Geen kachel in de vrouwenzaal
In de hervormde kerk van Barneveld is boven een van de ingangen een gedenkteken voor ds. J. Mensinga (1740-1796) aangebracht. Het opschrift maakt duidelijk waar de predikant dit eerbetoon aan dankt: "Ter nagedachtenis van Jacobus Mensinga wijlend haren vromen en trouwen Leeraar en Stichter van Proveniers- en Armenhuis. Den oprechten vriend van allen, door zijn gemeente, overleden 22 december 1796, oud ruim 56 jaren. Hij was een goed man vol des Heiligen Geestes des Geloofs."
Dominee Mensinga was inderdaad een sociaal bewogen man. Toen hij in 1778 van Franeker naar Barneveld kwam, zag hij dat het treurig was gesteld met de armenzorg, die nagenoeg ontbrak. Daar wilde hij iets aan doen. Een van zijn markantste wapenfeiten was de stichting van een tehuis voor armen en proveniers. In aanmerking kwamen (hervormde) mensen die zouden moeten bedelen als ze geen onderdak kregen. Zij werden ook wel "bestedelingen" genoemd. Proveniers waren mensen die zichzelf voor een bedrag van 50 gulden per jaar inkochten om tot hun dood in het huis verzorgd te worden.
Met financiële steun van de hervormde gemeente kon in 1784 een monumentaal gebouw in gebruik worden genomen voor de opvang van armlastigen en ouden van dagen. Enige tijd later kreeg het gebouw ook een verpleegfunctie voor "innocente" dorpelingen en mindervaliden.
Daarbij bleef het niet. In 1796 werd het pand uitgebreid met een nieuwe vleugel waarin weeskinderen onderdak kregen. Ook hier heeft ds. Mensinga zich nog sterk voor ingezet. Een vroegere predikant van Barneveld, Ahasverus van den Berg (bekend van de psalmberijming van 1773), roemde in zijn "Geographie van Veluwe" het strengklassieke gebouw aan de (tegenwoordige) Gasthuisstraat: "Het fraaie Proveniers- en armhuis, dat de brave predikant Mensinga aldaar, uit liefdegaven, gesticht heeft, en waar van de inrichting waardig is, dat zy alomme gevolgd worde."
Toch was het Gasthuis, zoals de instelling werd genoemd, natuurlijk geen voorbeeld van een verzorgingstehuis dat voldeed aan eisen die we tegenwoordig stellen. De mensen voor wie het huis in eerste instantie was opgericht -de armen en de proveniers- moesten zo veel mogelijk in eigen onderhoud voorzien. Wie daartoe in staat was werkte in moestuin, wasserij, wolspinnerij, op de bij het huis behorende boerderij of op het landbouwbedrijf. Artikel 37 van het reglement uit 1913 luidde: "Op luiheid, lediggang en traagheid zal ten zeerste worden toegezien door den vader en den moeder" (die belast waren met de dagelijkse leiding, GL).
Er was ook een strikte scheiding tussen de ruimten voor mannen en voor vrouwen. Het Gasthuis kende een mannenkamer en een vrouwenkamer. In de laatste verbleven ook de kinderen. Artikel 33 waarschuwde: "Niemand heeft toegang tot de vrouwenkamer tenzij na ontvangen toestemming van vader of moeder." De mannenzaal werd tijdens de winterdagen verwarmd door een kachel. De vrouwen moesten het zonder stellen; mogelijk werd van hen verwacht dat zij zich binnenshuis verdienstelijk maakten door te breien of te handwerken, waardoor ze vanzelf warm zouden worden. Het kan ook zijn dat de vrouwen beducht waren voor een koude luchtstroom van buiten en daarom ramen en deuren zo veel mogelijk dicht hielden. Een brandende kachel zou alleen maar meer zuurstof wegnemen, zodat het te benauwd kon worden.
Het eten in het Gasthuis was goed; het gebruik van sterke drank was streng verboden. Een halfuur na het avondeten moesten de bewoners hun bed opzoeken. "Alsdan zal de vader het licht uitdoen." Kortom: het Gasthuis bood een gezonde, maar tamelijk Spartaanse leefomgeving.
In 1965 vertrokken de oudere bewoners van het Gasthuis naar het nieuwe verzorgingstehuis Nebo. De hervormde gemeente verhuurde het gebouw aan stichting Pension Tehuis De Haven voor de huisvesting van ex-psychiatrische patiënten. In 1991 plaatste de gemeente Barneveld het Gasthuis op de monumentenlijst, omdat het een van de weinige bouwkundige monumenten uit de achttiende eeuw is die Barneveld rijk is.
Plaatsing op de monumentenlijst kon niet voorkomen dat het pand na het vertrek van De Haven in 1994 steeds meer in verval raakte. Leegstand is nooit goed voor een gebouw. In het jaar 2000 volgde een ingrijpende verbouwing die het Gasthuis in zijn oude luister herstelde. Bovendien kreeg het zijn oorspronkelijke zorgfunctie terug: vorige maand startte in het gebouw een woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke handicap. Zeventien bewoners hebben er onderdak gevonden; ze wonen min of meer zelfstandig, maar kunnen terugvallen op deskundige hulp van 's Heerenloo Zuid-Veluwe en begeleiding van vrijwilligers. Ds. Mensinga zou blij geweest zijn met deze bestemming.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 10 december 2001
Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 10 december 2001
Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's