er naar vermogen gepresteerd wordt. Voor de werkgever: in het kader van loopbaanbegeleiding reële mogelijkheden scheppen voor scholing en ontwikkeling. Werken aan afwisseling in de werkzaamheden.

Ook een horizontale promotie geeft nieuwe impulsen, verbreedt de inzetbaarheid. Als het bedrijf zelf of de gehele branche minder mogelijkheden heeft voor promoties die statusverhogend zijn, moet expliciet gewerkt worden aan bredere inzetbaarheid op hetzelfde functieniveau. Werknemers met meer talenten zijn er meer mee geholpen wanneer hun scholing leidt tot een externe promotie, dan wanneer zij geblokkeerd worden in hun ontwikkeling. Ook dat is personeelsbeleid.

Echter: werknemers zelf zullen bij beoordelingsmomenten zich de spiegel van deze gelijkenis moeten voorhouden. Het naar vermogen ontwikkelen vereist eerlijke zelfevaluatie: wat zijn mijn talenten (sterke en zwakke punten)? Ambitie is nog wel wat anders dan deze gelijkenis ons leert. De dienstbaarheid staat centraal: de heer in de gelijkenis vertrouwt talenten toe. Hij vraagt verantwoording over zijn eigendom.

De werknemer hoede zich voor de verleiding van egoïsme, wat heeft hij anders dan hetgeen hem is toevertrouwd? Hij handele in de geest van de Heidelbergse Catechismus antwoord 55: "Dat elk zich moet schuldig weten zijn gaven ten nutte en ter zaligheid van de andere lidmaten gewillig en met vreugde aan te wenden."

Dr. G. van der Hoek, voorzitter centrale directie Driestar College

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 maart 2001

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Naar vermogen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 maart 2001

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's