Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Advies van Melanchthon

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Advies van Melanchthon

Landgraaf stichtte in Marburg de eerste protestantse universiteit van Europa

8 minuten leestijd Arcering uitzetten

Marburg houdt de gedachtenis van landgraaf Philipp von Hessen in ere. Deze man stichtte in 1527 de eerste protestantse universiteit van Europa. Bij de oprichting waren Luther en Melanchthon nauw betrokken. Geleerden van naam verbonden zich later aan de Marburgse academie - de filosoof Christian Wolff, de nieuwtestamenticus Rudolf Bultmann en de godsdienstfilosoof Rudolf Otto, om er enkelen te noemen. De Marburgse alma mater herdenkt het feit met symposia, tentoonstellingen en universiteitsmuziek.

Vanaf de slotberg zie je de Duitse stad in miniatuur. De trein is veranderd in een lintworm. Auto's schuiven geruisloos door de straten. Gejoel van scholieren in de verte, vermengd met gefluit van vogels en het geloei van een sirene. Een schelle torenklok slaat drie uur.

Het slot is tegenwoordig ingericht als universiteitsmuseum voor kunst- en cultuurgeschiedenis. Wandelend door diverse zalen kunnen bezoekers de geschiedenis van het Hessische land doornemen: muntvondsten en bronzen schalen uit de prehistorie, crucifixen en sculpturen uit de late Middeleeuwen, wandtapijten, porseleinen vaatwerk, wapens en kostuums uit de tijd van de grafelijke heerschappij. Een van de schilderijen herinnert aan het beroemde religiegesprek uit 1529. In oktober van dat jaar riep landgraaf Philipp diverse protestantse geloofsrichtingen in zijn slot bijeen om met elkaar te spreken over het avondmaal. Paradoxaal genoeg kon men het niet eens worden over een sacrament dat bij uitstek de eenheid van christenen symboliseert. De vier woorden "Dat is mijn lichaam" (Matth. 26:26; Mark. 14:22 en Luk. 22:19) bleken voor meerderlei uitleg vatbaar. Luther, zo schilderde Noack in de negentiende eeuw, zou de bewuste woorden op een tafel hebben geschreven.

Gereformeerd

Langzaam gaat de deur van het oude universiteitsgebouw open. Aan de gewelfde gangen van het neogotische gebouw is de kamer van prof. dr. Hans Schneider gevestigd. De hoogleraar, autoriteit op het gebied van de Duitse kerkgeschiedenis, is bezig met het schrijven van een universiteitsgeschiedenis, ter gelegenheid van het jubileum. Schneider zal eind deze maand tijdens een feestelijke plechtigheid een voordracht houden. En er komt een tentoonstelling over de geschiedenis van de Marburgse alma mater.

Voordat hij overging tot het stichten van de universiteit, won graaf Philipp adviezen in bij Luther en Melanchthon, zegt Schneider. "Van de eigenlijke plannen is weinig bekend. In de correspondentie tussen Luther en Philipp staat dat de graaf het schoolwezen wilde reformeren. En dat niet alleen in steden, maar ook in dorpen. Op de Homberger synode (1526), een samenkomst van adel, ridderstand en geestelijken, besloot men tot oprichting van de universiteit te komen. De graaf wilde in een openbare discussie tussen de oude gelovigen en de protestanten demonstreren welke kant het bij het juiste eind had. Waarschijnlijk heeft hij Zwingli's religiegesprek in Zürich als voorbeeld in gedachten gehad. Op deze bijeenkomst is een commissie ingesteld die een kerkorde voor heel Hessen zou uitwerken. Daarin stond dat er scholen en een universiteit zouden worden opgericht."

Kloosters

Aan het begin van de zestiende eeuw bestond er nog geen universitaire traditie in Marburg. "Dus was er geen infrastructuur", zegt Schneider. "In welke gebouwen moesten de colleges worden gegeven? En waar moesten de professoren en studenten wonen? Er waren in Marburg twee kloosters. De monniken zijn daaruit gegaan, en men heeft van de kloosters universiteitsgebouwen gemaakt. Ook het vermogen van de kloosters kwam toe aan de universiteit."

Om professor te worden aan een reformatorische universiteit moest je aan twee voorwaarden voldoen, legt Schneider uit. "Je moest "docti", geleerd, zijn. Geleerd betekende in de vroege zestiende eeuw dat je was geschoold in de humanistische traditie. Verder moest een hoogleraar ook "pii", vroom, zijn. Vroom betekende natuurlijk dat je de reformatorische leer was toegedaan. Er mocht niets geleerd worden wat niet met Gods Woord in overeenstemming was. In het onderwijs lag grote nadruk op de bijbeltalen, het Hebreeuws en het Grieks. Melanchthon heeft veel invloed gehad op de benoemingen in Marburg. Zo droeg hij eens een mathematicus voor van wie de naam hier onbekend was. Maar men geloofde het wel, op gezag van Melanchthon. Wat hij zei, was immers goed."

Aanvankelijk bestonden diverse protestantse richtingen naast elkaar, zegt Schneider. "Maar in de zeventiende eeuw werd Marburg een exclusief gereformeerde universiteit. De lutherse professoren werden verdreven. Ze stichtten in Darmstadt een tegenuniversiteit."

Christian Wolff

Fraaie wandschilderingen in het auditorium van de universiteit brengen de geschiedenis van Marburg in herinnering. Schneider wijst op Elizabeth, de stadsheilige. Als twintigjarige weduwe stichtte ze in Marburg een hospitaal, waar zieken werden verzorgd en arme mensen voedsel en kleding konden krijgen. Achter in de zaal schemert de achttiende-eeuwse verlichtingsfilosoof Christian Wolff (1679-1754), omgeven door Marburgse studenten die hem met vreugde binnenhalen. Wolff was een beroemd logicus en systematicus, die verder ging op het spoor van Leibniz. "Met zijn komst ging de universiteit een bloeitijd tegemoet", zegt Schneider. "Wolff werd in 1723 uit het piëtistische Halle van August Hermann Francke verdreven. Landgraaf Karl gaf hem toestemming in Marburg te doceren, ondanks het tegengas van de universitaire bestuurders. Men kende deze man, had veel ergs over hem gehoord, en hij was nota bene uit Pruisen uitgewezen. Na zijn benoeming stroomden studenten uit heel Europa naar Marburg, zoals bijvoorbeeld de beroemde Russische geleerde Michail Vasilévic Lomonosov (1711-1765). Hij studeerde in de jaren 1736-1739 in Marburg en stichtte in 1755 een universiteit in Moskou die naar hem is genoemd. Toen Wolff in 1740 weer naar Halle terugkeerde, verliep de universiteit. Göttingen had inmiddels een voor die tijd moderne universiteit, waar veel studenten heentrokken."

Marijke-Meu

De geschriften van Christian Wolff hebben in Nederland hun sporen nagelaten. In de achttiende eeuw werden diverse polemieken gevoerd over de vraag of zijn systeem wel verenigbaar was met de gereformeerde theologie. Critici, zoals de minder bekende 'oudvader' J. C. Appelius, wezen erop dat zijn ideeën leidden tot remonstrantisme. Appelius schreef dikke boeken tegen de Haagse dominee David Kleman en zijn vriend de dichter-arts Johannes Eusebius Voet. Zij probeerden daarentegen te laten zien dat de ideeën van Wolff goed gebruikt konden worden om de gereformeerde leer te actualiseren en in rapport met de tijd te brengen.

Volgens prof. Schneider hebben er vanouds nauwe banden bestaan tussen de Duitse deelstaat Hessen en de Nederlanden. Voor een deel is dit te verklaren door de gereformeerde signatuur van een belangrijk deel van Hessen. Marburg was gereformeerd, het omringende land luthers. Schneider noemt de afgevaardigden van de Marburgse theologische faculteit die aanwezig waren op de Nationale Synode van Dordrecht in de zeventiende eeuw. Ook tussen de Oranjes en de graven van Hessen-Kassel bestonden nauwe banden. Zo trouwde, om een voorbeeld te noemen, een dochter van landgraaf Karl, Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765), met prins Johan Willem Friso. Het staatsarchief in Marburg herbergt tientallen brieven van Maria Louise (Marijke-Meu) aan haar familie. Ze bracht haar jeugd door in Kassel, maar zou na haar huwelijk in Leeuwarden gaan wonen.

Boeddha

Onder het bewind van Pruisen maakte de Marburgse alma mater op theologisch gebied een grote bloei door. Deze duurde voort tot Hitler in 1933 aan de macht kwam. In Marburg doceerden beroemdheden als de kerkhistoricus Hans von Soden (1881-1945), de nieuwtestamenticus Rudolf Karl Bultmann (1884-1976) en niet te vergeten de godsdienstfilosoof Rudolf Otto (1869-1937), die met zijn "Das Heilige" (1917) een van de meest gelezen Duitstalige boeken van de twintigste eeuw schreef. In zijn boek plaatst Otto het heilige, het "numineuze", als een overkoepelend begrip boven de verschillende religies en levensovertuigingen. Mogelijk kan die idee een rol spelen bij het zoeken naar oplossingen voor de positie van religieuze minderheden in de huidige West-Europese maatschappij. Dat denken de organisatoren van een internationaal symposium over Otto, dat deze week in Marburg wordt gehouden. "Religieuze minderheden. Potentieel voor conflict en vrede", luidt de titel van het congres. Sprekers belichten het thema vanuit Joods, christelijk, islamitisch, hindoeïstisch, boeddhistisch en baháiperspectief.

In de sfeer van Otto's gedachtegoed kom je door de godsdiensthistorische collectie te bezoeken aan de Landgraf Philippstrasse in Marburg. De grote wereldgodsdiensten zijn er vertegenwoordigd in karakteristieke objecten. Houten boeddhabeelden uit de negentiende eeuw, geschonken door een Japanse vader wiens verongelukte dochter in Marburg studeerde; Chinese tekeningen met ragfijn lijnenspel, handtrommels, cimbalen en fluiten die een rol spelen in de boeddhistische eredienst; Joodse wetsrollen, de christelijke Bijbel en prenten van Maria met het Kind. Het gastenboek weerspiegelt deze religieuze diversiteit: "Ein Gott - millionenfache Darstellungsformen - riesige Vielfalt", heeft een bezoeker genoteerd. Anderen gasten schrijven hun groet of blijk van waardering in het Japans, Grieks of Chinees.

Orgelmuziek

Aan de voet van de Marburgse slotberg ligt de lutherse Marienkirche. De gewelven zijn gevuld met orgelmuziek. Een student speelt in hoog tempo Mendelssohns tweede sonate. Te snel, naar mijn smaak, maar hij bedoelt het ongetwijfeld goed.

's Avonds, als de schijnwerpers aangaan, ziet het slot er robuust en mysterieus uit. Het roept voor een moment de landgraven van Hessen in herinnering: zij traden op als beschermheren van het kerkelijke en universitaire leven in de streek. Het slot herinnert ook aan de krachtige uitstraling van de Wittenbergse reformator. Hij stond ooit op de kansel van de Marienkirche te preken. Tegen uiterlijke vroomheid, tegen roemen in eigen vermogen. Hij verkondigde geen aardse maar een hemelse gerechtigheid, "als Gods werk en geschenk."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 mei 2002

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Advies van Melanchthon

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 mei 2002

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's