Bekijk het origineel

Werktuig in Gods hand

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Werktuig in Gods hand

Francke stond aan de wieg van een groots weeshuis- en scholencomplex

7 minuten leestijd

In de Duitse stad Halle verrees in de achttiende eeuw een piëtistisch school- en weeshuiscomplex dat al spoedig internationale faam zou genieten. Stichter was de theoloog, pedagoog en sociaal hervormer August Hermann Francke. Hij bracht de christelijke naastenliefde in de praktijk, vooral met het oog op kinderen, weeskinderen en armen. Met Arndt, Spener en Zinzendorf geldt Francke als de leidende figuur van de Duitse nareformatorische vroomheid. Op 8 juni 1727, 275 jaar geleden, overleed deze man, een immens levenswerk achterlatend.

Francke kwam in 1663 ter wereld in de oude hanzestad Lübeck. Reeds op twaalfjarige leeftijd las hij Johann Arndts "Vier boeken van het ware christendom". Ook door Engelse puriteinse boeken werd hij innerlijk geraakt. "Een goed begin van ware godzaligheid", schreef hij later in zijn autobiografie. Maar dat goede begin werd overschaduwd door een wereldse gezindheid. Zijn 'vorige ijver' verging, en de jonge Francke begon in de wereld zijn geluk te zoeken. Hij streefde naar eer en aanzien en wilde een geleerd man worden. Op 15-jarige leeftijd was Francke rijp voor de universiteit. Hij studeerde in Erfurt, en kort daarop in Kiel, waar hij zich bekwaamde in de theologie en de klassieke talen. In 1685 verwierf hij de magistergraad aan de filosofische faculteit van Leipzig. Nu mocht hij exegetische voorlezingen gaan geven.

Bekering

In dezelfde stad, Leipzig, preekte Philipp Jakob Spener, hofpredikant in D resden, in 1687. Hij benadrukte het levende geloof en de wedergeboorte van een gevallen mens. Spener was in die tijd een van de bekendste en ook meest omstreden lutherse theologen in Duitsland, vooral door zijn programmatische boek "Pia desideria" (1675, vrome wensen). Daarin kritiseerde hij scherp de leiding van de Lutherse kerk en bepleitte hij hervormingen. Spener constateerde in de kerk veel naamchristendom. Hij wilde dat dit zou plaatsmaken voor een levende persoonlijke verhouding van de mensen tot God en tot de Heilige Schrift.

Francke hoorde Spener preken, leerde hem persoonlijk kennen en werd sterk door hem beïnvloed. Er ontspon zich een vriendschap voor het leven. Francke zag in Spener voortaan zijn geestelijke raadgever.

In de herfst van 1687 beleefde Francke zijn bekering, naar aanleiding van een preek die hij zou houden over Johannes 20:31: "Deze woorden zijn geschreven, opdat gij gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en dat gij door het geloof het leven hebt in Zijn Naam." De jonge predikant moest tot zijn ontzetting vaststellen dat het levende geloof, waar de tekst van sprak, bij hem niet aanwezig was, maar dat het ongelovige verstand bij hem de overhand had. En juist het verstand deed hem telkens sterker twijfelen aan de waarheid van God. Geloofde hij, August Hermann, eigenlijk wel dat de Bijbel Gods Woord was? Zeiden de Turken niet hetzelfde van hun Koran, en de Joden van hun Talmoed?

Francke was in de ban gekomen van het scepticisme. Desondanks volhardde hij in zijn gebeden, totdat plotseling de Geest in zijn leven doorbrak. "Zoals men een hand omkeert, zo viel al mijn twijfel weg, ik was in mijn hart verzekerd van de genade van God in Jezus Christus, ik kon God niet alleen God, maar ook mijn Vader noemen, alle treurigheid en onrust van mijn hart werd op eenmaal weggenomen, ik werd met een stroom van vreugde overspoeld." Dit doorleefde geloof veranderde zijn leven. "Nu beleefde ik dat het waar is wat Luther zegt in zijn voorrede op de Brief aan de Romein en: Het geloof is een Goddelijk werk in ons, dat ons verandert en uit God geboren doet worden (Joh 1:12)."

Door zijn bekering veranderd, zette Francke in het voorjaar van 1688 zijn studie in Hamburg voort. Hij kwam in de leer bij Johann Winkler (1642-1705), een volgeling van Spener. Deze wees hem nadrukkelijk op de kinderen en op hun heil en welzijn, zodat Francke in Hamburg met het onderricht aan kinderen begon.

Sociale ellende

Na een verblijf van twee maanden bij Spener in Dresden, gaf Francke opnieuw colleges in Leipzig. Voor de studenten legde hij de Heilige Schrift bewust praktisch en stichtelijk uit. Naar Speners voorbeeld hield hij met hen conventikels. Er ontstonden kringen van "wedergeboren" christenen. Zij kregen al spoedig de scheldnaam piëtist (vrome). De professoren en de kerkenraad waren verbolgen over dergelijke bijeenkomsten. Francke kwam in conflict met de universiteit. Hij vertrok naar Erfurt. Maar ook daar hield de piëtist het niet lang uit. In 1691 werd hij uit de stad gestuurd. Op voorspraak van Spener kreeg Francke een benoeming in Glaucha, een voorstad van Halle. Evenals Spener werd hij professor van de zojuist opgerichte universiteit.

In Halle was de toestand aan het begin van de achttiende eeuw niet best. Op de stad lag een zware schuldenlast. Twintig jaar geleden had de pest er nog gewoed, zodat het inwonertal drastisch was gedaald. Er waren veel weeskinderen. De sociale ellende had een negatieve uitwerking op de moraal van de bevolking. De zondagen werden misbruikt voor grote drinkgelagen.

Om deze misstanden tegen te gaan, voerde Francke in zijn gemeente de biechtstoelpraktijk weer in. Op de avond voor de viering van het Heilig Avondmaal moesten leden voor de dominee hun zonden belijden en daarover de "absolutie" ontvangen. Francke weerde notoire zondaars van het avondmaal en beijverde zich voor een nauwgezette zondagsheiliging. Grote onkunde kwam hij tegen onder de jeugd, bijvoorbeeld als hij hen tijdens de wekelijkse aalmoezenverdeling de lutherse catechismus overhoorde.

Werktuig

Het jaar 1695 vormt het begin van Franckes groots opgezette hervormingsprogramma. Het begon op kleine schaal, met een gift in de collectebus voor de armen bij de pastorie. Francke vertelt erover: "Ik liet in de woonkamer van de pastorie een collectebus vastmaken, en daarboven schrijven: Zo wie nu het goed der wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde Gods in hem? (1 Joh. 3:17) En daaronder: God heeft een blijmoedigen gever lief (2 Kor. 9:7). Dat busje had een kwart jaar in de woonkamer gehangen, toen iemand vier daalders erin gooide. Toen ik deze ter hand nam, zei ik, met dankbaar geloof: Dit is een eerlijk kapitaal. Daarvan moeten we wat goeds stichten. Ik wil een armenschool beginnen."

Francke liet een student komen, om de arme kinderen dagelijks twee uur te onderwijzen. Hij beloofde de student elke week zes stuivers te geven, "in de hoop dat God de middelen zou beschikken."

Na een grotere gift kon Francke één weeskind onderhouden. Korte tijd later verschenen er vier, en zo ontstond het weeshuis, waarin zowel weeskinderen als verwaarloosde kinderen werden opgenomen.

In de volgende jaren werden allerlei andere instellingen opgericht. Er ontstond een compleet opvoedingsinstituut, met een school voor toekomstige boeren en handarbeiders, een Latijnse school voor aankomende studenten en een "Paedagogium Regium" voor adelskinderen die zich voorbereidden op de staatsambten. Om alle kinderen medisch te kunnen verzorgen, werd een apotheek ingericht. In Halle werden door de drijvende kracht van Francke op grote schaal piëtistische traktaatjes en bijbels gedrukt. Met de "Cansteinsche Bibelanstalt" werd het eerste bijbelgenootschap ter wereld gesticht. Luthers ideaal van de Bijbel voor alle mensen begon verwezenlijkt te worden. Voor een luttel bedrag konden mensen het Nieuwe Testament aanschaffen.

Franckes hervormingsijver vond weerklank binnen en buiten Europa. Dat hij een groot internationaal netwerk van contacten erop na hield, bewijzen de slordige 40.000 brieven die van hem bewaard zijn gebleven. Francke zette zich in voor vervolgde protestanten uit Bohemen en Moravië. Hij stond aan de wieg van de befaamde Deens-Hallese zendingsorganisatie. De Engelse koningin Anna stichtte in Halle een Engels Huis, waar Engelse kinderen werden opgevoed.

Francke werkte in het besef dat niet hij de initiator was van dit alles, maar God Zelf. Hij zag zichzelf als een schakel in Diens grote raderwerk. "Wat God begint, zal Hij ook voleinden", zei Francke eens, "en die in Hem geloven, zijn slechts de werktuigen, die door Zijn Hand worden gebruikt. Ze geven Hem de eer, wetend dat ze zonder Hem niets doen kunnen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2002

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Werktuig in Gods hand

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2002

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken