De kroning van de Koning der koningen
Cijfers over kerkverlating doen wel pijn, maar maken niet wanhopig
Wij weten het allen wel: van de christelijke feestdagen springt de Hemelvaartsdag niet het meest in het oog. De geboorte van Christus, Zijn opstanding uit de doden en de uitstorting van de Heilige Geest trekken meer de aandacht. Toch is ook Hemelvaartsdag een christelijke feestdag bij uitstek. Want op deze dag worden wij geroepen om in oprechte verwondering en dankbaarheid de kroning te gedenken van de Koning der heerlijkheid. Als de kroning van aardse vorsten al onvergetelijk is en alom grote feestvreugde met zich meebrengt, hoeveel te meer moet dat gelden voor de kroning van de Koning der koningen. Heilige aandacht voor dit heilsfeit is beslist niet overdreven.
Paulus, de schrijver van de brief aan Efeze, is God dankbaar voor wat er aan geloof en liefde tot de heiligen mag zijn in Efeze. Als een goed huisbezorger bidt de apostel of God door de Heilige Geest de gemeente verder wil leiden in de kennis van de zaligheid. Het venster moet nog wijder open komen te staan. Dit venster is Christus Zelf. Waar de schatten van Christus opengaan, ziet de Kerk op aarde al iets van het wonderbare licht van de eeuwigheid.
Het is in dit verband dat de apostel laat zien dat God niet alleen macht heeft over de dood (Efeze 1:20a), maar ook door Zijn kracht omhoog doet varen. We horen namelijk van een machtig hemelvaartsevangelie: en heeft He m gezet tot Zijn rechterhand in de hemel (vers 20b), woorden die ons doen denken aan Psalm 110:1. Het is goed om te bedenken dat Christus als de eeuwige Zoon van God nooit opgehouden heeft hemel en aarde te vervullen. Maar nu heeft God Hem ook naar Zijn menselijke natuur -waarin Hij als Gods Gezalfde alle gehoorzaamheid heeft volbracht- aan Zijn rechterhand gezet. Onder Zijn voeten, die het teken dragen van het kruis, komen eens al Gods vijanden te liggen.
Ontvouwing
De gelovigen ervaren in beginsel al iets van diezelfde kracht door welke God de Christus uit de doden opgewekt en in de hemel heeft gezet. Zij allen hebben namelijk de Heilige Geest ontvangen en moeten er dus goed op letten hoe die wonderbare kracht van God tot een machtige ontvouwing is gekomen in Christus. Hemelvaart wil de ogen ingespannen richten op de verheerlijkte Heiland en vraagt dus om een gelovig omhoog zien.
Christus alléén is de spiegel waarin men aanschouwen mag wat in ons nog niet recht duidelijk is vanwege de zwakheid van het kruis (Calvijn). De ware gelovigen zijn namelijk nog "duizend ellendigheden" onderworpen, zij kampen nog met de machten van duivel, zonde en dood. Op aarde is er nog strijd op leven en dood, maar boven zit Christus, Die in de kracht van God alle doodsvijanden reeds overwon en door Zijn levenwekkende Geest in de Zijnen woont als onderpand van hun volkomen verlossing.
Opgevaren in de hoogte door Gods kracht. Voor wie de ogen van de opgevaren Christus afwendt, verduistert de hemel en wordt de toekomst een gesloten boek.
Boven alle macht
In Psalm 8 zegt David dat God de mensen een weinig minder heeft gemaakt dan de engelen. Maar hij weet ook dat God hen met eer en heerlijkheid heeft gekroond. De kleine mens mag heersen over wat God gemaakt heeft. In de brief aan de Hebreën wordt deze schone Psalm toegepast op Christus Zelf. Ook Christus werd een weinig minder dan de engelen en wel vanwege het lijden des doods, maar nu, zo zegt de apostel, zien wij Hem met eer en heerlijkheid gekroond (Hebr. 2:6vv). Het lijden des doods ligt voor altijd achter Hem. Psalmen als deze komen op volle toonhoogte als men ze zingt met het oog gericht op de tweede Adam, op Christus.
Als Paulus zegt dat Christus aan Gods rechterhand is gezet, dan duidt dat op eer en heerlijkheid en macht. Er is geen plaats te bedenken met meer eer en heerlijkheid of grotere macht. De rechterhand van God is het summum van alles. Al het andere verbleekt daarbij. Wie aan de rechterhand van God wordt gezet, deelt in de volheid van Gods macht, eer en heerlijkheid. Het is daarom een plaats die alleen bij Christus past, want náást God is er alleen maar plaats vóór God. En dat is Hij: God. Hij toch is Gods eniggeboren Zoon, God uit God, Licht uit Licht.
Schaduw
Bij de hemelvaart streeft Christus dus naar Zijn menselijke natuur voorbij aan alles wat hoog en verheven is. Alles wat in de hemel en op de aarde enige naam van betekenis heeft, komt in de schaduw te staan van deze Koning der heerlijkheid. Hij kreeg een naam boven alle naam. De allerhoogste plaats is voor Hem. Vandaar ook dat heerlijke apostolische woord, dat Christus nu verre is boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en alle naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende (vers 21).
Ongetwijfeld zullen we hier allereerst mogen denken aan de heilige engelen. Zij werden door God geschapen en staan in Zijn dienst. Hun leven is dienen. Christus is ook hún Schepper. De Vader heeft namelijk alles geschapen door de Zoon.
Al deze engelen met hun grote verscheidenheid aan heerlijkheid komen te staan in dienst van de opgevaren Christus. Alle engelen gaan op Zijn bevel uit om de uitverkorenen op aarde te beschermen en te helpen.
Demonen
We zullen er niet verkeerd aan doen als we hier ook denken aan aardse machten en overheden, en zelfs de duivel en zijn handlangers, de demonen, er bij betrekken. Geen macht die niet onder de heerschappij van Christus staat. Zijn macht reikt zover als de schepping reikt. Zelfs de duivel moet zich naar Zijn wil schikken. En wat voor deze "aioon" of "eeuw" geldt, is ook voluit van toepassing voor de "aioon" of "eeuw" die komt, als de tijd uitstroomt in de eeuwigheid en alles door het goddelijke gericht is heengegaan en het Koninkrijk van God gekomen is in kracht en heerlijkheid.
Alles is aan Christus onderhorig. De Vader heeft namelijk alle dingen aan Zijn voeten onderworpen (vers 22a). Ook hier weer een toespeling op Psalm 8. Let er goed op: alle dingen. Dus is er niets of niemand uitgezonderd dan God alleen.
Perspectief
Opent dit alles niet een geweldig perspectief? Wat heeft een kind van God nog te vrezen als alles aan de voeten van Christus is onderworpen? God doet nooit half werk. Als Hij alle dingen onder de voeten van Christus heeft onderworpen, dan lígt ook alles onder die voeten, gewillig of onwillig. De heerschappij van Christus zet zich door. Hij moet en zal als Koning heersen. Dat relativeert al die aardse en geestelijke machten die ons zo'n angst kunnen aanjagen.
Hoe geweldig is soms de dreiging van de grootmachten van deze wereld, hoe vernietigend het ontketende oorlogsgeweld, hoe huiveringwekkend het verwoestende natuurgeweld, hoe smartelijk de vervolging van gelovigen om Christus' wil, hoe vervaarlijk de duivel in zijn niet aflatende ijver om Gods Kerk in bloed en tranen te smoren en hoe listig zijn gang om het geloof de keel dicht te knijpen. Maar daar boven is er Eén, Die regeert vanuit een werkelijk onaantastbare machtspositie en Die Zijn eer en heerlijkheid niet zal laten verduisteren of ontluisteren. Alles is bij Hem echt in goede handen.
Hoofd van de Kerk
Nog één aspect van de tekst vraagt om nadere aandacht: het Hoofd-zijn van Christus over Gods Kerk. In vers 22b staat: en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen. Christus is het ene en enige Hoofd van Gods Kerk in hemel en op aarde. Hierin ligt zonder twijfel de diepste bedoeling van God met Christus: Hoofd te zijn van allen die God verkoor om met Zijn Zoon te wandelen in het leven der onsterfelijkheid.
Het ene koningschap van Christus openbaart zich in twee gestalten: in de Christusregering over heel de wereld, dus in de uitoefening van Zijn universele macht en in de bijzondere Christusregering over Gods uitverkorenen. Alle macht over de wereld en over de Kerk heeft God in één hand gelegd: die van het vleesgeworden Woord. De Vader oefent alle kerk- en wereldheerschappij uit door de regerende, de pleitende en zegenende handen van de Zoon. Daarbij is de regering van de wereld aan die van de Kerk ondergeschikt.
Kerkverlating
Wie daarover nadenkt, kan niet anders doen dan alle doemdenken de deur wijzen. Wat zou er met zo'n Hoofd nog met Gods Kerk kunnen misgaan? Allerlei cijfers over kerkverlating doen het gelovige hart wel pijn, maar maken het niet wanhopig. Boven is er immers Eén Die regeert. Hij heeft het heft stevig in handen. Zelfs de duivel moet het zich laten welgevallen dat alles wat hij doet de gelovigen meewerkt ten goede. Zijn operatieterrein is door de Koning bepaald en ingeperkt, zijn steunpunt is hij in een deel van de mensheid kwijt.
Christus geeft de Hem gegeven regie nooit uit handen. Zijn Gemeente heeft Hem ook altijd weer nodig om geleid en bewaard te worden op haar reis door vijandig gebied. Iedere dag moet zij leven onder Zijn bescherming en van Zijn genade. Hij moet voorkomen dat satan en de volkeren een vernietigende aanval op haar doen. Stormen kan het intussen wel, maar de Koning bepaalt de stormkracht.
Heerschappij
Met zo'n Koning kan Gods Kerk de gevaren van de tijd dus wel trotseren. Hij zal ook niet rusten of Hij moet heel Zijn strijdende Kerk naar de volle overwinning hebben geleid.
Niet alle mensen worden evenwel verlost. De Schrift leert dat nergens. Voor wie deze Koning verwerpt, is er geen pardon. Wel wordt eens heel de kosmos verlost. Dan is de weg vrij voor een eeuwige heerschappij van alle verlosten met hun Koning. Op Vaders tijd zal Hij het Koninkrijk der hemelen in volle heerlijkheid op aarde brengen. De scheiding tussen hemel en aarde is eens voorbij. En wat nu nog duister is, zal dan zijn geheimen prijsgeven.
Daarom zingen de gewillige onderdanen van deze Koning op de beste momenten van hun leven hun lied van verlangen naar de dag waarop zij hun Koning mogen zien zoals Hij is.
U zingt de woorden van dit lied al op de bijbelse toonhoogte mee?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001
Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001
Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's