Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Droefheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Droefheid

5 minuten leestijd

"Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid."

2 Korinthe 7:10a.

Nodig in ons leven is een waarachtige bekering tot God. De Zaligmaker houdt ons dit voor, dat wedergeboorte en ware bekering onmisbaar zijn tot zaligheid. Bovenstaande tekstwoorden geven een duidelijk kenmerk van de ware bekering. Een kenmerk waarmee dat werk der zaligheid begint in ons leven en wat ten diepste telkens weer terugkomt. God voert Zijn Kerk met geween en smekingen en zal straks aan het einde van de pelgrimsreis hun tranen voorgoed afwissen.

In het Woord worden wij telkens opgeroepen om onszelf te onderzoeken, of er een waar werk in ons hart te vinden is. David vreesde voor de dwaalwegen en bad: "Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart", Psalm 139:23a. Er is immers veel namaak, er zijn allerlei schijngestalten en er is veel bedrog mogelijk. Wat is nu kenmerkend voor ware bekering? Is dit ook uw zielevraag? Er staan verschillende voorbeelden in Gods Woord, waarbij sprake is van grote benauwdheid, zoals van Kaïn en Judas, zonder dat er ware bekering gevonden werd. Er kan een opzienbare bekering zijn, zoals Simon de tovenaar, maar het was geen oprecht werk. Er kan grote schrik zijn zoals bij de metgezellen van Saulus van Tarsen, zonder dat er sprake is van ware bekering. Er kan zelfs de gave van de profetie zijn, zoals bij Bileam en koning Saul, terwijl er geen sprake was van ware genade.

In de tekst is sprake van een zuiver schriftuurlijk kenmerk van Gods genadewerk in de ziel, en dat is de droefheid naar God. U zegt wellicht: "Maar een mens wordt toch niet om enige tranen zalig? U gaat toch een mens niet op wat gevoelige indrukken zalig spreken?" Nee, dit is beslist de bedoeling niet, want als er gesproken wordt over de droefheid naar God, dan is dit een veel inhoudende zaak. Deze droefheid wordt gevonden aan het begin en is tegelijkertijd een blijvende zaak, ze is dus beslist niet eenmalig.

Deze droefheid gaat niet alleen over de bittere gevolgen der zonde, maar over de zonde als daad zelf. Het is een droefheid, die niet ten diepste gaat over de schande en de schade van de daad der zonde, want dit zijn gevolgen van de daad der zonde, maar dit is een smart die ontstaat vanwege een recht gezicht van de aard en de natuur der zonde zelf. Het is een vrucht van het Woord, gewerkt door de Heilige Geest in het hart van de zondaar. Dit is een droefheid, die in het verborgene ervaren wordt voor God en geen luid geschreeuw geeft op de straten. Het is een droefheid, waarbij de zondaar zich door God gezien weet in zijn verlorenheid en ellendigheid. Daarom zoekt hij niet met zijn tranen bij de mensen gezien te worden.

De kanttekeningen van de Statenvertaling geven helder onderwijs, wanneer het over deze zieletranen gaat.Daar worden ten diepste drie zaken in gevonden. Er wordt iets van ervaren dat wij tegen de goedheid Gods gezondigd hebben. De zonde wordt gezien als een daad van vijandschap tegen een goeddoend God. De liefde Gods wordt gekend, want rechte tranen zijn altijd liefdetranen.

Wanneer de Heere de zondaar tot stilstand brengt, dan doet Hij dit door de scherpe pijl van Zijn Woord en Wet, maar deze pijl is in de liefde Gods gedoopt. Zo leert de arme zondaar voorover vallen. Het andere is immers dat de rechte overtuiging gekenmerkt wordt door een overbuiging in het hart, maar tegelijk ook door enige hoop op Gods vergevende liefde, die in het Evangelie van vrije genade gepredikt wordt. Deze hoop op de barmhartigheid deed de verloren zoon opstaan en uitgaan. Deze hoop doet David vallen in de handen des Heeren. Deze hoop geeft de zondaar, in de weg van overtuiging en doorleving van zijn zonde, verwachting op de waarheid van het Woord en de toevluchtneming des geloofs tot Hem, Die nooddruftigen zal verschonen.

Het derde is, dat dit terstond gepaard gaat met het haten en verlaten van de zonde. Zou ik niet haten, die U haten?(Psalm 139). Wat werkelijk als vijandschap tegen God ervaren wordt, kan de zondaar niet langer aan zijn hart drukken. Zie, dit is zeer verschillend van de schijngestaltes. Ezau en Judas kennen de smart over de zonde niet en missen de hoop op vergeving en Achab verlaat ten diepste de zonde niet.

In de rechte droefheid naar God, die een liefdevrucht is, ligt zoveel ruimte, meer dan in al de zondedienst tevoren. Die bittere tranen zijn anderzijds zo zoet, dat al de dienst van de wereld en de vrolijkheid der zonde hier niet tegenop kan. Van deze tranen spreekt David in Psalm 42. Deze droefheid bedoelt de Heidelbergse Catechismus in Zondag 33. Deze tranen maken ons niet bezittend, maar ontstaan juist uit een levend gevoel van ons gemis. Deze tranen maken ons niet hoogmoedig, maar zijn juist blijken van een diepe verootmoediging voor en onder God. Deze tranen zijn geen oorzaak van vleselijke rust, maar getuigen van de belijdenis van onze zonden en de gedurige strijd tegen de zonde. Deze droefheid kent de hoopvolle strijd om vergeving vanwege de schuld van onze zonden en gedurige worsteling tegen de smet van de zonde.

Gods kind kent tranen, omdat zij voor Hem niet kunnen leven, zoals Hij dit van hen eist in Zijn Woord en zij dit begeren door Zijn genade. Straks is echter deze strijd ten einde. Dan worden de tranen gedroogd, dan is de strijd ten einde.

O, bedenk arme zondaar, dat er een eind komt aan de vreugde der wereld. De zondegenieting is maar een korte tijd. Zoekt den Heere terwijl Hij te vinden is en roept Hem aan terwijl Hij nabij is. Bedenk arme zondaar, die in het verborgen weent en in het openbaar Zijn Naam belijdt, dat treuring en zuchting straks voor eeuwig zullen wegvlieden.

Ds. D. Heemskerk, Garderen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2002

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Droefheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2002

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken