Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Keus tussen rechtvaardigheid en wijsheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Keus tussen rechtvaardigheid en wijsheid

Meerderheid Kamer wil zich niet uitspreken over Armeense genocide

7 minuten leestijd

Morgen herdenken de Armeniërs wereldwijd hoe op 24 april 1915 de Turken een begin maakten met hun poging de Armeense natie geheel uit te roeien. In Nederland zal er een plechtigheid zijn op de gemeentelijke begraafplaats van Assen. Maar ons land zal niet overgaan tot een officiële veroordeling van de destijds door de Turken gepleegde massamoord. Een grote meerderheid in de Tweede Kamer voelt daar niets voor.

De Armeniër N. Romashuk heeft het eindelijk voor elkaar. Na veel gerechtelijke procedures met de Turkse gemeenschap mag hij op de gemeentelijke begraafplaats in Assen een klein monument plaatsen. Het is een originele Armeense kruissteen met de tekst: "Ter herinnering aan onze Armeense voorouders in de periode 1910-1922."

De overwinning van Romashuk betekent dat de ongeveer 8000 Nederlandse Armeniërs, die in de afgelopen jaren op 24 april nu eens in Amsterdam en dan weer in Almelo plechtigheden hielden, voor het eerst rond een eigen monument een herdenking kunnen houden. Op een ander terrein, namelijk Nederland bewegen tot een officiële erkenning van de genocide, boekt de Armeense minderheid minder vooruitgang.

Bedelaarsvolk

Afgelopen donderdag bood een delegatie van Armeniërs de vaste kamercommissie voor buitenlandse zaken een boek aan. Het was een kopie van het in 1918 in Haarlem gedrukte "Marteling der Armeniërs in Turkije". Het boek beschrijft, slechts enkele jaren na de genocide, en détail hoe het Ottomaanse Rijk aan het begin van de vorige eeuw het Armeense volk gekweld, gemarteld, gedeporteerd en massaal afgeslacht heeft, tot er van de eens zo welvarende christelijke natie niets anders over was dan een hongerig, berooid bedelaarsvolk van vooral kinderen en bejaarden.

Het is opmerkelijk hoe gedetailleerd men in die tijd in Nederland al wist van de massamoorden. Achter in het boek zijn lijsten opgenomen van de aantallen Armeniërs die zijn weggevoerd, gevlucht of gedood. Ordelijk gerubriceerd per stad of streek. Uit Erzeroem: 60.000 weggevoerd of gedood. Uit Zeitoen: 21.500. Uit Marash: van de 37.500 Armeniërs: allen weggevoerd of gedood. Trieste balans: 1,4 miljoen mensen van de aardbodem verdwenen.

Het boek werd destijds uitgegeven door een comité "tot hulpbetoon aan de noodlijdende Armeniërs", waarvan prominente Nederlanders deel uitmaakten. Voor in het boek staan de namen van onder meer de kamerleden R. J. H. Patijn, Ch. Ruijs de Beerenbrouck en A. F. de Savornin Lohman.

De Armeense delegatie bood dit boek vorige week donderdag natuurlijk niet slechts aan de Tweede Kamer aan om daarmee de historische kennis van de parlementariërs wat op te frissen. Nee, het einddoel van de Armeniërs is dat Nederland de genocide officeel erkent en veroordeelt. Zoals ook Frankrijk en het Europees Parlement dat onlangs gedaan hebben. In de hoop dat Turkije, dat de wandaden uit het verleden nog altijd ontkent of bagatelliseert, eindelijk tot inkeer zal komen.

Schuldbekentenis

Volledige steun krijgt dit verzoek in de Nederlandse politiek van het ChristenUnie-kamerlid Van Dijke, die afgelopen zomer Armenië bezocht. "Erkenning door Turkije is een zaak van rechtvaardigheid." Alleen door een bepaalde vorm van schuldbekentenis van de Turkse regering kunnen de verziekte politieke verhoudingen in de Transkaukasus weer enigszins genormaliseerd worden, vindt Van Dijke.

De vraag is wel hoe je dat land zover kunt krijgen. "In de eerste plaats zou de Europese Unie Turkije in verband met het kandidaat-lidmaatschap onder druk moeten zetten", stelt Van Dijke. "Hoe kunnen we van een land dat misdaden uit het verleden niet erkent, verwachten dat het minderheden respecteert? Turkije moet beseffen dat de EU een waardengemeenschap is, waar alleen die staten bij horen die op een verantwoorde manier manier met mensenrechten omgaan."

Maar vervolgens zou ook "een officiële uitspraak van Kok of Van Aartsen of van het Nederlandse parlement aan Turkije duidelijk kunnen maken hoe ernstig wij de zaak opnemen."

De ChristenUnie-fractievoorzitter vindt voor zijn pleidooi in de Tweede Kamer, behalve bij de SGP, weinig medestanders. Nog het dichtst bij hem in de buurt komt SP-leider Marijnissen. Hij bezocht een jaar of vijf geleden Jeruzalem en raakte op zijn tocht door de oeroude stad verzeild in de Armeense wijk. "Ik heb daar uren rondgelopen in het museum voor de Armeense cultuur en geschiedenis en raakte gefascineerd door wat dit volk is aangedaan. Onvoorstelbaar dat deze massamoord zo weinig bekend is. Zo zie je dat geschiedenis meestal geschreven wordt door de overwinnaars."

Onderzoek

Marijnissen was een paar jaar geleden uiterst kritisch toen de NAVO Kosovo bombardeerde op grond van het argument dat daar een genocide aan de gang was. Maar als het om de Armeense kwestie gaat, is er voor hem persoonlijk "geen twijfel mogelijk" dat hierop de term genocide van toepassing is. "Het is alleen niet zo relevant wat ík vind. Als de zaak zo controversieel ligt, is het goed eerst een onafhankelijk onderzoek te doen. Bestaande publicaties zouden geordend moeten worden, zodat duidelijk wordt welke historicus wat zegt en vooral: waarom. Daarna moet er wat mij betreft zeker een moment komen dat Nederland deze genocide officieel erkent."

Ander partijen voelen niets voor officiële uitspraken vanuit Nederland. Koenders, buitenlandwoorvoerder van de grootste kamerfractie, die van de PvdA, twijfelt er niet aan dat er in 1915 sprake was van een "systematische uitroeiing" van een bevolkingsgroep. "Het is onzinnig te ontkennen wat daar gebeurd is." Toch gelooft hij niet dat het de taak is van buitenlandse parlementen om uitspraken te doen over de aard van massaslachtingen of om genocides formeel te erkennen. "Ik geloof dat dat ook naar Turkije toe contraproductief werkt. In de Turkse civiele samenleving zijn heel progressief denkende mensen, die je met hun streven naar hervormingen alleen maar in de wielen zou rijden als je vanuit het buitenland druk uitoefent."

Te gek voor woorden

Koenders wil zich in de relatie met Turkije liever richten op de positie van de huidige minderheden. "Dan hebben we nog genoeg te doen. Zie het feit dat in de officiele media het woord Koerd niet meer genoemd mag worden. Dat is toch te gek voor woorden. Het land voldoet nog lang niet aan de Kopenhagen-criteria. In onze contacten met Turkije moet de Nederlandse regering daar steeds op wijzen. Dat doen Kok en Van Aartsen ook."

Van dat laatste is CDA-kamerlid Verhagen minder overtuigd. "Ik vind dat Van Aartsen op dit punt actiever kan zijn. Als ik de verslagen van staatsbezoeken lees, maak ik daaruit op dat hij het toch vooral over de Koerden, en minder over de Armeniërs heeft."

Maar met betrekking tot een officiële Nederlandse uitspraak over de genocide van 1915 is Verhagen zo mogelijk nog terughoudender dan Koenders. "Dat moet je niet doen. Zie hoe de verhoudingen tussen Turkije en Frankrijk verknoeid zijn door de uitspraken van het Franse parlement." Zelfs op persoonlijke titel wil Verhagen niet aangeven of hij de massamoord op de Armeniërs een genocide noemt. "Ik geef daar geen oordeel over."

Het is juist die houding die het GroenLinks-kamerlid Karimi zwaar teleurstelt. Karimi bracht de Armeense kwestie enkele maanden terug ter sprake toen de Tweede Kamer debatteerde over de instelling van een internationaal strafhof. "Het CDA stelde zich toen op hetzelfde standpunt als minister Van Aartsen: wij geven geen enkele kwalificatie aan wat er destijds in het Ottomaanse Rijk gebeurd is. Dat zou een "Historikerstreit" zijn. Een wel heel minimalistische opstelling", vindt Karimi.

In het reine

Voor alle duidelijkheid: ook zij is er geen voorstander van dat Nederland in officiële termen de Armeense genocide erkent en veroordeelt. "Ik geloof niet dat zo'n aanpak van wijsheid getuigt. Met een erkenning door Nederland is niemand geholpen. Maar ik vind het wel noodzakelijk dat er in Turkije een open debat komt over het verleden. Verzoening tussen bevolking sgroepen kan in mijn ogen alleen totstandkomen als we in het reine komen met de geschiedenis, als we eerlijk onder ogen zien wat er gebeurd is en waarom dat gebeurd is. Daarom wilde ik in het debat over het strafhof minister Van Aartsen in een motie oproepen de Turken tot zo'n intern debat aan te sporen. Maar zelfs dat ging de minister en het CDA te ver."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 23 april 2001

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Keus tussen rechtvaardigheid en wijsheid

Bekijk de hele uitgave van maandag 23 april 2001

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken