Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geen vrees voor zwempartij in gifgas

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen vrees voor zwempartij in gifgas

Zeeland inventariseert risico's van munitiedumpingen en blindgangers

6 minuten leestijd

MIDDELBURG - Een zeemijn op de kade van Vlissingen, fosforgranaten op de bodem van de Oosterschelde, wrakken vol oorlogstuig in de Westerschelde, een grote voorraad gifgasgranaten voor de Zeeuws-Vlaamse kust en een dumpplaats van munitie bij Cadzand die de gemeente tot de gevaarlijkste plaats van Nederland zou maken - hoe veilig is Zeeland?

"We hoeven niet bang te zijn dat we straks midden in het mosterdgas zwemmen", zegt provinciaal medewerker J. S. Jongepier, belast met het toezicht op veiligheid en openbare orde in Zeeland. "Alle losse berichten in de media zouden tot een dergelijke beeldvorming kunnen leiden. Dat is onterecht. Nergens in de provincie is sprake van een verontrustende situatie."

Dat betekent niet dat Zeeland rustig achterover kan leunen. "We houden voortdurend de vinger aan de pols", aldus Jongepier, lid van diverse commissies die zich bezighouden met onderzoek naar en monitoring van de aanwezigheid van munitie in de Zeeuwse bodem. Vorige week nog bleek de noodzaak van alertheid. Op de Vlissingse kade werd opeens een zeemijn ontdekt. Achtergelaten door een visserman. Hij had het wapentuig waarschijnlijk voor de Zeeuwse kust opgevist.

Dump

Vooral de munitie in de Oosterschelde staat op dit moment bij Zeeland in de picture. Momenteel lopen twee onderzoeken naar munitiedump op amper 200 meter afstand van de havenmonding van Zierikzee. Direct na de Tweede Wereldoorlog en in de jaren zestig is daar ruim 30.000 ton munitie gestort in een diep gat. Schepen brachten er de ene lading mijnen, niet-ontplofte vliegtuigbommen en achtergelaten munitie na de andere. Ook fosforgranaten werden in zee gestort.

Het spul kwam terecht in een afgebakend gebied van 700 bij 1400 meter, op een diepte van 40 tot 50 meter. Het dumpen werd in 1967 gestaakt doordat er toen een ontploffing plaatsvond op een van de dumpschepen. Nadien werd er nauwelijks meer naar de munitie omgezien. Dat veranderde in 1999, toen op de kust van Schouwen-Duiveland enkele ontstekers aanspoelden.

Het incident was voor het ministerie van Defensie aanleiding om een onderzoek in te stellen naar de staat van de munitie. Duikers haalden allerlei explosieven naar boven, die door TNO werden onderzocht. Het onderzoeksinstituut concludeerde dat er geen direct gevaar dreigt, zeker niet voor een grootschalige ontploffing: de munitie bevindt zich in slechte staat en kan via de ontstekingsinrichting, zo die er niet uit verwijderd is, hoogstwaarschijnlijk niet exploderen. Het munitiedepot kan het beste met rust gelaten worden, aldus TNO.

Inmiddels is uitgebreid onderzoek naar de gevolgen op langere termijn gedaan, eveneens in opdracht van Defensie. "Het doel van het tweede onderzoek is om op basis van de gegevens uit 1999 een inschatting te maken van de secundaire risico's van de stoffen uit de munitie op mensen. Ook willen we een oordeel geven over het verspreidingsgevaar op de flora en fauna", aldus Jongepier.

De resultaten van de studie worden eind deze maand besproken in een speciale commissie, waarin behalve Zeeland ook de ministeries van Defensie, Verkeer en Waterstaat, VROM, LNV en het gemeentebestuur van Schouwen-Duiveland zitting hebben. Uit het onderzoek komt naar voren dat er voor mensen waarschijnlijk geen secundaire risico's zijn verbonden aan de aanwezigheid van de munitie.

Jongepier: "De kans om met de stoffen uit de munitie in aanraking te komen, is via het consumeren van schelpdieren en vissen. We hebben onderzocht in welke mate de stoffen zich in het weefsel van bijvoorbeeld mossels kunnen ophopen. Dat blijkt bijzonder mee te vallen. Zelfs bij het slechtste scenario lopen de mensen geen enkel risico."

De commissie bespreekt deze maand ook een onderzoek van het Rijksinstituut voor Kust en Zee, uitgevoerd in opdracht van Rijkswaterstaat. Dit rapport zet nog eens extra op een rij wat de ecologische gevolgen zijn als er giftige stoffen vrijkomen. Jongepier: "Er komen minimale hoeveelheden witte fosfor vrij. Hoe pakt dat uit? Zijn de secundaire risico's op dit punt inderdaad te verwaarlozen? Het is belangrijk hier zekerheid over te hebben."

Vervolgonderzoek zal zeker nodig zijn, aldus Jongepier. "Wij willen weten hoe de munitie er in de toekomst uit komt te zien. Wat gebeurt er over twintig, dertig jaar mee? Ook willen we een antwoord op de vraag hoe we het depot het beste kunnen monitoren. In 1999 is onderzoek gedaan tijdens dood tij. Komen er giftige stoffen vrij bij sterke eb- en vloedstromen? In welke mate en hoe kun je dat nauwkeurig meten?"

Knokke

Jongepier is namens de provincie ook lid van een werkgroep die een munitiedepot voor de Belgische kust bij Knokke in kaart moet brengen. In het gebied, bekend als de Paardenmarkt, werd in het jaar 1919 naar schatting 35.000 ton munitie gedumpt (1,5 miljoen granaten), waaronder gifgasgranaten, met name mosterdgasgranaten. De hoeveelheden vormen een grove schatting op basis van het aantal treinen en de hoeveelheid munitie die zij vervoerden, aldus Jongepier.

Er bestaan wel documenten over de hoeveelheid en aard van de gedumpte munitie, maar deze bevonden zich in een treinwagon die na afloop van de Tweede Wereldoorlog is meegenomen naar Rusland. Volgens Jongepier heeft België hierover rechtstreeks contact gehad met president Poetin van Rusland. Poetin heeft toegezegd zich in te zetten voor het terugvinden van dit archief.

Volgens Jongepier lijkt het oorlogsmaterieel zich in goede staat te bevinden. In 1993 wees onderzoek uit dat de uitbouw van de haven van Zeebrugge tot een verzanding van de 3 bij 4 kilometer grote Paardenmarkt heeft geleid. "Hoe meer zand erop ligt, hoe beter", aldus Jongepier. "Daardoor wordt het staal afgeschermd van zuurstof. Corrossie is dan onmogelijk." Granaten die in het verleden door duikers werden gevonden, zagen er puntgaaf uit.

België zal in oktober dit jaar nog een gedetailleerd verslag van de Paardenmarkt publiceren. "Het beeld ziet er tot nu toe gunstig uit", zegt Jongepier. "Het ligt zeker niet in de verwachting dat de granaten zullen worden verwijderd. Dat zou grote risico's met zich meebrengen."

Cadzand

In Zeeland werd na de Tweede Wereldoorlog niet alleen veel munitie in zee gestort, maar ook werden bij Cadzand grote hoeveelheden in speciale springputten tot ontploffing gebracht. Het oorlogsspul was afkomstig uit heel Zeeuws-Vlaanderen, dat maandenlang het toneel is geweest van een bittere strijd tussen de Duitsers en de geallieerden.

Van de 1200 ton die naar Cadzand werd gebracht, zou een deel intact zijn gebleven, schreven twee militair historici begin dit jaar in een onderzoeksrapport voor Defensie en Binnenlandse Zaken. Zij verklaarden de badplaats tot de gevaarlijkste plaats van Nederland, reden voor Jongepier om meteen contact op te nemen met de gemeente Oostburg. Deze week was er opnieuw overleg. "Vooralsnog zijn er enkele aanwijzingen voor risico's", zegt Jongepier. "Wij begrijpen niet hoe de onderzoekers tot hun conclusie komen. Vandaar dat wij staatssecretaris Hoof zullen vragen om tekst en uitleg."

Dan zijn er in Zeeland nog enkele tientallen wrakken in de Westerschelde die mogelijk munitie aan boord hebben. Van de vijftien die er de afgelopen jaren zijn geruimd, bleken er drie explosieven aan boord te hebben. Er moeten nog 38 wrakken worden geborgen, de aanbesteding ervan vindt vermoedelijk dit najaar plaats. Jongepier: "De gemeenten langs de Westerschelde, Rijkswaterstaat en de provincie hebben samen een draaiboek opgesteld. Zodra munitie wordt aangetroffen, weten we wat ons te doen staat."

En tot slot moet Zeeland altijd rekening blijven houden met blindgangers die her en der opdoemen. "In Breskens zijn de afgelopen jaren verschillende bommen gevonden. Zes keer achter elkaar moesten de mensen worden geëvacueerd. Een pretje is dat natuurlijk niet", zegt Jongepier.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Geen vrees voor zwempartij in gifgas

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's