Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vertrouwen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vertrouwen

2 minuten leestijd Arcering uitzetten

"Heere, voor U is al mijn begeerte, en mijn zuchten is voor U niet verborgen."

Psalm 38:10

In het begin van deze psalm had David direct zijn stem tot God gewend. Hij riep uit: "Heere, straf mij niet in Uw toorn." David toonde dat de zware ziekte waarin hij verkeerde, hem niet overkwam bij geval, maar dat God hem daarmee had bezocht.

In de volgende verzen klaagt hij dat de pijlen in hem steken. Daarna stelt hij uitgebreid de grootheid van zijn ellende voor. En nu wendt hij zich tot God en noemt Hem toch weer Zijn Heere, als bewijs dat al de scherpe kastijdingen hem niet van God hadden vervreemd. Hierin was hij gelijk aan Job, die met gelijke hand der lijdzaamheid het kwade van de Heere ontving, als hij met de hand der dankbaarheid het goede had genoten. Hij zegt: "De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de Naam des Heeren zij geloofd." Hij vermaant de godvruchtigen dat ze niet moeten wanhopen aan de liefde van hun hemelse Vader. Voorts dat zij in het midden van de oven van beproeving God voor hun Heere dienen te erkennen en op Hem moeten vertrouwen en de uitkomst aan Hem moeten bevelen.

Dit deden de drie jongelingen Sadrach, Mesach en Abed-Necho ook, die door de koning Nebukadnezar gestraft werden in de vurige oven omdat zij het beeld niet hadden aanbeden. Deze jongelingen antwoordden de koning: "Ziet, onze God Die wij eren, is machtig ons te verlossen uit de oven van het brandende vuur." Zij vertrouwden op hun God!

Gideon Sonneveld,

predikant te Delft

(Verklaringhe over de 38e Psalm, 1626)

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 mei 2002

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Vertrouwen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 mei 2002

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's