Bekijk het origineel

De traditionele huisarts verdwijnt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De traditionele huisarts verdwijnt

"Liefdadigheid bestaat alleen bij een redelijke beloning"

5 minuten leestijd

In Diepenheim, het kleinste stadje van Overijssel, is vorige week grote onrust ontstaan. Om buiten kantoortijden een arts te bereiken, moeten de bewoners voortaan dik een halfuur de auto in. Nu verdeelt de enige plaatselijke huisarts de avond-, nacht- en weekenddiensten nog met zijn collega's uit het nabijgelegen Markelo. Maar vanaf 4 maart moeten de Diepenheimers buiten kantoortijden naar de nieuwe centrale huisartsenpost in Deventer: meer dan 35 kilometer naar het westen. Dat zorgt voor commotie.

De gebeurtenis in Diepenheim staat niet op zichzelf. Op dit moment zijn er in Nederland al zo'n zeventig centrale doktersposten waar huisartsen de avond-, nacht- en weekenddiensten onderling verdelen om de werkdruk te verlichten. Er komen er in de toekomst nog eens dertig bij. De opkomst van de grote huisartsenpost was voor Nanda van der Zee de aanleiding een boekje te publiceren. "Ik ben zelf verkeerd behandeld door artsen en heb daar grote gevolgen van ondervonden. Daardoor ben ik hierop gespitst. Als de ene dag arts A. helpt en de volgende dag arts B., dat is toch niet goed?"

Zij is niet de enige die zich zorgen maakt om deze ontwikkeling in de huisartsengeneeskunde. Veel huisartsen en ook patiënten staan eveneens kritisch tegenover de centrale dokterspost. Ze zien de traditionele, betrokken huisarts langzaam verdwijnen uit de Nederlandse samenleving. Pessimisten verwachten zelfs dat huisartsen binnen een jaar of tien uitsluitend op centrale dokterposten te bezoeken zijn.

"Wég met de huisarts?" is de veelzeggende titel van het boekje van de historica Van der Zee waarin zij aandacht vraagt voor dit probleem. Helaas biedt het weinig nieuwe informatie voor degenen die de vele discussies in de media over de problematiek van de huisartsen hebben gevolgd. Dat het onderwerp van het boek actueel is, valt niet te ontkennen. Zo reageerde deze week de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), waarbij 90 procent van de huisartsen is aangesloten, verontwaardigd op het voorstel van het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG). De huisartsen willen per consult 43 euro ontvangen in plaats van 20. Het gesteggel tussen huisartsen, overheid en zorgverzekeraars is al een paar maanden aan de gang.

Steenpuist

Van der Zee interviewde voor haar boek twee huisartsen, opgeleid in de jaren zestig. De vraaggesprekken zijn één grote aanklacht tegen de komst van centrale doktersposten. Huisarts J. van Weeghel uit Haarlem, een van de geïnterviewden, ziet niet alleen de vertrouwensband tussen arts en patiënt verdwijnen, maar verwacht ook dat de medische kwaliteit daalt. "Als een arts een steenpuist ziet op maandag en hij laat de patiënt op dinsdag ter controle terugkomen, kan hij heel mooi volgen of er al of niet verbetering is ingetreden. Is er op dinsdag echter een andere arts, die de steenpuist van gisteren niet heeft gezien, dan zal die nooit kunnen beoordelen of er van vooruitgang of juist achteruitgang sprake is."

Deeltijders

Hoe kon het zover komen? Dat is de grote vraag in het boek en in de discussies in de media. Het nijpende tekort aan jonge huisartsen is de meest genoemde oorzaak.

De meerderheid van de huisartsen in opleiding is vrouw. Zij willen vaker in deeltijd werken. Maar ook veel mannen zien de werkweek van de 'huisarts oude stijl' niet zitten: ruim 55 uur per week, waar de uren buiten kantoortijden nog eens bijkomen. Omdat voor de opleiding geneeskunde nog steeds een numerus fixus geldt, levert de opleiding met al die deeltijders dus te weinig 'huisartsuren' af.

Om op regelmatiger tijden te werken, kiezen jonge huisartsen er steeds vaker voor als waarnemer aan het werk te gaan. Van drie waarnemingsdiensten zou een arts kunnen rondkomen. Daardoor ontstaat er een tekort aan jonge huisartsen die de praktijken van oudere collega's willen overnemen.

De numerus fixus en de voorkeur van jonge artsen om in deeltijd te werken zijn niet de enige oorzaken van het tekort, blijkt uit het boek van Van der Zee. Een groter probleem is het imago van het vak. De werkdruk is toegenomen en de honorering gedaald. "Liefdadigheid bestaat alleen bij een redelijke beloning", zegt Van Weeghel. "Die beloning is er wel geweest en heeft het beroep mede aantrekkelijk gemaakt, maar door de kortzichtigheid in Den Haag is die tenietgedaan." Artsen hameren er dan ook op om vooral de honorering sterk te verbeteren. Dat zou de enige oplossing zijn voor het imagoprobleem.

Verlengstuk

De werkdruk is ook toegenomen door de mentaliteitsverandering van de patiënt. Patiënten zien de avond-, nacht- en weekenddiensten als een verlengstuk van het spreekuur, aldus Fulco Seegers, woordvoerder van de LHV. "Patiënten komen ook steeds vaker met een vooropgezet beeld naar het spreekuur. Wat de arts zegt, past vaak niet in hun straatje. Ze hebben in hun hoofd om doorverwezen te worden naar de specialist. Als de huisarts dan zegt: We kijken het nog een weekje aan, accepteren ze dit niet. Ze eisen een verwijzing."

De dokter is zijn autoriteit ontnomen, aldus een van de geïnterviewden in "Wég met de huisarts?" "Stellig gaan we naar vormen volgens Amerikaans systeem: naar grote eenheden waar de patiënt zich veiliger voelt dan in de () onveiliger wordende huisartsenpraktijk."

Napluizen

Seegers is het wat betreft de centrale huisartsenpost voor de avond-, nacht- en weekenddiensten niet zonder meer met Van der Zee eens. Hij legt juist de nadruk op de grote verlichting die zo'n post voor de arts kan betekenen.

Door de centrale dokterspost heb je veel minder vaak dienst, aldus Seegers. "Ik zie weinig negatieve kanten. De reacties van patiënten zijn juist uiterst positief. In de oude situatie kregen ze in het weekend ook vaak niet hun eigen huisarts. Ze hoeven nu ook niet meer na te pluizen welke arts dienst heeft. Door dat ene centrale nummer dat 365 dagen per jaar hetzelfde is, neemt de herkenbaarheid en bereikbaarheid toe." De centrale post is er alleen voor spoedgevallen, benadrukt Seegers. "Mensen houden hun eigen huisarts. Daarom zal de vertrouwensrelatie ook niet verdwijnen. De arts wil dit niet uit het vak laten strepen door de overheid en zorgverzekeraars."

De voordelen van de centrale dokterspost die Seegers noemt, komen in het boek van Van der Zee niet ter sprake. Op de vraag waarom het boek zo eenzijdig is geschreven, antwoordt Van der Zee: "Eenzijdig? Het probleem is eenzijdig. Het enige positieve is dat er altijd iemand is. Verder is er niets positiefs."

Mede n.a.v. "Wég met de huisarts?", door Nanda van der Zee; uitg. Aspekt, Soesterberg, 2002; ISBN 90 5911 047 1; 94 blz.; 12,48.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 2002

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

De traditionele huisarts verdwijnt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 2002

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken