Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Niet Pisa maar Suurhusen heeft de scheefste toren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Niet Pisa maar Suurhusen heeft de scheefste toren

6 minuten leestijd

Nederland telt tal van scheve torens. Soms hellen ze vervaarlijk over, zoals in Bedum, Delft, Heinenoord, Zuidland en Acquoy. De scheefste toren staat echter buiten de grenzen van ons land, maar ook weer niet zo ver als steeds gedacht is. De toren van Pisa werd altijd gezien als scheefste toren ter wereld, ook nadat die onlangs gestabiliseerd werd. Maar sinds 1970 staat scheefste toren ter wereld in Suurhusen, hemelsbreed slechts 25 kilometer ten noordoosten van Delfzijl. Suurhusen ligt aan de overkant van de brede monding van de Eems, 4 kilometer ten noorden van Emden. In enkele tientallen jaren is de kerktoren van Suurhusen zo snel scheefgezakt, dat hij zijn collega in Pisa rap heeft ingehaald.

De Duitse streek Oost-Friesland, langs het Duitse deel van de Waddenzee, waarin Suurhusen ligt, heeft een slappe bodem met klei en moerasgronden, zoals onze eigen kuststreken. De Oost-Friezen bouwden in de Middeleeuwen hun eerste kerken uit graniet en soms ook uit tufsteen. Granietblokken bleken echter veel te zwaar voor de slappe bodem en turf was te kostbaar. Talloze granieten kerken in Oost-Friesland dreigden te verzakken en moesten in de loop der eeuwen ingrijpend worden opgelapt met muurankers en grote bakstenen velden. Vanaf het midden van de 12e eeuw bouwden de Oost-Friezen hun kerken geheel uit baksteen. De baksteenbouw is waarschijnlijk door Noord-Nederlandse monniken naar Oost-Friesland gebracht.

Aanvankelijk werden bij de kerken in de Nederlanden en in Noord-Duitsland geen torens gebouwd. In Noord-Nederland zijn bij de kerken later hoge (zadeldak)torens gebouwd. De Oost-Friezen beperkten echter hun torenbouw. Vaak waren hun klokkentorens niet meer dan klokkenhuizen of schotten waartussen de klokken hingen. Ze waren vaak de helft of meer lager dan de bijbehorende kerk. Zelfs die klokkenhuizen zakten scheef. In Midlum bij Jemgum en in Holtrop bij Aurich staan mooie voorbeelden van zulke scheefgezakte klokkenhuizen. Soms moesten wegens instortingsgevaar de klokken verwijderd worden en opgehangen in een dakruiter op de kerk of in een nieuwe stevigere toren.

Toch vinden we in Oost-Friesland ook wel de bekende Friese zadeldaktorens. Ze hebben echter een veel gedrongener vorm en ze zijn doorgaans maar weinig hoger dan de kerk, in tegenstelling tot de zadeldaktorens in Friesland en Groningen. De zuidelijkste voorbeelden van deze gedrongen zadeldaktorens vinden we in Backemoor en Völlen, in het Eemsland achter Nieuweschans. Rond Emden horen de zware bakstenen torens van Eilsum, Groothusen en ook die van Suurhusen tot deze familie.

De kerk van Suurhusen dateert uit de eerste helft van de 13e eeuw. Deze kerk is tot op heden voor het grootste deel bewaard gebleven. Rond 1450 werd in Suurhusen de huidige toren bij het kerkschip gebouwd. De torenromp is 11 bij 11 meter en ongeveer 27 meter hoog. Tot 1926 stond op de toren van Suurhusen een hoge houten dakspits, zoals thans nog het geval is in de nabijgelegen dorpen Groothusen en Eilsum. Recent onderzoek wees uit dat de toren van Suurhusen is gebouwd op een fundering bestaande uit eikenhouten planken. In de grond is de ommuring 2 meter dik en met puin en schelpkalk opgevuld. De hele toren heeft een gewicht van 2116 ton, ofwel het gewicht van ongeveer 2000 middelgrote vrachtauto's. Aan drie zijden heeft de toren luidklokopeningen, maar alleen in de noordzijde hangt nog een klok uit 1733. De klokkenopening aan de zuidkant is bijna helemaal dichtgemetseld, nadat de klok daaruit gehaald was en verkocht aan de stad Emden. De klok aan de westzijde werd in de Eerste Wereldoorlog gevorderd en niet meer vervangen.

Eeuwenlang was de scheve toren van Pisa de scheefste toren ter wereld. Maar vanaf eind 19e eeuw kreeg Pisa concurrentie vanuit de Duitse Waddenstreek. In 1885 bleek dat de toren in Suurhusen naar de westkant toe begon te verzakken. In 1925 werden voor het eerste metingen verricht. De toren bleek op de top van het zadeldak al 1,15 meter ofwel 2,35 hoekgraden uit het lood te staan. Een jaar later werd -onder protest van de bevolking- de houten daktoren gesloopt. Doordat de kerkklok aan de westkant al verwijderd was, werd het gewicht, dat de toren westwaarts trok aanzienlijk verkleind. Maar in 1929 bleek de toren alweer 2 centimeter verder uit het lood te staan en in 1939 bedroeg de afwijking reeds 1,74 meter, ofwel 3,61 hoekgraden. Achtentwintig jaar later werd opnieuw gemeten: de nok van de toren stond in 1967 al 2,03 meter, ofwel 4,15 hoekgraden uit het lood en in 1970 al 2,16 meter ofwel 4,48 hoekgraden. De verzakking leek niet te stoppen.

De verzakking van de toren, die een deel van het kerkschip mee dreigde te trekken, zou eigenlijk moeten worden gestopt. Dat was echter te kostbaar. Het orgel werd verkocht, de vensters werden dichtgespijkerd en de kerk dreigde te vervallen. Het bedehuis werd gesloten. De kerkdiensten zouden voortaan plaatsvinden in het nieuw gebouwde gemeentecentrum. In 1977 was de kerktoren inmiddels gezakt naar 2,19 meter uit het lood ofwel 4,60 graden. Drie jaar later schreef professor Schulze uit Aken een rapport over de verzakking van de toren en bracht adviezen uit. Maar in 1982 stond de toren al 2,34 meter en dus 4,88 graden scheef. In dat jaar werd de toren gestut met acht boorpalen aan de buitenkant en drie aan de binnenzijde. Een groep vrijwilligers en specialisten zorgde er ondertussen voor dat de oude kerk weer bruikbaar was. Op 14 oktober 1985 werd de kerk van Suurhusen met een feestelijke dienst weer in gebruik genomen.

De toren bleef echter verzakken. In 1989 stond hij 2,39 meter uit het lood, onder een hoek van 5,05 graden. De westelijke topgevel van de toren dreigde nu te bezwijken. Er vielen hele brokken baksteen uit. Nu werden het dak, de houten kapspanten en de topgevels gesloopt en opnieuw opgebouwd. De toren werd bovendien versterkt met een stalen korset. In 1990 hing de toren 2,426 meter over en in 1991 2,428 meter ofwel 5,1 hoekgraden. Latere metingen tonen echter aan dat de toren nu niet meer verzakt.

De overhang van de toren bedraagt nu 2,428 meter bij een hoogte van 27,37 meter De toren van Suurhusen staat dus 5,1 hoekgraden uit het lood. De toren van Pisa stond totdat ze geconserveerd en meer rechtop gezet werd, 4,26 meter uit het lood bij een torenhoogte van 55 meter. De toren van Pisa stond dus scheef onder een hoek van 4,43 hoekgraden. Dat is de hoek die de toren van Suurhusen even maakte tussen 1967 en 1970, toen hij verzakte van 4,25 hoekgraden naar 4,48 hoekgraden. De toren van Suurhusen heeft als "scheefste toren ter wereld" zijn broer in Pisa dus ruim dertig jaar geleden ingehaald. Vanaf de grote autoweg van Emden naar Norden valt de scheve toren van Suurhusen erg op. Het is een ronduit angstwekkend gezicht voor iedereen die deze toren voor het eerst ziet. Maar Suurhusen heeft een toeristische attractie van de eerste orde. Hopelijk kan de toren behouden blijven, niet door hem recht te zetten, maar door conservering van de bestaande toestand.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 oktober 2002

Reformatorisch Dagblad | 56 Pagina's

Niet Pisa maar Suurhusen heeft de scheefste toren

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 oktober 2002

Reformatorisch Dagblad | 56 Pagina's

PDF Bekijken