Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Reservepijler verwerft eindelijk status

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Reservepijler verwerft eindelijk status

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

NEELTJE JANS - Al jaren staat hij naast de Oosterscheldedam, eenzaam en alleen. Lange tijd zag vrijwel niemand naar de reservepijler van de stormvloedkering om. Maar sinds kort heeft het overlegorgaan van het Nationaal Park Oosterschelde een oogje op de betonnen kolos. Mogelijk kan de pijler worden ingericht als bezoekerscentrum. "Als het doorgaat, krijgen we een expositieruimte van internationale allure", zegt voorzitter John Lilipaly.

Als een rots rijst hij op uit het water. De reservepijler van de Oosterscheldekering ziet er uit als een bergmassief. Tegelijk heeft het bouwwerk iets meewarigs: als enige in een reeks van 65 kreeg de pijler geen plaatsje in de monding van de Oosterschelde. Hij moest achterblijven, op een aparte locatie bij Neeltje Jans.

In de volksmond wordt de pijler wel de kathedraal genoemd. Begrijpelijk voor wie met een bootje het grijze gevaarte nadert. Hoog verheft het bouwwerk zich boven de waterspiegel. En dan te bedenken dat het grootste gedeelte onzichtbaar is. Onder de golven gaat een ruimte schuil zo groot als een stadskerk.

De pijler fungeerde tijdens de bouw van de stormvloedkering als reserve: hij werd achter de hand gehouden voor het geval er iets met de andere mis mocht gaan. Na de openstelling van de dam in de jaren tachtig keek niemand er meer naar om. Op een beperkte groep bergbeklimmers na. Die oefent 's zomers haar technieken op het beton.

Sinds kort staat de pijler in de schijnwerpers. Het overlegorgaan Nationaal Park Oosterschelde, met daarin onder meer zeven gemeenten en het provinciebestuur van Zeeland, heeft bij zijn zoektocht naar een locatie voor de bouw van een bezoekerscentrum zijn zinnen op het technische en bouwkundige hoogstandje gezet.

Volgens voorzitter Lilipaly kan de pijler daarvoor uitstekend dienst doen. Zoals elk nationaal park krijgt ook de Oosterschelde een permanente expositieruimte. Bezoekers kunnen er terecht voor informatie over het natuurgebied. Ook worden vanuit zulke centra wandel- en vaartochten georganiseerd. "Bij een markant park als de Oosterschelde hoort een markant bezoekerscentrum", aldus Lilipaly. "Het zou prachtig zijn als we de reservepijler kunnen betrekken."

Markant is de pijler zeker. En groot. Het betonnen gebouw is bij de voet ongeveer 50 meter lang en 30 meter breed. De ruimte heeft min of meer een schuin dak en mondt uit in een smalle toren. Het gevaarte is in totaal 40 meter hoog. Lilipaly: "Vanbinnen is hij helemaal leeg. Ik ben er een keer met bergbeklimmer Pieter de Haas in geweest. Dat was indrukwekkend."

Voor de uitwerking van het idee om de pijler als bezoekerscentrum in te richten, krijgt Lilipaly hulp van niemand minder dan rijksbouwmeester Jo Coenen zelf. De architect heeft een eerste schetsplan klaar. Uitgangspunt is dat de pijler aan de buitenkant zoveel mogelijk intact blijft. Om bezoekers naar het gebouw te kunnen brengen, is een brug nodig.

Onderzoek moet nu uitwijzen of een verbouwing aan de pijler technisch haalbaar is. Coenen hoopt eind deze maand over die vraag uitsluitsel te geven. Het is de bedoeling dat de pijler enkele verdiepingen krijgt, die via licht aflopende hellingen bereikbaar zijn. Op de eerste verdieping komt de basistentoonstelling over de Oosterschelde. Bezoekers kunnen die gratis bezichtigen. Wie meer wil weten kan afdalen naar beneden, maar moet daarvoor mogelijk wel een entreekaartje kopen.

Opvallend onderdeel van het plan is dat de bezoekers onder in de pijler via dikke ruiten rechtstreeks zicht krijgen op wat zich afspeelt in de onderwaterwereld van de Oosterschelde. Daarvoor heeft Lilipaly momenteel contact met het Waterloopkundig Laboratorium in Delft en het Oceanium in Rotterdam. "De vraag is hoever bezoekers de zeearm in kunnen kijken en of we hun blikveld kunnen vergroten door bijvoorbeeld te werken met spiegels en lichtbundels. Als het idee uitvoerbaar is, krijgen we een adembenemend mooie expositieruimte. Bezoekers zouden zich dan als het ware opgeslokt voelen in de Oosterschelde."

Over de totale kosten van de verbouwing kan Lilipaly weinig zeggen. Het overlegorgaan zelf heeft zo'n 400.000 euro tot zijn beschikking. Dat zal nooit toereikend zijn, beseft de voorzitter. Hij hoopt dan ook investeerders uit het bedrijfsleven voor het project warm te kunnen maken. Zijn gedachten gaan onder meer uit naar energieleveranciers. Zij zouden de pijler kunnen gebruiken voor exposities over een thema als duurzaamheid en tegelijk hun ideeën in praktijk ten uitvoer kunnen brengen. "Op deze locatie is alles in overvloed bij de hand: zon, wind en water."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 12 maart 2002

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Reservepijler verwerft eindelijk status

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 12 maart 2002

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's