Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Petrus Brouwer, vermaard en vergeten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Petrus Brouwer, vermaard en vergeten

Catechisatieboekjes van Bommels prediker maakten opgang

9 minuten leestijd Arcering uitzetten

Petrus Brouwer heette hij. En hij was in zijn leven een vermaard predikant in onder meer de kerkelijke gemeenten van Barneveld, Zaltbommel en Dordrecht. Zondag was het 200 jaar geleden dat hij in Dordrecht overleed. Heeft hij ons twee eeuwen later nog iets te zeggen? En zo ja, wat is zijn betekenis voor nu?

Petrus Brouwer werd op 8 oktober 1732 in Harlingen geboren. In deze plaats was zijn vader, Broërius Brouwer, predikant. Zijn moeder heette Wilhelmina Boonen, zij overleed toen Petrus nog heel jong was. Vader Broërius is later hertrouwd met Clara Constantia van der Burgh. Het werd een goed huwelijk en deze vrouw is als een tweede moeder voor de jongen geweest. Petrus heeft dat altijd gewaardeerd.

Toen hij in 1760 een door hem uitgegeven geschrift van zijn vader aan haar opdroeg, schreef hij daarbij in het plechtige Nederlands dat hij zo graag hanteerde dat zij voor hem, "al vroeg beroofd van zulk een teder opzicht, in stee van een moeder geweest is." Respect toonde hij ook, want hij sprak haar telkens weer aan als "U Weledele." Aan het slot van de opdracht wenste hij haar toe: "Leef, en (als het Gode in tijds behagen zal) sterf met de blijde en zekere bewustheid, dat uw enige en liefwaardige dochter de navolgster is van uw wandelingen en de medegenote van uw genade en hoop." Hieruit weten we dat Petrus dus ook nog een stiefzuster heeft gehad.

Vader Brouwer

Er is verder weinig bekend over de jeugd van Petrus Brouwer, en wat we weten, leiden we af uit andere gegevens. Van de stad Harlingen zal hij zich later weinig herinnerd hebben, want zijn vader nam een beroep aan naar Amsterdam, waar hij in 1734 intrede deed. Hier heeft de man tot 1757 gestaan.

Op Hemelvaartsdag dat jaar, donderdag 19 mei, kreeg Vader Brouwer een beroerte, kort nadat hij gepreekt had, en op 23 mei kwam het einde. Petrus was toen 25 jaar oud en studeerde theologie in Leiden. Zijn vader zou hij later omschrijven als "wijlen mijn zeer waarde vader... die zeer waarde man." Veel lof kreeg Broërius na zijn sterven ook van anderen toegezwaaid, die hem een "waardig en wijs man" noemden, "een achter en kenner van velerlei geleerdheid", en iemand die uitmuntte in taalstudie. Ook een verdraagzaam man, die "kon velen" als men met hem van mening verschilde, ja zelfs "wanneer dat voorviel", verdroeg hij dat van zijn kinderen.

Uiteraard heeft Petrus Brouwer de scholen in Amsterdam doorlopen. Daarna begon hij met de studie theologie, eerst in Utrecht, later in Leiden, waar hij op 14 september 1750 als student werd ingeschreven. In januari 1755 werd hij proponent in de classis Amsterdam, twee weken later volgde een beroep van Oudkerke en Roodkerke, waar hij op 25 mei bevestigd werd. Nog in hetzelfde jaar werd hij opnieuw beroepen, zowel uit Elburg als uit Barneveld. Het zegt wel iets over de reputatie die hij toen al had als prediker dat dergelijke, in die tijd toch vrij grote gemeenten hem zo spoedig als voorganger wensten.

Het beroep naar Barneveld heeft hij aangenomen, op 21 maart 1756 deed hij er zijn intree. Nog geen jaar had hij in zijn eerste gemeente gestaan. In Barneveld begon Brouwer met publiceren. Hij gaf er handschriften van zijn vader uit. Een met een verklaring van de brief van Paulus aan de Galaten, een andere over de tweede zendbrief van Petrus.

Catechisatieboekjes

In 1762 vertrok ds. Brouwer naar Zaltbommel. Hier zou hij twee jaar staan. Blijkbaar maakte hij in deze plaats veel werk van het catechiseren, want in 1764 zagen twee catechisatieboekjes van hem het licht. Het eerste verscheen in Zaltbommel, met een "kort ontwerp van de voornaamste waarheden der hervormde belijdenis". Het tweede kwam, ook in 1764, in Dordrecht uit en bevatte de "eerste beginselen ten dienste der kleine kinderen der hervormde belijdenis." Het waren boekjes die in hun tijd een zekere opgang maakten -van het eerste zagen een paar herdrukken het licht- maar die nu geheel vergeten zijn, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld soortgelijke geschriften van voorgangers zoals Jacobus Borstius en Abraham Hellenbroek.

Op 11 november 1764 werd Petrus Brouwer in Dordrecht bevestigd. Dit zou zijn laatste gemeente worden. Hij werd in deze stad een van de geliefdste predikanten. Vooral in het begin van zijn ambtsperiode zaten de kerken stampvol als hij voorging. Het spoorde hem aan om een aantal van zijn zo graag beluisterde preken uit te geven. Ze verschenen onder de titel "De XXVste Psalm, in eene doorgaande verklaaring; als mede Psalm LXXXIV, Jezaja XXXII, en Luk. V, in leerredenen (...)", Dordrecht 1769. De titel geeft al aan dat het werk zowel uit preken als uit een doorgaande verklaring bestond. In die verklaring behandelde Brouwer Psalm 25, maar hij had er wel de preken die hij over deze psalm gehouden had, voor omgewerkt.

Brouwer was daartoe gekomen omdat "het oordeel van sommige grote mannen" hem aanvankelijk bewogen had om "geen predikatiën door de druk gemeen te maken." Later kwam hij hierop terug: hij meende "naderhand gezien te hebben dat de redenen voor dat oordeel niet alleszins gegrond waren, noch onbepaald steek konden houden." Vandaar dus dat hij in de rest van het boek gewoon de preken zelf heeft opgenomen. Dit is een goede greep geweest van Brouwer, want de preken zijn veel leesbaarder dan de verklaring.

Exegese

Overigens dragen Brouwers leerredenen wel de kenmerken van hun tijd. Zo treffen we ook bij hem allerlei uitvoerige beschouwingen aan over de ware betekenis van de tekstwoorden in de grondtalen, een wijze van exegetiseren die geliefd was in de achttiende eeuw. Heel ver ging Brouwer ook in het onderverdelen van de behandelde stof. Soms had hij maar liefst zestien of meer verschillende letter- en cijfertekens nodig om een nieuw onderdeel aan te duiden. Het is voor ons teveel van het goede, maar in zijn tijd leed zijn reputatie er geen schade door.

Het stond beroepingswerk uit andere plaatsen ook zeker niet in de weg, want in 1769 probeerde men hem in Utrecht te krijgen. Het was een aanlokkelijk beroep waaraan zelfs een professoraat verbonden was, maar Brouwer bedankte. Groot was de dankbaarheid in Dordrecht en men benoemde hem daar als beloning prompt tot professor in de theologie aan het plaatselijk lyceum. Brouwer accepteerde de benoeming. Uiteraard bleef hij in de eerste plaats predikant en hij gaf de rede waarmee hij zich opnieuw aan de gemeente van Dordrecht verbond, uit onder de titel "Gods weldadigheid aan Dordrecht".

Wijzen deze woorden niet op een ietwat hoogmoedig trekje in het karakter van Petrus Brouwer? Wie zal het precies kunnen zeggen? Wel krijgen we de indruk dat zijn bescheidenheid met het verstrijken van de jaren niet groter werd. Hij kon trouwens ook erg formeel zijn. De hiervoor aangehaalde opdracht in het geschrift van zijn vader liet daar al iets van zien, maar de door hem en zijn tijdgenoten zo hoog gewaardeerde deftigheid kwam wel op een heel bijzondere wijze in zijn huiselijk leven tot uiting.

De bekende kerkhistoricus G. D. J. Schotel schreef in zijn boek over de openbare eredienst dat Brouwer "zelfs in zijn huis zó gerespecteerd werd dat, wanneer hij uit zijn studeer- in zijn huishoudkamer trad, zijn vrouw opstond en neeg." Dit is tamelijk extreem, zelfs als men bedenkt dat de tijd waarin hij leefde in zeker opzicht een voedingsbodem verstrekte voor een dergelijke houding. Het was waarschijnlijk Brouwers tweede vrouw, Anna Griffenig, die hem zo hulde bracht. Hij was met haar getrouwd na het overlijden van zijn eerste vrouw, Anna Geertruida van Limburg. Evenals zijn vader is Petrus Brouwer dus twee keer gehuwd geweest.

Overigens is de achting van Brouwers nageslacht voor zijn eerste vrouw zo groot geweest dat zij haar achternaam aan de hunne hebben toegevoegd. Het geslacht Brouwer werd dus later Van Limburg Brouwer. Verscheidene bekende negentiende-eeuwers zijn eruit voortgekomen.

Esther

Petrus Brouwer bleef publiceren, maar je kunt je regelmatig niet aan de indruk onttrekken dat hij het te graag zo mooi mogelijk wilde zeggen. Hij wilde de bijbelstof voor zijn gehoor en zijn lezerspubliek ook op meeslepende wijze beschrijven. Dat dit zijn nadelen had, blijkt uit de preken die hij hield over het bijbelboek Esther. Daarin heeft hij deze geschiedenissen op een verhalende wijze behandeld. In zijn tijd heeft men dit als pakkend ervaren, maar Brouwer heeft toch wel heel veel om de tekst heen gefantaseerd, zo veel dat een lezer zich soms moet afvragen of hij de bijbeltekst geen onrecht heeft gedaan door over allerlei zaken uit te weiden die in de tekst niet voorkomen.

Het kan niet anders of Petrus Brouwer heeft in het besef geleefd dat hij zijn tijd wat te zeggen had. Soms gebruikte hij daarvoor geschriften uit het verleden. Zo gaf hij het werk "Geestelicke Hert-stercking" van de Groningse predikant Johannes Martinus (1603-1665) opnieuw uit. Een andere keer gaven de kerkelijke problemen van zijn dagen hem aanleiding om zijn visie uit te dragen. Opvallend bewijs daarvoor is de leerrede over Kolossenzen 3:16b, met de titel "Aanprijzing van heilig zingen ter geleegenheid van de verandering der psalmberijming", Dordrecht 1773. Brouwer stelde hierin de berijming van 1773 boven die van Petrus Datheen. Daarmee zou het "ordenloos geschreeuw en woest gebalk, dat zekerlijk geen zingen is, schoon 't er wel eens onder gemengd worde" verbeterd kunnen worden. Overigens had hij er geen moeite mee als een aanhanger van Datheen tijdens de eredienst deze berijming bleef zingen, "als hij maar wat zagtjes zingt." Het is een wat simpele oplossing van een probleem dat buiten Dordrecht zelfs tot opstootjes heeft geleid.

Zo leefde Petrus Brouwer met zijn tijd mee, maar de tijdsomstandigheden hebben hem wel ingehaald. Aan het einde van de achttiende eeuw werd de Bataafse Republiek in Nederland uitgeroepen. Toen werd onder meer aan de regentenregering een halt toegeroepen. Ook de standenmaatschappij kwam onder druk te staan en de burgerij kreeg groeiende macht. Een van de gevolgen was dat men de kerkelijke macht steeds meer wilde inkorten.

In dit licht moet het gezien worden dat Brouwer in 1795 ontslagen werd als curator van de Latijnse school in Dordrecht. Het zal hem ongetwijfeld zeer hebben gedaan, want hij was gevoelig voor status.

Sterven

Petrus Brouwer heeft zijn ambt getrouw bediend tot 1797. Toen voelde hij zich door toenemende zwakte genoodzaakt emeritaat aan te vragen. Het werd hem verleend. Nog vijf jaar heeft hij geleefd, hij overleed op 9 juni 1802 in Dordrecht.

Brouwer is in zijn tijd een vermaard predikant geweest, in zijn woonplaats was hij een beroemdheid, zonder meer. Toehoorders loofden zijn prediking, tijdgenoten bewonderden zijn geschriften. En toch, wat is daarvan na 200 jaar nog overgebleven? Bijna niemand leest zijn werken nog, ze spreken ons nauwelijks meer aan.

En wat hemzelf betreft, de tijd waarin hij leefde wordt gezien als een eeuw van saaiheid, de levens van de predikanten van toen beschouwt men als duf en dor. Alleen schrijvers van artikelen van biografische woordenboeken en genealogen lijken zich nog zo af en toe in zijn levensloop te verdiepen. Verder zegt zijn naam niemand meer iets.

Petrus Brouwer is tegenwoordig een vergeten man uit een weinig bekende eeuw.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 2002

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Petrus Brouwer, vermaard en vergeten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 2002

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's