Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onpartijdigheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onpartijdigheid

5 minuten leestijd

In de derde wereld blijkt een rechter soms gevoelig voor beïnvloeding. Dan valt te denken aan godsdienstige factoren - de beschuldigde is 'maar' een christen. Maar ook aan steekpenningen en vrouwelijke charmes. West-Europa ontgroeide goeddeels aan juridisch onrecht. Nochtans besliste de wrakingskamer van de Haarlemse rechtbank dat enkele collega's mogelijk bevooroordeeld waren in een meineedzaak. En daarom beoordeelde zij het wrakingsverzoek van I. Yussef uit Den Haag positief.

De boosheden van de inwoner van de hofstad laat ik liggen. Het gaat vandaag vooral om het onbevooroordeeld vonnis wijzen als zodanig. Onpartijdigheid. Om die te garanderen is er de mogelijkheid van wraking. Als middel waarmee een partij een rechter kan verhinderen een zaak te behandelen.

Het begrip wraak heeft in ons dagelijks leven een relatie met wreken. Dat is kwaad met kwaad vergelden. Het gaat over emoties, haat en afkeer. Toch hebben wreken en wraken met elkaar te maken. Want de eerste betekenis van het werkwoord wraken is afkeuren. Zo stelt een mens zich stellig op ten aanzien van degenen op wie hij wraak wil nemen. Hij keurt hem af. De ongeschikt verklaarde persoon is nergens meer goed voor. Hij zal zijn eerlijke vergelding niet ontgaan. De tweede verklaring van het werkwoord wraken ligt dan toch dichtbij: verwerpen als getuige of rechter.

Er is verschil in wat middeleeuwers betitelden als het "jus civile", wereldlijk recht, en het "jus canonicum", kerkelijk recht. Binnen de gereformeerde traditie geldt God als de Bron van alle gezag, wetgeving en recht. Maar de gang van zaken in het geestelijk rijk van Christus verschilt op essentiële punten van die in een republiek.

Calvijn zag als taak van de burgerlijke overheid "de uiterlijke godsdienst te ondersteunen" (Institutie IV.20.2). Hij rekent tot de taak van de overheid "de gezonde leer der vroomheid en de staat der kerk te verdedigen." De wetgeving berust op "bepaalde regels van billijkheid en rechtvaardigheid", die een leven in vrede en rust mogelijk maken en ontleend worden aan de zedenwet. Maar de wereldlijke rechter heet toch ook een "van staatswege aangestelde beschermer" van de burger. De zestiende-eeuwse calvinisten kenden dus de overheid een taak toe omtrent de kerk, het "jus circa sacra".

Maar de Geneefse Reformatie wilde niet weten van het "jus" in "sacra". Zij kende de burgerlijke overheid geen taak toe binnen de kerk. "Evenals geen enkele stad of dorp zonder overheid of burgerlijke regering kan bestaan, zo heeft ook Gods kerk haar geestelijke regering nodig, die echter van de burgerlijke regering geheel onderscheiden is" (Institutie IV.11.1). Met betrekking tot tucht en vrede geldt dat de kerk een eigen geestelijke regering en rechtspraak kent. Ze berust op de instelling van Christus. "Daarmee heeft Hij te kennen gegeven, dat de kerk de geestelijke rechtspraak niet kan missen, die er van den beginne geweest was." "De macht der rechtspraak (...) zal in hoofdzaak niet anders zijn dan een orde, ingericht tot bewaring van de geestelijke regering."

Er is sprake van een belangrijk verschil tussen kerkelijk recht en burgerlijk recht voorzover het rechtspraak betreft. Voor het wereldlijk recht weegt het aspect van de vergelding in belangrijke mate. Hoewel de preventieve rol eveneens van belang is. De kerk treedt echter niet vergeldend op. Het kerkrecht heeft een geestelijk karakter en is daarmede van een geheel andere orde dan het wereldlijk recht. De kerkelijke orde is erop gericht de zondaar tot boetvaardigheid te brengen. Zij is strikt medisch van aard.

Alle verschillen ten spijt behoort ook in de kerk onpartijdigheid een onverwoestbaar gegeven te zijn. De interne rechtsgang moet correct zijn. En van bevooroordeeldheid mag geen sprake zijn. Ambtsdragers dienen een zaak tuchtzaak of een appèl eerlijk en zorgvuldig te onderzoeken alvorens besluiten te nemen. Dat is in overeenstemming met bij voorbeeld Johannes 7:51. En er dient ook plaats te zijn voor een zorgvuldig horen en van wederhoor van beide partijen, alsmede, waar mogelijk of nodig, van getuigen. Waarbij overigens de kerk niet verplicht is het getuigenis te vragen van mensen die als onbetrouwbare personen bekendstaan, zo citeert de kerkrechtdeskundig van de Gereformeerde Kerken dr. H. Bouwman de zeventiende-eeuwse theoloog Voetius.

Kerkelijke vergaderingen zoals een classis en een synode kennen geen zogeheten wrakingskamer. Evenmin als een kortgedingprocedure. Hoewel er zeker mogelijkheden zijn om partijdigheid aan te vechten. Als het goed is, bestaat er een regel dat bepaalde categorieën van ambtsdragers -zij die door bijzondere vriendschaps- of familiebanden aan een appellant verbonden zijn- zich niet mogen mengen in het beraad en de besluitvorming van de meerdere vergadering. Zij hebben zich in elk geval altijd van stemming te onthouden. "Hun aanwezigheid kan, waar deze belemmerend zou werken voor de onpartijdigheid, worden belet", aldus de uitgave "In orde" van de Gereformeerde Gemeenten.

En mr. D. A. C. Slump, coördinerend vice-president van de rechtbank te Utrecht, schreef daarover in "Welles, nietes. Omgang met conflicten": "Het gaat niet aan ambtsdragers die eerder bij dezelfde zaak betrokken waren aan de beraadslaging te laten deelnemen, laat staan daarover te laten beslissen. Zij staan niet meer vrij tegenover de onderscheiden partijen."

Onpartijdig handelen in de kerk is niet altijd eenvoudig. Sommige mensen binnen de gereformeerde gezindte -in een postmoderne cultuur lang niet allen- zien predikanten en ambtsdragers soms nog als heiligen. Zij zouden het behoren te zijn. Maar vlees en wereld laten hen helaas ook niet onberoerd. Soms oefent de vrees om niet openbaar te komen als iemand die te conservatief is, of te progressief, of bepaalde aanzienlijke vrienden te verliezen, druk uit op de vereiste onpartijdigheid. Dat mag niet. De wereld mag de kerk in dit opzicht een eis stellen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 maart 2002

Reformatorisch Dagblad | 48 Pagina's

Onpartijdigheid

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 maart 2002

Reformatorisch Dagblad | 48 Pagina's

PDF Bekijken