Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Probleem: aanpassen met behoud van identiteit

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Probleem: aanpassen met behoud van identiteit

6 minuten leestijd

Kun je zeggen dat nieuwkomers hun culturele identiteit mogen behouden en tegelijk van hen eisen dat ze zich aanpassen aan de waarden en normen van de Nederlandse rechtsstaat? Volgens een adviescollege van de overheid wel, en deze lijn zal het Nederlandse beleid ten opzichte van immigranten de komende jaren wel blijven bepalen. Het is echter nog maar de vraag of die dubbele aanbeveling van erg veel begrip voor de eigen cultuur van die nieuwkomers getuigt.

Direct na de aanslagen in New York en Washington bleek uit de daaropvolgende rellen en relletjes dat de Nederlandse samenleving veel minder vredig multicultureel is dan vooral politici altijd hebben gedacht of wilden geloven. De spanningen die aan de oppervlakte kwamen, legden het failliet van het integratiebeleid van minister Van Boxtel bloot.

Een van de belangrijkste adviesorganen van de overheid, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), bracht vorige week een rapport uit over de Nederlandse immigratiesamenleving, met aanbevelingen die voor Nederlandse begrippen zelfs tamelijk helder zijn. Het is een feit dat Nederland jaarlijks zeer veel immigranten ontvangt en in die situatie komt geen verandering. De Nederlandse overheid moet dat feit erkennen en zich realiseren wat de gevolgen ervan zijn voor de Nederlandse samenleving als geheel, stelde de WRR. De overheid moet vooral meer investeren in de inburgering van nieuwkomers.

De uitspraak dat de Nederlandse maatschappij een immigratiesamenleving is, is geen programma, maar een feit. De "permanente migratiestromen" die vooral sinds de Tweede Wereldoorlog naar Nederland komen, zullen blijven aanhouden. Maar er is een belangrijk verschil tussen toen en nu. Ging het vroeger bij deze migratiestromen vooral om tamelijk homogene groepen arbeidsmigranten, tegenwoordig neemt de culturele diversiteit alleen maar toe. En al die niet-westerse allochtonen (zo'n 60.000 per jaar) nemen hun eigen talen, gewoontes en culturen met zich mee. De meeste van hen zijn moslim.

Mohammed

Bedroeg het aantal moslims als percentage van de bevolking in 1975 nog minder dan 1 procent, tegenwoordig is dat percentage gestegen naar bijna 5 procent. In absolute aantallen gaat het om zo'n 750.000 personen. Het aantal moslims in Nederland zal naar verwachting blijven stijgen tot 6 procent in 2010. De meeste baby's in Amsterdam dragen al de naam Mohammed.

Het is niet zo dat aanpassing aan de Nederlandse samenleving van generatie op generatie gemakkelijker wordt. Je zou kunnen denken dat kinderen van de tweede of derde generatie moslims in Nederland beïnvloed raken door de opvattingen die in de Nederlandse samenleving domineren, en dat zij als gevolg daarvan zullen seculariseren. Maar de spanning tussen assimilatie en persistentie, om het eens mooi sociologisch te zeggen, slaat binnen de Nederlandse moslimwereld duidelijk door naar het laatste. De meeste jongeren, ook de hoger opgeleide, blijven het geloof van hun ouders trouw.

In haar omgang met de omvangrijke en steeds omvangrijker wordende groep moslims in Nederland baseert de overheid zich op het grondwettelijke principe van de scheiding van kerk en staat. Dat brengt met zich mee dat de overheid zich vooral richt op de instituties waarbinnen de islam zich in de Nederlandse samenleving manifesteert. Via deze instellingen wil de overheid de participatie van moslims bevorderen. Zuilvorming wordt daarom niet ontmoedigd.

Subsidie

In dit verband legt de WRR de vinger bij een opmerkelijk gegeven. De raad stelt namelijk vast dat de institutionele vormgeving van de Nederlandse islam eigenlijk niet past bij dat beginsel van de scheiding van kerk en staat. De religieuze functie van de islamitische instituties is namelijk onlosmakelijk verbonden met hun sociaal-culturele functie. Wanneer de Nederlandse overheid deze instellingen subsidieert -en dat doet zij-, subsidieert zij dus eigenlijk kerkgenootschappen.

Het is juist op dit punt dat trouwens ook de WRR met zichzelf in tegenspraak komt en als gevolg daarvan een advies uitbrengt dat hij eigenlijk zelf al als onhoudbaar heeft weerlegd.

In het algemeen mogen we van nieuwkomers geen "culturele aanpassing" vragen, vindt de raad. Hun integratie moet worden bevorderd door hun toegang tot arbeid en scholing te verschaffen, door hun eigen verantwoordelijkheid te benadrukken en door "ontmoetingen" met de autochtone bevolking te arrangeren. In die dialogen moeten de waarden en normen van allochtonen en autochtonen op tafel komen en uitgewisseld worden. Deze D66-moraal wordt aanbevolen als de panacee voor de problemen van de multiculturele samenleving.

Consensus

Bij de presentatie van het rapport zei professor P. Meurs, voorzitter van de projectgroep die het rapport heeft gefabriceerd, wel dat er wel iets moet zijn van een "minimum aan consensus" over waarden en normen om de multiculturele samenleving in stand te houden. Zij sprak daarbij van de "beginselen van de sociale rechtsstaat", die wat haar betreft al tijdens de inburgering en ook in onderwijsprogramma's moeten worden overgedragen. Zij erkende overigens ook dat die beginselen in het rapport verder niet zijn benoemd en geëxpliciteerd.

Het is goed mogelijk dat de Nederlandse moslimwereld zich kenmerkt door een grote onderlinge diversiteit, zoals ook de christelijke kerken dat doen. Maar moslims stemmen in ieder geval hierin met elkaar overeen dat de wetten van de koran leidraad moeten zijn voor de Nederlandse wetgeving. Zij delen het principe van de scheiding van kerk en staat dus niet.

Cultuur en geloof zijn in de moslimwereld niet te scheiden. En juist hier openbaart zich de zwakke stee in het Nederlandse beleid. Omdat de scheiding van kerk en staat in Nederland al zo'n 150 jaar vanzelfsprekend is en het geloof naar het privé-domein heeft verbannen -en als beginsel zelfs ontaardt in het principe van de scheiding van geloof en politiek- kunnen Nederlandse beleidsmakers zich eigenlijk niet meer goed voorstellen dat het geloofsleven van anderen zeer bepalend kan zijn voor hun visie op samenleving en politiek.

Glas bier

Het is daarom curieus dat de WRR enerzijds vaststelt dat cultuur en geloof bij moslims onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, maar anderzijds aanbeveelt dat moslims hun eigen cultuur mogen behouden en tegelijk zich aan de waarden en normen van de rechtsstaat moeten aanpassen. Het is alsof moslims toestemming krijgen een glas bier te drinken zonder dat zij hun keel mogen bevochtigen.

Omdat de raad zelf aan het principe van de scheiding van kerk en staat wil vasthouden, ontraadt hij de Nederlandse overheid zich inhoudelijk te bemoeien met de gang van zaken in moskeeën. Het is nog niet zo lang geleden dat een Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken de kerken wilde voorschrijven hoe zij de Bijbel moeten exegetiseren. Geen christen is daarvan gediend, en om die reden kan hij er ook niet voor pleiten dat de overheid de aard van de prediking van imams gaat dicteren.

Maar er is één belangrijk verschil: de Nederlandse kerken en de christelijke politieke partijen hebben zich gevoegd in de bestaande Nederlandse verhoudingen. De prediking is nergens opruiend, en politici doen geen voorstellen die in strijd zijn met de Nederlandse democratische rechtsorde. Tot die aanpassing zou de overheid ook de Nederlandse islam moeten bewegen. Maar dat kan alleen wanneer zij het heilloze principe opgeeft om mensen hun culturele identiteit te laten bewaren. En dat kan alleen wanneer de regering haar verhullende knuffelpolitiek jegens de moslims opgeeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 oktober 2001

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

Probleem: aanpassen met behoud van identiteit

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 oktober 2001

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

PDF Bekijken