Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

IJzeren vuist in fluwelen handschoen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

IJzeren vuist in fluwelen handschoen

Afscheid van revolutionaire ballast weg naar oplossing op Antillen

4 minuten leestijd

De voorzitters van de fracties in de Tweede Kamer brengen een bezoek aan de Antillen en Aruba. Namens het Nederlandse kabinet is staatssecretaris G. M. de Vries verantwoordelijk voor de relatie met de oude overzeese gebiedsdelen in de West. Langzaam maar zeker boekt De Vries enkele successen, mede dankzij de samenwerking met een premier in Willemstad die zich nadrukkelijk distantieert van links-intellectueel erfgoed.

Niet veel Nederlanders zullen de 45-jarige staatssecretaris G. M. de Vries van Koninkrijksrelaties kennen. Eerder maakte deze VVD'er furore als voorzitter van de liberale fractie in het Europees Parlement. Bolkestein haalde hem in de zomer van 1998 naar Nederland om namens de Nederlandse regering de relaties met de Antillen en Aruba, de oude kolonies in de West, te gaan behartigen. De Vries is overigens de eerste staatssecretaris die hiervoor speciaal is aangesteld. Tot 1998 waren de Antilliaanse en Arubaanse zaken een soort restpost die dan weer bij de ene, dan weer bij de andere minister werd ondergebracht.

Drie jaar later moet De Vries constateren dat hij tijd tekortkomt. Hij had de Antillen staatkundig willen hervormen, economisch willen saneren en hij had de 'ontwikkelingshulp' (jaarlijks 200 miljoen gulden) willen moderniseren. Zijn bevoegdheden zijn echter omschreven in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Dat dateert uit 1957, toen Suriname nog niet onafhankelijk was en Aruba nog geen status aparte had. Modernisering van dat statuut is dus niet overbodig en waarschijnlijk zullen we pas via de memoires van De Vries te weten komen hoezeer verouderde bepalingen hem in zijn functioneren hebben belemmerd.

Belastinggeld

Van 'ontwikkelingshulp' kan eigenlijk geen sprake zijn, want volgens internationale normen zijn de Antillen en Aruba niet arm genoeg om zich ontwikkelingsland te mogen noemen. Maar binnen een en hetzelfde koninkrijk moet er solidariteit zijn, vindt De Vries, en dus gaat er twee keer zo veel hulp naar de Antillen als bijvoorbeeld naar India. Tegelijk huldigt De Vries het gezonde standpunt dat het zijn plicht is tegenover de Nederlandse belastingbetaler die hulp af te bouwen en binnen tien jaar te beëindigen.

Het was vaak nauwelijks zichtbaar, maar De Vries heeft zich de afgelopen jaren ontpopt als een politicus die geduldig, diplomatiek bekwaam en inhoudelijk deskundig vooruitgang heeft geboekt in de uiterst gevoelige betrekkingen tussen de voormalige kolonie en het moederland. Hij was tactvol, maar zakelijk en kordaat. In feite heeft hij drie jaar lang van eiland naar eiland gehopt met een ijzeren vuist verpakt in een fluwelen handschoen.

Want er moesten knopen worden doorgehakt, staatkundig zowel als economisch. Staatkundig is er te veel macht gecentraliseerd in de landsregering in Willemstad. De Vries heeft een model ontwikkeld voor meer decentralisatie -waarbij dus meer macht naar de afzonderlijke eilanden gaat- en verwacht nog dit jaar tot afspraken te kunnen komen. Het zou een einde maken aan veel zand in de Antilliaanse besluitvormingsmachine.

En dan is er de financieel-economische situatie. Van iedere gulden op de begroting gaat 95 cent naar de salarissen van ambtenaren en rentebetalingen. De Vries heeft een definitief einde gemaakt aan het beleid van pappen en nathouden dat de opgehouden hand van de Antillianen telkens weer met enkele tientallen miljoenen guldens vulde. Sinds De Vries is Nederland alleen nog bereid tot extra financiële steun wanneer de Antillen zelf daar harde saneringsmaatregelen tegenover zetten.

Rekolonisator

Het Internationaal Monetair Fonds bemiddelt in dezen tussen Nederland en de Antillen. Als een soort moderne rekolonisator eist het IMF harde aanpassingen aan de westerse neoliberale geest: ambtenaren ontslaan en markten openen. Na verloop van tijd kent het IMF een rapportcijfer toe aan de Antilliaanse inspanningen en als dat cijfer voldoende is, maakt Nederland geld over.

Onder premier Miguel Pourier (62) maken de Antillen serieus werk van deze herstelprogramma's. Met zijn aantreden lijkt er definitief een einde gekomen aan de dominantie van het verongelijkte gejammer dat een sociale bovenlaag door westerse intellectuelen is bijgebracht. De Antilliaanse schrijver Frank Martinus Arion bijvoorbeeld pleegt zijn premier publiekelijk aan te duiden als een dociele "lummel" omdat Pourier zich te gemakkelijk schikt naar de westerse economische eisen. Arion vindt dat Pourier "herstelbetalingen" moet eisen, wegens eeuwenlange beknotting van de Antillen door het moederland.

"Wíj, en niemand anders, zijn er niet in geslaagd een krachtige samenleving op te bouwen", luidt de repliek van Pourier, wiens opvattingen op dit punt dus naadloos aansluiten bij die van De Vries.

Deze gezonde en zakelijke benadering van een probleem dat decennialang belast is met revolutionair jargon als "de erfenis van het koloniale verleden" en "eeuwige ereschuld", sluit overigens nauw aan bij een recente wending in de geschiedschrijving. Daarin wordt duidelijk dat de koloniale tijd complexer is geweest dan de propaganda van linkse intellectuelen het altijd heeft voorgesteld (zie "The New Criterion" van mei 2000). Behalve veel slechte zaken heeft het kolonialisme vooral de modernisering gebracht. Dat is dus het ambivalente: zonder de kolonisatie zouden mensen als Arion de "beknotting en uitbuiting" door de "macamba's", de blanke overheersers, niet eens als zodanig hebben kunnen benoemen. En zoals zo vaak ligt de weg naar oplossingen pas open wanneer bestuurders zich van deze ideologische ballast ontdoen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 juni 2001

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

IJzeren vuist in fluwelen handschoen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 juni 2001

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's