Luchtschip komt maar niet los
Duitse en Engelse ontwikkeling mijlen verder dan Nederlandse
DEN HAAG - De luchtschepen in Nederland lijken maar niet van de grond te kunnen komen. Nederland is hard bezig een achterstand op te lopen bij de ontwikkeling van deze "duurzame vorm van luchtvaart", aldus prof. R. in 't Veld. De voorzitter van het Platform Luchtschepen luidde daarom gisteren de noodklok.
In Nederland werkt het bedrijf Rigid Airship Design in Lelystad aan de ontwikkeling van luchtschepen. Veel vertrouwen lijkt prof. In 't Veld daar niet meer in te hebben. Het platform -dé motor achter het fenomeen in Nederland- kan maar geen hoogte krijgen van de stand van zaken in Lelystad.
Rigid Airship Design zegt bezig te zijn met de ontwikkeling van een volledig rigide luchtschip. "Ze hebben beloofd snel met een model te komen. Wij hebben als platform niet kunnen nagaan of die belofte klopt. De berichten zijn vaag." Zo'n opmerking is vernietigend voor het bedrijf. En voor het platform. Want ergens zit er een flinke kink in de kabel tussen de twee organisaties.
Achterstand
De luchtvaart groeit hard. Maar daarmee nemen ook de geluidsoverlast en de emissie van schadelijke stoffen toe. De ontwikkeling baart het Platform Luchtschepen zorgen. "Het is de vraag of de technologische ontwikkeling de groei van de schadelijke gevolgen binnen de perken kan houden." Het platform dringt daarom aan op milieuvriendelijke en duurzame alternatieve vormen van vervoer. Precies, het luchtschip.
Maar waarom breekt die "radicale innovatieve vinding" in Nederland maar niet door? Prof. In 't Veld reageert cynisch. "Geheel overeenkomstig de traditie raakt Nederland in technologisch opzicht achterop, vergeleken met buurlanden als Engeland en Duitsland. Het is een 'mooi' voorbeeld van kennis die er is, maar niet wordt gebruikt."
De platformvoorzitter koestert nog een stille hoop. De productiepogingen mogen dan dreigen te mislukken, misschien ligt hier een taak voor de distributie per luchtschip. "Nederland kan met zijn geavanceerde logistieke traditie een voorsprong nemen als distributieland."
Zwaar transport
Duitsland en Engeland zijn Nederland mijlenver vooruit. Bij de oosterburen werpen twee commerciële bedrijven zich -met veel overheidssteun- op de ontwikkeling van luchtschepen: Cargolifter AG voor exceptioneel zwaar en groot transport, Zeppelin NT voor passagiersvervoer. Het Duitse Cargolifter hoopt in 2003 een luchtschip te lanceren met een laadvermogen van 160 ton. Volgens planning moet deze 260 meter lange CL160 al over een jaar of drie in serieproductie van de band lopen.
Het heliumgevulde luchtschip moet Cargolifter in staat stellen bruggen, windturbines en generatoren in een keer te vervoeren. "Dat bespaart ons een hoop logistieke problemen en dus geld", aldus woordvoerder Roland P. Riedel. Verder werkt Cargolifter aan een "aircrane", een luchtballon voor zwaar transport. Deze 'luchthijskraan' moet worden voortbewogen door bijvoorbeeld een helikopter of een schip.
De transporteur schat dat elk jaar wereldwijd zo'n 30 miljoen ton per jaar aan extreem zware lading wordt vervoerd. Cargolifter zou -voorlopig- zo'n 10 procent (of 3 miljoen ton) voor zijn rekening nemen. "Een snel rekensommetje leert dat daarvoor een luchtvloot nodig is van bijna 200 CL160-luchtschepen", rekent Riedel voor. In 2004 verwacht het Duitse bedrijf over 500 miljoen euro te beschikken van overheid, bedrijfsleven en aandeelhouders voor investeringen.
Cargolifter is bezig een wereldwijd netwerk op te tuigen om de luchtschepen in te zetten. In Nederland werkt het transportbedrijf Mammoet mee aan het logistieke netwerk.
Tien jumbojets
In Groot-Brittannië is collegaconcurrent Advanced Technologies Group (ATG) al 41 jaar actief. Het Britse bedrijf verwacht de eerste zeppelin medio volgend jaar luchtwaardig te hebben. Gecertificeerd en al. Het eerste prototype van de vierpersoons AT-10 is klaar. ATG werkt aan drie verschillende soorten luchtschepen: voor vracht, voor passagiers en voor onbemande missies.
De hybride SkyCat20, met dezelfde omvang als een Boeing 747, is volgens ATG-woordvoerder J. Wood zowel geschikt voor goederen als voor passagiers. Of als advertentiemedium. Er kunnen maximaal 107 mensen mee. Op de tekentafel ligt ook al een opvolger: een SkyCat 1000. Deze heeft de omvang van vier Boeing 747's, terwijl het laadvermogen overeenkomt met tien jumbojets.
ATG maakt goede sier met een lijst van twintig potentiële kandidaten, variërend van de Amerikaanse kustwacht tot aids-bestrijdingsorganisaties in Afrika. "Voor noodhulp bij rampen is het toestel zeer geschikt." Vooralsnog richten de fabrikanten zich op niche-markten. Maar in dat segment lijken de initiatieven veelbelovend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001
Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 2001
Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's