Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ChristenUnie terug naar de basis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

ChristenUnie terug naar de basis

5 minuten leestijd

DEN HAAG - Ze waren als een jongen die met blokken een toren bouwde. Helemaal geconcentreerd op het bovenste puntje. Dat de onderste blokken ondertussen aan het schuiven waren, hadden ze niet door. In een uiterst kritische zelfanalyse neemt de ChristenUnie verkiezingsuitslag en campagne onder de loep. Belangrijkste aanbeveling: de top moet terug naar de basis.

Het is een hard oordeel dat de ChristenUnie bij monde van P. van der Bijl en R. Kuiper over zichzelf velt. In een gisteren verschenen rapport -"Bouwen aan de basis" geheten- verzamelden het hoofd van het partijbureau en de directeur van het wetenschappelijk instituut alle kritiek op campagne, lijsttrekker en inhoudelijke koers van de partij die de afgelopen maand uit eigen gelederen opwelde.

De oogst is niet gering: de campagne was "te gelikt", de koers van de partij voor de kiezer niet helder, de lijsttrekker "vlak en aarzelend" in zijn presentatie, zodat het christelijk getuigenis van de partij niet uit de verf kwam. Daarbij hield men zich veel te veel bezig met speculeren op regeringsdeelname, een zaak waarvoor de partij eigenlijk "nog niet rijp" is, stellen Van der Bijl en Kuiper.

In hun bijna dertig bladzijden tellende rapport vermijden de auteurs de valkuil om de schuld bij de kiezers of de omstandigheden te leggen. Jawel, de moord op Pim Fortuyn en de beklemmende sfeer die daardoor op 15 mei ontstond, "verklaren voor een belangrijk deel de verkiezingsuitslag", maar dat mag voor de ChristenUnie "niet als verzachtend excuus dienen." Kernvraag blijft toch, zo stellen de schrijvers terecht, waarom de partij er zelf niet in is geslaagd haar kiezers vast te houden.

Dat haar dit niet gelukt is, blijkt genoegzaam uit de cijfers. Meer dan 40.000 kiezers die in 1998 nog op RPF of GPV stemden, lieten het nu afweten. Dit roept de vraag op hoe trouw de achterban van de ChristenUnie is en waar de desbetreffende kiezers zijn gebleven. Volgens het bureau Interview stemde van degenen die in 1998 voor de RPF kozen, nu 67 procent op de ChristenUnie; 26 procent van hen stemde nu CDA, 3,5 procent op de SGP. Van de kiezers die in 1998 voor het GPV kozen, stemde nu 51 procent op de ChristenUnie, 18 procent op het CDA en 7 procent op de SGP.

Die cijfers leiden in elk geval tot de volgende conclusie: de ChristenUnie heeft dit jaar weliswaar zo'n 70.000 nieuwe kiezers getrokken, maar 110.000 kiezers die in 1998 nog op RPF of GPV stemden, lieten het nu afweten. Waar Intomart in 1999 nog aangaf dat de ChristenUnie een kiezerstrouw van 88 procent scoorde, lagen de werkelijke cijfers veel lager. CDA en SGP hielden op 15 mei hun kiezers beduidend beter vast. Tegenover de 51 procent van het GPV en de 67 procent van de RPF, staat een kiezerstrouw van 73 procent bij het CDA en 77 procent bij de SGP. Ook de SP doet het met 58 procent beter dan het GPV.

Duidelijk is verder dat de ChristenUnie vooral aan het CDA verloren heeft, maar niet uitsluitend aan die partij. Er lekten ook kiezers weg naar SGP, LPF en andere partijen.

Welke kiezers vertrokken en zochten hun heil elders? Het verlies van de ChristenUnie heeft zich in alle plaatsen en provincies voorgedaan, zo schrijven Van der Bijl en Kuiper, "maar vooral in onze traditionele kiezersgebieden." Het totale verlies aan stemmen ligt op bijna 15 procent (42.370 stemmen verlies op een totaal in 1998 van 282.935), maar er zijn grote uitschieters naar boven en naar beneden.

In absolute zin zijn veel stemmen verloren gegaan in Zeeland, Zuid-Holland, Gelderland en Utrecht: globaal de zogenaamde Bible Belt. In Groningen, met zijn vele traditionele GPV-bolwerken, lijken veel kiezers te zijn overgestoken naar de SGP; in andere streken, met name in Zeeland, is het CDA de partij die de vroegere RPF'ers en GPV'ers gretig opving.

Blijft staan de vraag die het moeilijkst te beantwoorden valt: hoe komt het dat traditionele RPF- en GPV-stemmers met de ChristenUnie blijkbaar zo'n losse band hebben, dat zij onder druk van bijzondere omstandigheden zomaar naar een andere partij overwippen? Van der Bijl en Kuiper laten diverse elementen de revue passeren: campagne, lijsttrekker en koers van de partij. Maar in al die thema's is er één rode lijn: de ChristenUnie heeft haar eigen achterban verwaarloosd.

Zo was de campagne te veel gericht op naamsbekendheid, aandacht van de media en het bereiken van nieuwe kiezersgroepen. Het halen van zeven kamerzetels en het in de markt zetten van Veling als lijsttrekker nam zo veel tijd en energie in beslag dat een heldere inhoudelijke profilering eronder leed. Juist de traditionele achterban had de bevesti- ging nodig dat de ChristenUnie even degelijk in stijl en inhoud was als haar voorgangers RPF en GPV.

Die kiezersgroep werd echter onvoldoende bediend. Al te gemakkelijk ging de partijtop ervan uit dat het met de trouw van de eigen achterban wel goed zat. Al te weinig heerste er het besef dat een nieuwe partijformatie zich altijd waar moet maken, ook tegenover traditionele kiezers. Wat dat betreft "was de half lege zaal bij de campagnestart op 23 maart een veeg teken", stellen de schrijvers van het evaluatierapport achteraf.

Als het verwaarlozen van de eigen achterban het hoofdprobleem is geweest, moet de oplossing ook in die richting gezocht worden, stellen Van der Bijl en Kuiper. De ChristenUnie moet zich ervoor hoeden een bestuurders- en kaderpartij te worden en moet de komende tijd alles uit de kast trekken om een "ChristenUnie-gevoel", een "honk-gevoel" te ontwikkelen.

Hoe? Dat blijft in het rapport nog een beetje vaag. Het congres op 22 juni in Barneveld mag de tanden erin zetten en pogen de in algemene termen gestelde conclusies en aanbevelingen in concrete maatregelen om te zetten. Zodanig dat de ChristenUnie, die zich graag presenteert als een beweging, ook in werkelijkheid een beweging wordt. En ondertussen maar hopen dat nieuwe verkiezingen niet te lang op zich laten wachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 2002

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

ChristenUnie terug naar de basis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 2002

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken