Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nieuwe maatschappij in woestijn

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nieuwe maatschappij in woestijn

In Saharawi-vluchtelingenkampen zijn mannen en vrouwen gelijk

6 minuten leestijd

EL AYOUN (AP) - Alles raakt verschroeid door de zon in deze kale, troosteloze woestijn. Het is niet direct een plaats om kinderen groot te brengen. Maar duizenden Saharawi's, door politieke omstandigheden op de vlucht gejaagd, bewonen al 25 jaar vluchtelingenkampen in deze woestenij in het zuidwesten van Algerije. Tegen alle verwachting in hebben zij zich weten te handhaven, vooral dankzij de vrouwen. En het bijzondere aan de maatschappij die zij hebben opgebouwd is dat deze een groot contrast vormt met die van andere Arabische en islamitische volkeren.

Saharawi-vrouwen hebben gelijke rechten bevochten. Zij genieten evenveel onderwijs en dezelfde arbeidsrechten als mannen en hebben een gelijke stem bij de verkiezingen die elke vier jaar worden gehouden. In de persoonlijke sfeer kiezen zij zelf hun huwelijkspartner, kunnen echtscheiding aanvragen en hebben vrije beschikking over voorbehoedmiddelen en abortus.

"We zijn er trots op vrouwen te zijn, Arabieren te zijn, moslims te zijn, maar we zijn niet van plan ons door anderen te laten voorschrijven hoe we moeten leven", zegt Mariam Salek, minister van Cultuur in de Saharawi-regering-in-ballingschap.

De Saharawi's, afstammelingen van nomadische volkeren, wonen in tentsteden die werden opgezet toen zij uit de aangrenzende Westelijke Sahara, hun woongebied, kwamen gevlucht voor de Marokkanen die het 285.000 vierkante kilometer grote gebied na het vertrek van Spanje in 1976 annexeerden. Marokko houdt tot nu toe vol de rechtmatige bestuurder te zijn van het gebied, dat rijk is aan fosfaten, en zegt dat de Saharawi's gewoon Marokkanen zijn.

Uit verzet tegen de Marokkaanse overname vormden Saharawi-mannen de gueril laorganisatie Polisario-Volksfront voor de Bevrijding van de Saguia de Hamra en Rio de Oro, de twee regio's die het vroegere Spaans Sahara vormden. Zij voerden vijftien jaar strijd voor onafhankelijkheid. Het was de tijd van de Koude Oorlog. De Verenigde Staten kozen in het conflict de kant van Marokko en Polisario kreeg steun van linkse landen als Algerije, Libië en Cuba.

'Kampsteden'

Sinds tien jaar geldt in de regio een staakt-het-vuren dat de VN tot stand heeft gebracht in afwachting van een referendum over de status van de Westelijke Sahara. Onenigheid over wie een stem mag uitbrengen bij de volksraadpleging -Marokko heeft sinds 1976 hele volksstammen arme boeren naar het gebied gedirigeerd- houdt een akkoord tot nu toe tegen. Eind deze maand loopt het mandaat van de VN-missie in de Westelijke Sahara af, en de Saharawi-mannen lopen alweer patrouille, klaar voor het eventueel uitbreken van een nieuwe oorlog. Het doet Salek terugdenken aan de begindagen, toen de vrouwen de eerste kampen op orde brachten terwijl de mannen aan het vechten waren. "Met de mannen aan het front moesten we een sociale organisatie uitvinden", zegt zij.

De grootste opgave was in die dagen om niet toe te geven aan de verleiding terug te keren naar het door Marokko bestuurde gebied of uiteen te gaan en te integreren in Algerije of Mauritanië. "Toen we hier aankwamen was er niets, absoluut niets", zegt Mariam Hassan, die 16 was toen zij Smara in de Westelijke Sahara verliet en een voettocht van honderden kilometers maakte om aan de Marokkanen te ontkomen. "'s Nachts wikkelden we onze gewaden af en maakten we met stokken tenten om de kinderen beschutting te geven", zegt Hassan (41), tegenwoordig een vermaarde Saharawi-zangeres die drie broers is kwijtgeraakt in de oorlog. Ze heeft vijf kinderen, allemaal geboren in de kampen.

De Saharawi-kampen zijn genoemd naar de vier belangrijkste steden van de Westelijke Sahara: El Ayoun, Smara, Dhakla en Aoussert. De vluchtelingen zijn ingedeeld naar hun plaats van herkomst.

Gelijkheid

Gebouwd op geblakerde, zanderige grond, zijn de nederzettingen uitgegroeid tot bijna echte steden met zo'n 200.000 inwoners. Er is geen stromend water, en elektriciteit moet komen van met zonne-energie opgeladen autoaccu's. Maar het zijn modelvoorbeelden van organisatie, verdeeld in wijken met 'gemeentehuizen' die door de vrouwen worden gerund.

De vrouwen vormen 56 procent van het electoraat en hebben zeven afgevaardigden in het 51 zetels tellende parlement. Saleks benoeming, vorig jaar, als eerste vrouwelijke minister van de Saharawi Arabische Democratische Republiek, werd gezien als een erkenning voor het werk dat de vrouwen hebben verricht.

Salek vindt dat de Saharawi's "uniek en heel vooruitstrevend" zijn vergeleken met de rest van de Arabische wereld. "In zo veel landen bestaan vrouwen bijna niet", zegt zij. "Ze mogen niet stemmen en zo veel dingen niet doen, ze hebben geen grondrechten. Er is niets wat een Saharawi-man kan doen dat een vrouw niet kan doen."

"Er moet nog altijd veel gebeuren om gelijkheid te bevorderen, maar het probleem ligt nu bij ons, ons eigen zelfvertrouwen als vrouwen, niet bij de mannen, de wetten of de regering", zegt de 36-jarige Salek.

De economie van de Saharawi's is helaas niet gelijk opgegaan met de politieke en sociale ontwikkeling. Zij zijn nog steeds bijna volledig afhankelijk van VN-hulp en giften van bevriende landen. Afgezien van enkele gebouwtjes die zijn opgetrokken met stenen van gedroogde modder, bestaat het kamp uit duizenden tenten die voor het merendeel zijn gefourneerd door de VN. Elk gezin heeft recht op een tent en een melkgeit. Geld speelt in het kamp nauwelijks een rol, omdat er weinig te kopen of te verkopen valt. Het werk in ziekenhuizen, op scholen en communale boerderijen wordt op coöperatieve basis uitgevoerd.

Het voedsel is gerantsoeneerd en het dagelijkse menu bestaat uit griesmeel of groenten en vis uit blik met brood, geitemelk en de traditionele Arabische zwarte thee met muntbladeren. Wratten op de gezichten van de kinderen en vlekken op hun tanden wijzen op een tekort aan bepaalde voedingsstoffen, maar honger wordt er niet geleden.

Onderwijsprestaties

De grootste prestatie hebben de Saharawi's waarschijnlijk geleverd op het gebied van onderwijs. Onder het Spaanse koloniale bewind was 80 procent van de Saharawi's analfabeet. Nu kan vrijwel iedereen lezen en schrijven, de meesten spreken één of twee buitenlandse talen en velen zijn opgeleid als arts, verpleegkundige, monteur of technicus.

"Van het begin af aan beseften we dat we zo veel mogelijk kinderen moesten hebben, maar dat we ze ook zouden moeten opleiden. Anders zou ons volk ophouden te bestaan", zegt Maarouf Bud-da, een 29-jarige soldaat die elf jaar in Havana heeft gestudeerd.

Het gemiddelde Saharawi-gezin heeft vijf of zes kinderen. Jongens en meisjes gaan tot hun twaalfde naar kampscholen en worden daarna meestal naar politiek gelijkgezinde landen gestuurd voor een vervolgopleiding. Als ze die hebben voltooid komen de meesten terug naar het kamp of gaan in het leger.

De revolutie heeft het gevoel van eigenwaarde van de Saharawi's vergroot en dat verklaart wellicht mede waarom zij zich zulke geduchte tegenstanders hebben getoond tegenover een militaire overmacht.

"Het feit dat we 25 jaar leed en opoffering in de woestijn hebben doorstaan weerspreekt de bewering van Marokko dat de Saharawi's geen apart volk zijn", zei president Mohammed Abdelaziz in februari in een feestrede op de 25e verjaardag van de Saharawi Arabische Democratische Republiek.

Sommigen vrezen dat de liberale maatschappij die de Saharawi's in de woestijn hebben opgebouwd als sneeuw voor de zon zal verdwijnen als ze weer naar huis terug kunnen keren. Salek weet wel zeker van niet. "Als we onafhankelijkheid krijgen en een normaal land, zullen we mannen niet toestaan de rol die wij spelen te beperken", zegt zij. "Trouwens, we geloven niet dat zij dat zullen proberen."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 juni 2001

Reformatorisch Dagblad | 23 Pagina's

Nieuwe maatschappij in woestijn

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 juni 2001

Reformatorisch Dagblad | 23 Pagina's