Bekijk het origineel

Truien in gedekte kleuren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Truien in gedekte kleuren

Petra: Ik zou niet zo snel iets opvallends aantrekken

6 minuten leestijd

Het valt kleurenadviseuse Ada Goethals meteen op, wanneer ze een middelbare school binnenloopt. "Het maakt niet zoveel uit of het een openbare of reformatorische school is. Er zijn niet veel jongeren die iets fleurigs durven aantrekken. Ze dragen vooral gedekte kleuren. Want opvallen doen ze liever niet." Ada Goethals vindt dat jammer. Ze ziet graag diversiteit in kleding. "Iedereen heeft persoonlijke kleuren die heel goed of juist helemaal niet bij hem passen."

Er staan wat jongens te tafeltennissen in de aula van het Van Lodensteincollege in Amersfoort. De boys hebben waarschijnlijk een vrij uur, want pauze is het nog niet. "Zie je het?", zegt Ada. Natuurlijk, ik zie jongens tafeltennissen. Meer niet. "De kleuren", verduidelijkt Ada. "De meeste jongens dragen een spijkerbroek met een grijze, bruine of donke rblauwe trui. Er is eigenlijk geen enkele jongen die een andere kleur draagt."

De kleurenadviseuse heeft gelijk. Het valt op, wanneer je erop let. En dat doet mevrouw Goethals. Ze is niet voor niets een specialist. Ze heeft in Zeist aan huis haar eigen kleurensalon, haar opleiding heeft ze gevolgd bij het kleurenhuis Colours For You. Mevrouw Goethals: "Iedereen heeft kleuren die goed en minder goed staan."

Op een statafeltje in de aula legt Goethals haar kleurenwaaiers neer. Ze legt uit: "Er zijn winter-, lente-, zomer- en herfstkleuren. Wat je goed staat, heeft te maken met de kleur van haar, ogen en huid. God heeft het trouwens zo gemaakt dat die drie dingen precies bij elkaar passen." Ze is er dan ook geen voorstander van dat mensen hun haar kleuren. "Dan verbreek je vaak de harmonie."

Iets paars

De pauze is inmiddels begonnen. Van alle kanten stuiven jongeren de gangen in. Enkele meisjes zitten op de grond tegen de muur. "Kijk, dat is nou een kleur die er uitspringt", vertelt Ada Goethals terwijl ze naar een van de meisjes knikt. De scholiere draagt iets paars.

In de kamer van een coördinator praten we verder. Samen met Petra de Korte, Gerdien Thomassen, Geerdine Lobbezoo, Cornelis Dubbeld en Arthur Vlot. Ze zitten allevijf in havo 2.

"Weten jullie iets van kleuren?" vraagt Ada. De leerlingen knikken. "Van handvaardigheid", geeft Arthur aan. De jongeren weten dat er verschil bestaat tussen warme en koele kleuren. En dat de ene persoon een bepaalde tint beter staat dan een andere, kunnen ze ook wel verzinnen. Maar hoe dat precies komt, snappen ze niet zo goed.

Ada Goethals probeert het uit te leggen. Ze vertelt iets over het pigment van je huid. "Bij sommigen is dat blauw-roze, dus koel, bij anderen geel-groen, dus warm", zegt ze. Gerdien schiet omhoog. "Blauw?" De kleurenadviseuse stelt haar gerust. "Zo op het eerste gezicht zie je dat niet. Mijn pigment is koel, ik ben een wintertype."

De jongeren vertellen welke kleur er in hun kledingkast domineert. Bij Arthur en Cornelis is dat blauw. Gerdien draagt graag paars en Petra heeft vaak zwarte kleren aan. "Ik zou niet zo snel iets aantrekken waarmee ik op zou vallen." Geerdine heeft juist veel verschillende tinten in de kast hangen.

Petra: "Het ligt aan m'n bui welke kleur kleren ik koop. Als ik een irritante dag heb gehad, koop ik geen vrolijke kleren, dat doe ik alleen als ik blij ben. En bijvoorbeeld roze draag ik alleen in de zomer." Frisse kleuren horen ook volgens de andere jongeren vooral bij de zomer. Geerdine: "Dan trek ik nog wel eens een witte jurk aan of zo."

Praten over kleren

Met praten over kleding hebben ze geen moeite. Wellicht komt dat doordat de scholieren het vaak over kleren hebben. Volgens hen wordt er op hun school geregeld over gesproken en wordt er veel op gelet. Is dat op alle middelbare scholen het geval? Ada: "Reken maar dat kleding ook op andere scholen een belangrijk gespreksonderwerp is. Met je kleren laat je iets van jezelf zien. En juist jongeren zijn erg gevoelig wat dat betreft. Ze vinden het vreselijk buiten de groep te vallen."

Geerdine: "Ik vind dat praten over kleding eigenlijk maar onzin, maar het gebeurt wel. En je ziet ook dat een bepaald groepje altijd in het nieuwste van het nieuwste loopt." Ze kijkt eens naar beneden. Oei, ze heeft zelf ook laarzen aan. Cornelis: "Wij jongens praten er niet zo veel over, maar je kijkt natuurlijk wel even naar wat iemand aan heeft."

Geerdine: "Als iemand iets nieuws draagt, zeg je er vaak wel even iets over. Dan maak je een compliment. Of je zegt dat je zelf iets anders had gekocht." Als dat laatste gebeurt, baalt Petra best. "Als je iets nieuws hebt en je vriendinnen vinden het niet mooi, ga je het zelf ook minder mooi vinden."

Volgens Gerdien gebeurt het niet zo vaak dat iemand negatief is over andermans kleren. "En eigenlijk baal ik daar best van. Ik heb maar het liefst dat ze dat tegen mijzelf zeggen. Anders heb je de kans dat er achter je rug over wordt geroddeld."

Paars en bruin

"Staan deze kleuren mij?" wil Gerdien weten. Ze heeft een paarse trui en donkerbruine rok aan. Mevrouw Goethals vindt het moeilijk om daar een uitspraak over te doen. "Dan zou ik je eerst moeten analyseren. En dat duurt vaak zeker twee en een half uur." Wel kan ze iets zeggen over de kleuren op zich. "De kleur van je trui is koel en bruin is dat juist niet. Normaal gesproken raad ik die combinatie af. Bij paars staat een donkerblauwe rok eigenlijk beter. Je vindt het toch niet erg dat ik dat zeg?"

Gerdien wil ook iets vragen. Over de mode. "Tegenwoordig zie je veel roze en groen. Past dat eigenlijk wel bij elkaar?" Goethals: "Dat is moeilijk te zeggen, want ik weet niet om welke kleuren groen en roze het precies gaat. Het is in ieder geval niet zo dat alle kleuren die in de mode zijn, mooi bij elkaar staan of goed bij iemand passen. Als je alleen maar kleren koopt omdat ze in de mode zijn, kan het voorkomen dat ze na een poosje in de kast blijven, omdat ze je helemaal niet staan. En dat is jammer."

De jongeren vertellen openhartig over hun miskopen. Meestal zijn die gekocht tijdens een winkeldag met een van de ouders. Want alleen winkelen doen de meesten (nog) niet. Cornelis: "Ik heb wel eens een broek gekocht die ik bijna nooit aan heb. Het is een grijze, met zakken. Maar ik vind de kleur me gewoon niet staan." Arthur moet er een beetje om lachen. "Kleren moeten gewoon lekker zitten, dat is voor mij het belangrijkste. En of de kleur dan wel of niet staat, maakt mij niet zo veel uit."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 november 2001

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Truien in gedekte kleuren

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 november 2001

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken