Expositie over Massada komt naar Nederland
Nieuwe feiten over legendarische berg
JERUZALEM - De enige tentoonstelling over de geschiedenis van de legendarische berg Massada aan de Dode Zee komt naar Nederland. Gila Hurvitz, curator van het Instituut voor Archeologie van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem verwacht dat de tentoonstelling volgend voorjaar in het Fries Museum in Leeuwarden wordt geopend.
Momenteel is de expositie "Het verhaal van Massada", met voorwerpen, foto's en maquettes, te zien in een galerie van de Hebreeuwse Universiteit op de Scopusberg in Jeruzalem. De tentoonstelling werd in december 1993 voor het eerst in Jeruzalem geopend. In maart 1994 verhuisde zij naar Tel Aviv en in maart 1997 naar Utah in de Verenigde Staten. Vorige maand opende het instituut de expositie opnieuw in Jeruzalem.
Prof. Yigal Yadin verrichtte van 1963 tot 1965 belangrijke opgravingen op de berg. Hoewel het verhaal dus al oud is, blijft een tentoonstelling om twee redenen gerechtvaardigd, aldus Hurvitz. Er zijn steeds nieuwe studenten die de expositie bezoeken in het kader van hun studie van bijvoorbeeld de Tweede Tempelperiode.
Verder breidt de wetenschappelijke kennis over het rotsplateau in de Judese woestijn zich steeds verder uit. "De research gaat door", zegt Hurvitz. "Het is verbazingwekkend hoeveel er nog opgegraven dient te worden. Yadin verrichtte veel werk, maar heeft nooit de hele berg onderzocht." Massada is nog steeds thema voor doctoraalstudenten geschiedenis, paleografie en archeologie.
Een van de conclusies die wetenschappers recent hebben getrokken, is dat er vis vanuit Zuid-Spanje naar Massada werd vervoerd die de naam garum draagt. Een andere ontdekking is dat een kruik waarin wijn werd bewaard voor koning Herodes de Grote niet de inscriptie "Herodes koning van de Joden" draagt, maar "Herodes koning van Judea". De pot, die Herodes gebruikte om zijn gasten wijn voor te zetten, dateert uit 19 voor Christus. De inscriptie is in het Latijn, een taal die alleen Romeinse soldaten gebruikten. Joden bedienden zich van Hebreeuws, Aramees en Grieks.
Slachting
Koning Herodes de Grote gebruikte in het jaar 40 voor Christus de berg als toevluchtsoord voor zijn familie voordat hij naar Rome vertrok. Toen hij terugkeerde bouwde hij er een fort.
In het jaar 66 viel de burcht in handen van Joodse opstandelingen tegen de Romeinen. Volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus pleegden de 960 aanwezigen massaal zelfmoord toen de burcht in 73 of 74 na Christus in handen van een Romeins leger onder leiding van Silva dreigde te vallen. Elke vader doodde volgens Josephus zijn gezin. Tien mannen, door het lot aangewezen, doodden de overige mannen. Ten slotte wees het lot een man aan die de negen anderen doodde en daarna de hand aan zichzelf sloeg. Twee vrouwen en vijf kinderen hadden zich echter verborgen en overleefden de slachting.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2001
Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2001
Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's