Bekijk het origineel

Darwinvinken schieten creationisten te hulp

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Darwinvinken schieten creationisten te hulp

3 minuten leestijd

Dieren kunnen zich in een periode van tientallen jaren ingrijpend aanpassen. Dat blijkt uit een dertigjarige studie van de wetenschappers prof. Peter Grant en dr. Rosemary Grant van de Amerikaanse Princeton University. Het tweetal deed de uitspraak vorige week in het wetenschappelijk tijdschrift Science na bestudering van de vorm en grootte van snavel en lichaamsgewicht van darwinvinken op de Galápagos, een vulkanische eilandengroep zo'n 1000 kilometer ten westen van Zuid-Amerika.

Hun bevindingen lijken in strijd met de evolutietheorie van Darwin, hoewel evolutionisten daar met geen woord over reppen. De Britse bioloog Charles Darwin maakte net na 1830 een wereldreis aan boord van de Beagle en heeft in 1835 een maand lang onderzoek gedaan naar de dertien vinkensoorten die zich op de Galápagos bevinden. De soorten zijn uit te splitsen in honderden ondersoorten. Darwin zag dieren met slanke, gekromde snavels; uitstekend geschikt om diep in bloemen te komen. Daarnaast nam hij zaadetende vinken waar, met snavels zo sterk als van een papegaai. Uit de onderlinge variatie tussen de vogels in lichaamsgrootte en bekvorm maakte hij op dat de verscheidenheid in de loop van lange tijd moet zijn ontstaan. Darwin kon er niet bij dat al die vogelsoorten afzonderlijk zouden zijn geschapen.

Het Amerikaanse onderzoeksechtpaar brengt de "lange tijd" van Darwin flink terug. Dertig jaar lang -de paar weken van Darwin vallen daarbij in het niet- hebben ze de vinkenpopulatie op de eilandengroep bestudeerd. De wetenschappers namen waar dat weer en klimaat van grote invloed zijn op de ontwikkeling van de vogels. Als voorbeeld noemen ze grondvinken, een soort die alleen met kleine zaden overweg kan. In de droge periode van 1977 gingen veel dieren dood door voedselgebrek. Met de grote zaden die nog wel te vinden waren, konden ze niet overweg. Grant bemerkte dat de snavelgrootte van de overlevende grondvinken binnen een paar generaties met 4 procent toenam. In 1983 viel veel regen, waardoor de kleine zaden terugkwamen en grote exemplaren schaars werden. In reactie daarop nam de grootte van de bek van de grondvinken met 2,5 procent af.

Creationisten spreken al langer over de mogelijkheid van een snelle aanpassing, aldus dr. Carl Wieland, voorzitter van de Australische stichting "Answers in Genesis". "Dat maakt het wetenschappelijk verklaarbaar dat bijvoorbeeld wolven, prairiewolven en tal van andere wilde hondensoorten afstammen van één paartje dat uit de ark afkomstig is. Daar zijn geen miljoenen jaren, maar slechts een paar eeuwen voor nodig."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 april 2002

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Darwinvinken schieten creationisten te hulp

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 april 2002

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken