Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Muziekles als criminaliteitsbestrijding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Muziekles als criminaliteitsbestrijding

Sjaak Bezemer: Elke leerkracht is in staat muzikale basisvaardigheden over te dragen

7 minuten leestijd

Ruim dertig jaar zette Sjaak Bezemer zich in om pabo-studenten klaar te stomen voor het geven van muziekonderwijs op de basisschool. Dergelijke lessen zijn in zijn ogen onmisbaar: "Je werkt samen om bijvoorbeeld het zingen zo mooi mogelijk te laten klinken. Daarmee breng je beschaving en fijngevoeligheid bij. Helaas wordt er op veel scholen nog steeds maar wat aangerommeld tijdens de muziekles." Volgende maand neemt de muziekdocent afscheid van De Driestar.

Muziek fascineert Sjaak Bezemer (1938): hij luistert naar en leest over muziek, draagt kennis over, schrijft artikelen en recensies voor deze krant en speelt viool. "Mijn moeder speelde op het harmonium liederen van Johannes de Heer, terwijl mijn vader vooral psalmen van Worp koos. Daarnaast liet hij stukken als "De slag bij Waterloo" horen", herinnert Bezemer zich. "Ik wilde zelf viool leren spelen. Mijn vader kon ook een beetje vioolspelen, iets wat je begin vorige eeuw als onderwijzer moest kunnen. Vanaf mijn zestiende kreeg ik vioolles. Op de middelbare school vond ik alles leuk, behalve leren. Vaak luisterde ik naar klassieke muziek op de radio."

Een conservatoriumstudie stond boven aan de verlanglijst van Bezemer, maar dat kon hij vergeten. "Met muziek maken kon je geen droog brood verdienen, vond mijn vader. Het bewijs was volgens hem de muziekleraar die tegenover ons woonde, want hij liep altijd in slobberpakken. Mijn vader vond dat ik onderwijzer moest worden, dus ging ik naar de kweekschool. Na twee jaar op een lagere school in Barneveld les te hebben gegeven, begon ik in 1965 als muziekdocent op pabo De Driestar, want ze hadden er naast De Leeuw een tweede muziekdocent nodig. Omdat ik niet bevoegd was, ging ik naar het conservatorium in Arnhem. Tijdens het toelatingsexamen vroeg de conservatoriumdirecteur wat ik nu eigenlijk wilde studeren. Schoolmuziek natuurlijk. Volgens hem kon ik echter beter viool gaan studeren, de rest kwam later wel. De Driestar stemde ermee in, omdat ik op de pabo ook les op strijkinstrumenten gaf. Na het afronden van de vioolstudie heb ik alsnog het vak schoolmuziek gevolgd.

Wat ik met een viool heb? Het boeit me dat je de toonvorming van dit instrument kunt beïnvloeden. Je kunt eigen gevoelens daardoor een plek gegevens."

Goede methode

Bezemer heeft nooit spijt gehad van de overstap van de basisschool naar de pabo. "Pabo-studenten liggen me beter dan basisschoolleerlingen. Het is een plezierige leeftijdsgroep om mee om te gaan: ze hebben een vak gekozen, weten wat ze willen en zijn redelijk."

Hij leidde de afgelopen decennia honderden pabo-studenten op om muziekles op de basisschool te geven. "Kinderen moeten goed muziekles krijgen, wat praktisch betekent dat ze met muziek leren omgaan: hun gehoor ontwikkelen, een melodietje van blad kunnen zingen en gevoel voor ritme krijgen. Een goede methode, lopend van groep 1 tot en met groep 8, is daarbij onmisbaar."

De scheidende muziekdocent is evenwel somber gestemd: "Het gaat ieder jaar slechter met het muziekonderwijs op de basisschool. De maatschappij vindt het vak niet relevant, ouders geven er geen prioriteit aan, waardoor het ook bij de schoolleiding en de leerkrachten niet hoog op de agenda staat. Of kunstzinnige vorming belangrijk is? Natuurlijk! Ik durf te stellen dat investeren in culturele vorming een vorm van criminaliteitsbestrijding is.

Muziekonderwijs stopt niet bij het laten zingen van een versje. Een leerkracht moet fouten verbeteren, bijschaven, laten horen hoe het mooier kan. Dat werkt vormend, want zo werk je samen aan iets goeds en breng je beschaving en fijngevoeligheid bij. Artistiek zijn uit zich in zorgvuldig zijn, in het hebben van respect voor de wereld om je heen. Niet alleen voor muziek en schilderijen, maar bijvoorbeeld ook voor meubilair. Dan verspil je ook geen papier. Het respect voor het mooie en schone als gave van God ligt ons wel voor in de mond, maar speelt het werkelijk een rol in ons leven?"

Basisvaardigheden

Op de meeste scholen wordt met muziek maar wat aangerommeld, vindt Bezemer . "De manier waarop het vak muziek gegeven wordt, is helaas in veel gevallen afhankelijk van het enthousiasme van een leerkracht. Het argument dat niet alle leerkrachten muzikaal begaafd zijn, gaat niet op. Docenten die zelf moeite met rekenen hebben, haken toch ook niet af? Elke leerkracht is in staat muzikale basisvaardigheden over te dragen. Essentieel is dat hij goed kan zingen. Luther zei terecht: "Een onderwijzer die niet kan zingen, kijk ik niet aan."

Over het zingen op de reformatorische basisscholen ben ik overigens niet ontevreden. Zeker wanneer je dat vergelijkt met openbare scholen."

Muziekdocenten van de pabo proberen toekomstige leerkrachten de nodige bagage mee te geven. "Wanneer leerlingen hun diploma krijgen, moeten ze de basisvaardigheden om muziek te kunnen geven, bezitten. De rest is mooi meegenomen. Tijdens de eerste twee leerjaren is het vak koorzang verplicht. Het resultaat van die inspanningen laten studenten horen tijdens de jaarlijkse concerten in de Goudse St.-Jan. We laten leerlingen tijdens de opleiding kennismaken met de grote muziek van Bach, Händel, Mendelssohn én van een eigentijdse componist als Ligeti. Een christen moet namelijk weten wat er in zijn eigen tijd speelt, ook op het gebied van beeldende kunst, literatuur en muziek. Hij moet zich verdiepen in oorzaken en achtergronden en de grote lijnen doorzien. Dat vraagt een open houding, een zekere nieuwsgierigheid.

Het geven van muziekles was geen ploegen op de rotsen. Leerlingen die verrast zijn door muziek waar ze voor het eerst kennis mee maken, houden dat vast. Anderen vertellen eerlijk dat ze veel klassieke muziek maar niets vinden en zich zullen blijven beperken tot het beluisteren van bijvoorbeeld massale koorzang."

Bevrediging

De huidige opzet van de pabo-opleiding stemt Bezemer niet vrolijk. "Toen ik in 1965 begon, kregen studenten wekelijks zo'n vier uur muziek. Dat is teruggebracht tot in totaal 24 uur in de eerste twee jaren van de opleiding. Een gevolg van de visie op het onderwijs: draag je vooral gereedschappen aan of ligt de nadruk op het overdragen van kennis? Ik zou die zaken graag combineren.

Ik heb wat dit betreft in die ruim dertig jaar geen terreinwinst geboekt en vind dat heel erg. De bevrediging in het vak lag de laatste jaren vooral in het geven van nascholing op de werkvloer. Als je samen met leerkrachten een eigen methode opzet, komt het muziekonderwijs namelijk pas goed van de grond."

Bezemer neemt op 5 juli afscheid van De Driestar. In het antwoord op de vraag het programma voor een fictief afscheidsconcert samen te stellen, komen zijn favoriete componisten bovendrijven. "Schubert mag niet ontbreken. Hij staat op de overgang van klassiek naar romantiek. Zijn muziek klinkt zo fris en puur, nergens wollig of overdreven sentimenteel. Van hem zou ik delen uit de liederencyclus "Die Winterreise" en het Rosamunde-kwartet kiezen.

Ik zou Brahms' vioolconcert, een topstuk, programmeren. Brahms is een componist die teruggrijpt op elementaire vormen en het ergens over heeft. Mozart heeft me altijd geboeid. Hoe moeilijker een muzikaal probleem, hoe genialer Mozarts oplossing. Neem zijn strijkkwintetten, waarin twee altviolen een rol spelen. De tweede altviool bungelt er niet bij, maar krijgt een eigen partij. Mozart weet daarbij de totaalklank soepel en slank te houden. Muziek kan me emotioneel raken, maar ook de knappe structuur van sommige werken kan me enthousiast maken. Altijd weer verwondert het me dat we van de Schepper de gave hebben gekregen kunst te beoefenen. Ik zou tijdens een afscheidsconcert ook graag oude muziek van Sweelinck, Schütz of Josquin willen horen en natuurlijk muziek uit de twintigste eeuw, Stravinsky of Bartóks Concert voor Orkest - niet te spelen, maar verschrikkelijk mooi."

Studeren

Na zijn conservatoriumstudie bleef Sjaak Bezemer vioolspelen. "Elke dag studeer ik een uur. Tegenwoordig heb ik een octet (een ensemble bestaand uit acht strijkers, GdL) dat werk van bijvoorbeeld Mendelssohn instudeert. Het is heerlijk om met elkaar te repeteren en te werken aan een stralende, volle klank. Je moet het als amateurs hebben van het plezier van het samen spelen, want professionals hebben natuurlijk een betere toonvorming."

Bang dat hij na zijn afscheid in een gat valt, is de muziekdocent niet. "Ik ga terug naar de schoolbanken en ga in Utrecht muziekwetenschappen studeren. Ik hoop daarmee meer ordening in mijn feitenkennis aan te brengen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Monday 24 June 2002

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Muziekles als criminaliteitsbestrijding

Bekijk de hele uitgave van Monday 24 June 2002

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken