Nog geen doorbraak in impasse Macedonië
Solana bespeurt wel goede wil bij partijen
SKOPJE (AP) - Javier Solana, de coördinator buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie, is er gisteren niet in geslaagd de politieke vertegenwoordigers van de Slavische en Albanese gemeenschappen in Macedonië weer met elkaar om de tafel te krijgen. De partijen zijn volgens hem wel "zeer dicht" bij een uitweg uit de politieke impasse die het werk van de pasgevormde regering van nationale eenheid blokkeert.
Alle partijen zijn volgens Solana bereid de verschillen te overbruggen. "Ik heb goede wil, begrip en een zeer constructieve houding bespeurd", zei Solana, die beloofde spoedig naar Skopje terug te zullen keren om te proberen de politieke geschillen op te lossen.
Binnen de Macedonische eenheidsregering is een impasse ontstaan nadat de etnisch Albanese partijen zonder medeweten van de Slavische regeringspartijen een verdrag sloten met de rebellen. Dat was in strijd met het regeringsbeleid om elk contact met de gewapende strijders te mijden, maar de etnisch Albanese leiders zijn niet ingegaan op de eis van president Boris Trajkovski om de afspraken met de opstandelingen te herroepen. De overeenkomst met de rebellen hield naar verluidt in dat zij hun opstand zouden staken in ruil voor amnestie en het recht om besluiten over rechten voor de etnisch Albanese minderheid in Macedonië tegen te houden.
Het leger van Macedonië zette het offensief tegen de rebellen in de grensstreek met Kosovo tijdens het bezoek van Solana voort. Hoewel het leger beweerde Matejce, dat in handen van de etnisch Albanese rebellen was gekomen, zondagavond te hebben heroverd, werd het dorp gisteren beschoten door regeringsmilitairen. Ook het naburige dorp Slupcane werd bestookt.
De vijf tot zes mortiergranaten van etnisch Albanese rebellen die gisteren insloegen in het noordwesten van de Noord-Macedonische plaats Kumanovo bleven ver verwijderd van de kazerne van een Belgische logistieke KFOR-eenheid in de stad. De Belgische eenheid vervult logistieke taken voor de NAVO-vredesmacht KFOR in Kosovo, dat aan Macedonië grenst.
Door de gevechten zitten duizenden burgers al weken vast in de dorpen. Sinds de crisis in februari begon zijn volgens de VN 9500 mensen naar het naburige Kosovo gevlucht en nog eens 2500 naar andere delen van Servië.
Intussen haalde de leider van het rebellerende Nationale Bevrijdingsleger, Fazli Veliu, vanuit zijn ballingsoord in Zwitserland hard uit naar de in zijn ogen gematigde Albanese Macedoniërs die sinds enkele weken in de Macedonische regering zitting hebben. "De zogenaamde multi-etnische regering heeft niets gedaan voor de Albanezen in Macedonië", zei hij. Volgens Veliu heeft Skopje de gewapende opstand aan zichzelf te wijten omdat de Macedonische autoriteiten de rechten van de grote Albanese minderheid in het land nooit hebben willen erkennen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 mei 2001
Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 mei 2001
Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's