Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

"Het is een bijzondere wolk geweest"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Het is een bijzondere wolk geweest"

Prof. dr. G. C. den Hertog betreurt ondergeschoven positie van Hemelvaart

10 minuten leestijd Arcering uitzetten

Wie de lichamelijkheid van de opstanding loochent, zal ook die van de hemelvaart loochenen. Prof. dr. G. C. den Hertog, hoogleraar ethiek aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Apeldoorn, heeft de indruk dat veel nieuwtestamentici de laatste jaren erkennen dat de feitelijkheid van opstanding en hemelvaart wezenlijk is voor de boodschap van het Nieuwe Testament. "Dat betekent niet dat deze theologen nu meteen orthodox-gereformeerde belijders worden, maar hun benadering leidt wel tot eerlijke bestudering van de teksten."

De Bijbel leert dat de hemelvaart van Jezus een werkelijk gebeuren is, al mogen we niet in de verleiding komen om het al te exact te willen beschrijven. "De hemelvaart wordt ons meegedeeld in verkondigende taal. De betekenis ervan is dat Christus niet alleen de zonden van Zijn volk heeft verzoend, maar dat Hij in de hemel ook voor de Zijnen pleit en dat zo de door Hem aangebrachte verzoening een levende werkelijkheid blijft."

De feiten van Pasen en Hemelvaart hebben het al vele decennia moeilijk in de moderne theologie. Sinds de Verlichting zien theologen het Nieuwe Testament als uitdrukking van een verouderd wereldbeeld, een wereld waarin geesten, bezetenheid en wonderen een rol spelen. Opstanding, maagdelijke geboorte en andere heilsfeiten kunnen daarin een plaats hebben, maar de moderne mens kan er niet meer mee uit de voeten.

Den Hertog: "De moderne theologie na de Verlichting heeft een strikte scheiding gemaakt tussen het historisch onderzoek naar Jezus van Nazareth, dat moest uitkomen bij de kale feiten van het leven van Jezus, en de interpretatie, waarvan men stelde dat die door het geloof van de gemeente was geproduceerd."

In de Verlichting is men er vaak van uitgegaan dat de geschiedenissen van opstanding en hemelvaart het gevolg van een bedrog door de discipelen zijn geweest. De kruisiging van Jezus zou immers duidelijk gemaakt hebben dat Hij niet de Messias kon zijn, de Zoon van David. Als Jezus niet werkelijk is opgestaan, wat is er dan gebeurd? Men lost dat op door aan te nemen dat de discipelen hebben teruggegrepen op een andere oude traditie, die van de Mensenzoon uit Daniel 7:13. Jezus zou Zichzelf nooit met de Mensenzoon hebben gelijkgesteld, maar in een creatief proces in de kring van Jezus' volgelingen is men Hem met nieuwe ogen gaan zien. Het bedrog van de discipelen zou dan hierin bestaan dat zij de hele wereld bij de neus hebben genomen en de timmermanszoon hebben opgewaardeerd tot de Zoon van God."

Vandaag benadert men volgens Den Hertog het spreken van het Nieuwe Testament over Christus' opstanding en hemelvaart wel vanuit de idee van de rehabilitatie van Jezus door God. "Jezus wordt dan gezien als één van de vele Joodse martelaren, die vanwege de "heiliging van de Naam" (van God) een gewelddadige dood gestorven zijn. In deze gedachtegang wordt het geloof in Jezus' hemelvaart als ouder beschouwd dan het geloof in de opstanding. Oorspronkelijk zou de gedachte alleen zijn dat Jezus door Zijn opname in de hemel door God in het gelijk gesteld is. In dit denkschema van de lijdende martelaar wordt aan diens dood verzoenende kracht toegekend. De vroege kerk zou Jezus vanuit dit gereedliggende schema hebben geïnterpreteerd."

Letterlijk?

De laatste tijd gaan gezaghebbende nieuwtestamentici er echter weer vanuit dat het getuigenis van de Evangeliën aangaande Christus serieus genomen moet worden. "Het is volgens de bekende nieuwtestamenticus Peter Stuhlmachter in het Jodendom van die tijd volstrekt ondenkbaar dat leerlingen van een rabbi een titel in de mond van hun leermeester legden, waarmee hij zichzelf nooit aangeduid zou hebben. Op Jezus toegepast houdt dat in dat Hij Zichzelf de Mensenzoon moet hebben genoemd. Het zogenaamde onbevangen onderzoek van de Verlichting blijkt toch heel bevangen te zijn. De strikte scheiding tussen feit en interpretatie is vastgelopen. Prominente geleerden erkennen dat de oudste christologie Hem als Zoon van God, als Zelf God, beleed. De christologie van de ebonieten, die Hem als bijzonder mens zagen, is dus niet oorspronkelijk, maar van later datum."

Vatten we de hemelvaart letterlijk op? Den Hertog kan zich nog goed herinneren hoe geschokt hij als kind was, toen een van de eerste Russische ruimtevaarders na zijn behouden terugkeer op de aarde spottend opmerkte dat hij Jezus niet was tegengekomen tijdens zijn vlucht om de aarde. "Het oogmerk van deze kosmonaut zal ongetwijfeld geweest zijn om het 'verouderde wereldbeeld' van de Bijbel, waarin de aarde wordt gezien als een platte schijf met de hemel als een omgekeerd vergiet erboven, belachelijk te maken. Het is immers wetenschappelijk bewezen en algemeen aanvaard dat de aarde een planeet is in de onmetelijke ruimte van het heelal. Met het 'verouderde wereldbeeld' zou ook het geloof in de hemelvaart van Christus zijn afgedaan."

De beschrijving van Christus' hemelvaart in Handelingen 1:1-11 is echter volgens de Apeldoornse hoogleraar geen achterhaald wereldbeeld. "Het is een werkelijk feit, maar wel in de vorm van levende verkondiging. In de Heidelbergse Catechismus staat dat Christus voor de ogen van de discipelen is opgenomen. De nadruk wordt niet gelegd op het hoe van de hemelvaart, maar alleen dát de discipelen het gezien hebben. De Bijbel is verkóndiging van de heilsbetekenis; en daarin ingepakt komen de feiten tot ons. De Bijbel zelf laat ons voelen dat, wie buiten het geloof om wil verstaan, tegen een gesloten deur oploopt."

Opvallend is ook dat het gebeuren van de hemelvaart met twee woorden wordt beschreven, evenals de opstanding. "We lezen dat Jezus is opgestaan, maar ook dat de Vader Hem heeft opgewekt. Zo wordt ook de hemelvaart van twee kanten getekend. Christus is opgevaren ten hemel, maar ook staat er dat de Vader Hem van de aarde heeft weggenomen. De Vader zet Hem aan Zijn rechterhand."

Weggenomen

Lukas vermeldt met nadruk dat Christus wérd opgenomen. Zo'n passieve werkwoordsvorm komt volgens Den Hertog in het Nieuwe Testament nogal eens voor, en het is een verhulde manier om te zeggen dat God aan het werk is. "Jezus wordt door Zijn Vader weggenomen van de aarde. Wie een poging doet zich voor te stellen, wat Lukas beschrijft, moet niet slechts letten op Jezus die van de aarde naar de hemel gaat, maar vooral ook op de hemel, die zich over Hem heen buigt en Hem opneemt. Het kruis leek te zeggen: God heeft Jezus vervloekt en Zich van Hem afgewend. Als Hij nu ten hemel vaart, wordt dezelfde Heere Jezus Christus, Die aan het kruis door God verlaten was, door Zijn Vader opgenomen.

Waar het om gaat, is dat God nu uitgerekend deze gekruisigde Christus -Die definitief door Hem afgewezen leek te zijn- bij Zich in de hemel opneemt en zo voor heel de wereld duidelijk maakt dat het door Hem aan het kruis volbrachte werk de instemming van de hemel had. Meer nog: dat Jezus door de Vader gezonden was om de zonden der wereld te dragen, en te triomferen over de dood."

In de Bijbel staat dat een wolk Hem weg nam. "Dat is een bijzondere wolk geweest", merkt prof. Den Hertog op. "In de periode van het jaar dat de hemelvaart plaatsvond, is de hemel bijna altijd helemaal wolkeloos in Israël. Als Nederlanders zien we heel wat wolken, en we zijn geneigd niets bijzonders in deze wolk te zien. Maar de wolk op de Olijfberg was van een andere orde. De wolk van de hemelvaart is een bijzondere wolk geweest, de wolk van Gods verberging. Je zou kunnen zeggen dat het dezelfde wolk is die in de woestijn op het Heilige der Heiligen rustte en ook dezelfde als die van de verheerlijking op de berg. Dat wil zeggen: Christus is in de wolk van Gods heerlijkheid opgenomen, en het is alsof Gods hand Hem van de aarde heeft weggenomen."

Als Handelingen 1:9-11 tegen die achtergrond gelezen wordt, beseffen we volgens Den Hertog dat Christus is ingegaan in de wolk van Gods aanwezigheid. "We moeten het ons dus niet zo indenken dat Hij op een lange reis door het heelal is gegaan, op weg naar een verre hemel. Christus' hemelvaart houdt in dat Hij als Hogepriester met het offer van zijn leven is binnengegaan in de hemel, ons ten goede (Hebreeën 9:24), en niettemin ons tevens steeds nabij is en blijft: als Zoon van God en ook Zelf helemaal God. Dat heeft Hij Zelf ook beloofd: "Zie, Ik ben met u alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld" (Mattheus 28:20).

De wolk nam Christus weg, maar Hij blijft toch op verborgen wijze bij ons, zegt Den Hertog. "Christus is niet ver weg van ons. De hemel is niet een plek ergens ver weg, maar is die andere werkelijkheid van God, de werkelijkheid die niet toegankelijk is voor mensenhanden. Christus kan niet meer vallen in de handen van mensen, maar de hemel is nu de werkelijkheid die ons omringt. Daarin is Hij ingegaan, als Hoofd van de Kerk en Heer van de wereld."

De opstanding van Christus was Gods antwoord. Daarin maakte God duidelijk dat juist deze Gekruisigde in Gods weg gegaan was, en Zijn wil ten einde toe volbracht had. Maar die opstanding kon niet het eind zijn. "De hemelvaart is de afsluiting van de periode na Christus' opstanding, waarin Hij veertig dagen lang aan de discipelen verscheen en tot hen sprak over al wat het Koninkrijk Gods betreft. Hij was niet meer op dezelfde wijze bij de discipelen als zij Hem in de tijd vóór zijn kruisiging hadden meegemaakt. Christus zocht de vrouwen en de discipelen op, Hij was er zomaar ineens, en ging ook weer even plotseling weg uit hun midden. Hij werd niet zonder meer herkend, en soms -de Emmaüsgangers- zelfs helemaal niet."

Verder gold de beperking van de ruimte niet meer voor Christus. "Gesloten deuren konden Hem niet tegenhouden. Door Zijn opstanding is Christus in een andere bestaanswijze, die van Gods nieuwe wereld, overgegaan. Die veertig dagen dienden ertoe om hen te doen beseffen dat Christus' opstanding een daad van God aan de gekruisigde Jezus was, én dat Jezus' werk op aarde op een bepaalde wijze doorging."

Zo verscheen Jezus ook aan Zijn discipelen op de Olijfberg. "Opnieuw verdween Hij uit hun midden, zoals Hij dat steeds deed. Het nieuwe en voor de discipelen in eerste instantie problematische is echter dat Hij niet in de horizontale dimensie weggaat, zodat zij kunnen uitzien naar een nieuwe verschijning, maar in de verticale dimensie. Hemelvaart is een afsluiting van een bepaalde periode van Christus' werk na Zijn lijden en opstanding en het is de voorbereiding op Zijn werken vanuit de hemel."

Ondergeschoven

Het feest van Hemelvaart heeft in de huidige kerken in het Westen een ondergeschoven positie, zo moet Den Hertog vaststellen. "We hebben er een dienst voor gereserveerd, liefst zo vroeg mogelijk zodat we daarna uit kunnen gaan of de familie bezoeken. Onze viering van de heilsfeiten is beïnvloed door de feesten die al in onze westerse cultuur aanwezig waren, zoals bij het Kerst- en Paasfeest het geval was. Voor de Hemelvaart was er niet iets gelijkwaardigs."

Voor ons gevoel is er niet veel feestelijks aan Christus' hemelvaart. Het houdt toch in dat Hij ons verlaten heeft? Den Hertog: "Nee, dat houdt het niet in! Het is wel degelijk een blijde boodschap. De hemelvaart van Christus wil zeggen dat Christus in de hemel aan Gods rechterhand zit en voor ons pleit. Lukas beschrijft in zijn Evangelie dat Christus "van Zijn discipelen scheidde", terwijl Hij hen zegende (Lukas 24:51). Als we bedenken dat hij zijn Evangelie laat beginnen met een priester -Zacharias- die door zijn ongeloof met stomheid was geslagen en daardoor niet in staat was het wachtende volk te zegenen, is het wel duidelijk dat het Lukas erom is te doen het contrast tussen Zacharias en Christus te laten uitkomen.

Het priesterschap van de rechtvaardige Zacharias kan niet de verlossing brengen, waar hij zelf blijkens zijn lofzang naar uitzag. Wat zondige mensen niet konden, heeft God in Christus tot stand gebracht. Wat Lukas hier in verhalende vorm beschrijft, heeft Paulus in de brief aan de Romeinen in zijn kern en betekenis samengevat: verzoening is er in de dood van Jezus, maar die verzoening is alleen daarom blijvend, omdat Christus leeft. Zijn offer verloor dus niet zijn kracht zoals de offers in de tempel. Het behoort wezenlijk bij de prediking van de verzoening, dat Chri stus in de hemel voor de Zijnen pleit."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 mei 2002

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 mei 2002

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's